‘De gemengde portefeuille is dood’: klopt die claim?

16 juni 2026 15:51

Over beleggen gaan allerlei stellige beweringen rond. In 'Klopt die claim?' toetsen we wat klopt, wat te mooi wordt voorgesteld en wat vaak buiten beeld blijft. Nuchter en met oog voor wat jij eraan hebt als belegger. In deze eerste aflevering: ‘de gemengde portefeuille is dood’.

Klopt die claim?

De claim

Critici wijzen erop dat obligaties de laatste jaren op dezelfde manier bewegen als aandelen. Daarmee zouden obligaties geen diversificatie meer bieden en zou het geen zin hebben ze nog in portefeuille op te nemen.

Laten we die claim onder de loep nemen. Er is overigens nog een andere redenering: door nieuwe regels zou de belastingdruk op obligaties zo hoog worden dat ze onaantrekkelijk raken. Dat vraagstuk laten we hier buiten beschouwing. We kijken alleen naar de beleggingsinhoudelijke vraag: hebben obligaties nog een functie in portefeuille?

Het idee achter de gemengde portefeuille

De gemengde portefeuille is al decennialang een vertrouwd uitgangspunt voor beleggers. Internationaal wordt vaak een verdeling van 60% aandelen en 40% obligaties gebruikt, met varianten daarop. Zelf gebruiken we voor een neutraal beleggingsprofiel een 50/50-verdeling en voor een offensief profiel 70/30.

Het idee is eenvoudig: aandelen vormen de groeimotor van de portefeuille, obligaties zorgen voor inkomen, stabiliteit en spreiding. Vooral in periodes waarin aandelen onder druk staan door groeizorgen of recessievrees, kunnen solide obligaties vaak een deel van de klap opvangen.

Het bredere plaatje

Laten we kijken hoe dit in het verleden heeft gewerkt. In de onderstaande grafiek zie je de jaarlijkse rendementen van een vereenvoudigde 60/40-portefeuille. Het obligatiedeel is ingevuld met een breed gespreid mandje Europese obligaties.

Grafiek

De blauwe balken tonen de bijdrage van aandelen, de oranje balken van obligaties. In veel jaren is het patroon duidelijk: aandelen dragen het meest bij aan het totale rendement, terwijl obligaties een kleinere, vaak stabielere bijdrage leveren.

Vooral in jaren waarin aandelen daalden, is die stabiliserende rol goed zichtbaar. Tijdens het knappen van de internetzeepbel in 2000-2002 stonden aandelen meerdere jaren onder druk, terwijl obligaties juist positief bijdroegen. Ook tijdens de financiële crisis in 2008 werkte het obligatiedeel als demper.

In veel klassieke stressperiodes was de oorzaak vooral groeivrees: beleggers maakten zich zorgen over winsten van beursgenoteerde bedrijven, economische groei en financiële stabiliteit. In zo’n omgeving dalen rentes vaak, waardoor de koers van hoogwaardige obligaties juist stijgt.

De schok van 2022

2022 heeft dit vertrouwde beeld aan het wankelen gebracht. Dat jaar daalden aandelen en obligaties tegelijk. Het ging niet om een normale groeivertraging, maar hoofdzakelijk om een plotselinge inflatie- en renteschok. De uitgangspositie was bovendien kwetsbaar: aanvangsrentes waren laag.

De inflatie liep snel op, centrale banken verhoogden de rente in hoog tempo en bestaande obligaties verloren waarde. Juist de bouwsteen die normaal rust moest brengen, stond toen zelf onder druk.

Daarmee laat 2022 vooral zien dat obligaties niet in elke schok dezelfde bescherming bieden. Bij groeischokken kunnen ze een dempende rol spelen. Bij een onverwachte inflatie- en renteschok, zeker wanneer de startrente laag is, kan een brede obligatie-index juist kwetsbaar zijn.

Van de vraag óf obligaties werken naar welke obligaties werken

De ervaring van 2022 roept de vraag op of obligaties nog wel werken. Begrijpelijk, maar die vraag is te algemeen. Obligaties vormen namelijk geen uniforme categorie. Verschillende obligaties reageren uiteenlopend op dezelfde schok.

