Beleggen in obligaties

Als belegger wil je je verdiepen in verschillende beleggingsmogelijkheden. Wij helpen je daar graag bij door op deze pagina meer informatie te geven over obligaties. Want wat is nu eigenlijk de betekenis van obligaties, zijn er risico’s en welke obligaties kun je bij ons kopen? Je leest het allemaal hieronder.

Betekenis van obligaties

Als je belegt in obligaties leen je geld uit aan een onderneming of overheid. Met een obligatie word je geen mede-eigenaar van de instelling, zoals bij een aandeel het geval is. In ruil voor je lening ontvang je rente. Deze wordt coupon genoemd. Een obligatie heeft meestal een duidelijke einddatum waarop je je geld terugkrijgt, tenzij een onderneming een uitstel van betaling heeft aangevraagd of failliet gaat. In dat geval kunnen de einddatum en het bedrag dat je ontvangt afwijken.

Illustratie thermometer

Risico’s van beleggen in obligaties

Als je geld uitleent, wil je weten hoe kredietwaardig de instelling is waar je je geld aan uitleent, ook wel kredietbeoordeling genoemd. De kredietwaardigheid wordt weergegeven in ratings. Deze lopen van ‘AAA’ (hoogste beoordeling voor kredietkwaliteit) naar D (laagste beoordeling kredietkwaliteit). Ook staatsobligaties krijgen deze rating. Hoe hoger de rating, hoe waarschijnlijker het is dat de hoofdsom en coupons worden terugbetaald. Nederlandse staatsleningen hebben bijvoorbeeld de hoogste rating (AAA).

Naast kredietbeoordeling zijn er ook nog andere risico's die horen bij beleggen in obligaties. Deze risico's lees je hieronder.

Obligaties kopen bij Rabobank

Je kunt bij ons handelen in de meest gangbare staatsobligaties en bedrijfsobligaties. Omdat obligaties worden afgelost en er nieuwe worden uitgegeven, wordt het assortiment voortdurend ververst. De bedrijfsobligaties die wij selecteren, zijn obligaties met een hoge kredietwaardigheid. Zo kun je bijvoorbeeld niet direct handelen in obligaties van bedrijven die niet voldoen aan onze criteria voor de wapenindustrie.

Het actuele assortiment kun je vinden als je belegt bij Rabobank, via Rabo Online Bankieren of de Rabo App.

Kennis- en ervaringstoets

Bovengenoemde kenmerken en risico’s gelden voor alle type obligaties. Daarnaast zijn er andere type obligaties met aanvullende kenmerken en risico’s, zoals complexe obligaties en hybride obligaties. Om in deze obligaties te kunnen handelen moet je eerst een kennis- en ervaringstoets doen. Dit geldt bijvoorbeeld voor veel reguliere bedrijfsobligaties die onder complexe obligaties staan, en voor obligaties met een bail-in clausule, die onder hybride obligaties staan. Lees hieronder meer over complexe en hybride obligaties.

Complexe obligaties

Sinds de invoering van MiFiD II in 2018 zijn veel obligaties aangemerkt als complex. Wat kan obligaties complex maken?

Een obligatie met een variabele coupon geldt als complex als de couponformule afwijkt van de formule: reguliere marktrente plus vaste kredietopslag. De reden daarvoor is niet zozeer dat het complex is voor de belegger om de coupon te bepalen, maar dat beleggers moeten kunnen inschatten wat de kans is dat de markt in gaat prijzen dat de obligatie in de rest van de looptijd bijvoorbeeld geen coupon meer gaat betalen. In tijden van negatieve rente maakt het feit dat de coupon nooit lager is dan 0 een variabele coupon onaantrekkelijk voor uitgevende instellingen, zodat ze nog maar beperkt worden uitgegeven. Om niet complex te zijn, moet de obligatie een harde einddatum hebben. Sommige obligaties hebben geen einddatum (perpetuele obligaties), maar wel een tussentijds aflosmoment. Ook komt het voor dat obligaties wel een harde einddatum hebben, maar tussentijds aflosbaar zijn (bijvoorbeeld looptijd 10 jaar, aflosbaar