Dat verschil begint bij rentegevoeligheid. Obligaties met een lange looptijd reageren sterker op een rentestijging dan kortlopende obligaties. In een jaar waarin rentes snel oplopen, zoals in 2022, is dat verschil heel bepalend voor het rendement. Een brede Europese obligatie-index bevat ook obligaties met langere looptijden. Daardoor kan zo’n index profiteren wanneer rentes dalen, maar kwetsbaar zijn wanneer rentes plotseling sterk stijgen.

Kortlopende obligaties reageren anders

Daarom is het logisch om ook te kijken naar een kortlopend obligaties. Daarmee bedoelen we leningen met een looptijd van minder dan drie jaar. Niet omdat die altijd de beste keuze zijn, maar omdat ze laten zien dat de samenstelling van het obligatiedeel ertoe doet. De centrale vraag wordt daarmee niet: “moeten obligaties wel of niet in de portefeuille?” De betere vraag is: “welke obligaties passen bij het risico waartegen de portefeuille bescherming nodig heeft?”

In de volgende grafiek blijft de aandelencomponent gelijk, maar wordt het obligatiedeel ingevuld met een kortlopende Europese obligatie-index.

Grafiek

Het verschil is vooral zichtbaar in 2022. Ook kortlopende obligaties hadden last van de rentestijging, maar de negatieve bijdrage was veel kleiner dan bij de brede Europese obligatie-index. Dat is precies hun rol bij een inflatie- en renteschok: niet per se veel rendement maken, maar wel de schade beperken wanneer rentes snel oplopen.

De rol van obligaties hangt af van de marktomgeving

Een groeischok en een inflatieschok vragen om een andere samenstelling van de obligatieportefeuille. Dat maakt de keuze voor bepaalde bouwstenen afhankelijk van de marktomgeving.

Wanneer groeizorgen domineren, kunnen kwalitatief hoogwaardige obligaties met voldoende rentegevoeligheid waardevol zijn. In een omgeving waarin inflatie en renteonzekerheid domineren, wordt het belangrijker om die rentegevoeligheid te beperken en te kijken naar bouwstenen zoals kortlopende obligaties, geldmarktinstrumenten of inflatie-obligaties.

Wat betekent dit in de huidige markt?

Kijken we vooruit, dan is het beeld niet eenduidig. Aan de ene kant kunnen geopolitieke spanningen rond Iran via hogere energieprijzen opnieuw inflatievrees aanwakkeren. Dat is het soort omgeving waarin rentes langer hoog kunnen blijven en langlopende obligaties kwetsbaar zijn.

Aan de andere kant zitten we midden in een sterke opmars van aandelenbeurzen, gedreven door kunstmatige intelligentie (AI). Als het enthousiasme zou omslaan in groeizorgen of een correctie van de hoge waarderingen van AI-aandelen, lijkt dat meer op een klassieke groeischok. En dat is een omgeving waarin hoogwaardige langlopende obligaties juist weer een dempende rol kunnen spelen.

Juist omdat beide scenario’s denkbaar zijn, richten we de portefeuilles die wij actief beheren niet in op één enkele uitkomst. We houden obligaties aan die kunnen helpen als groeizorgen toenemen, maar ook bouwstenen die beter bestand zijn tegen inflatie- en renterisico, zoals kortlopende obligaties en inflatie-obligaties.

Het oordeel

De gemengde portefeuille dood? Nee, dat is te sterk. Voor langetermijnbeleggers kunnen obligaties nog steeds helpen om schokken in een portefeuille op te vangen. Maar 2022 heeft wel duidelijk gemaakt dat niet elke obligatie hetzelfde werkt. Een goed gespreid obligatiedeel kan verschillende functies vervullen: bescherming bij groeizorgen, beperking van rentegevoeligheid bij oplopende rentes en aanvullende bescherming wanneer inflatie hardnekkiger blijkt.

Goed om te weten. Aan beleggen zijn risico’s verbonden. De waarde van je belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen.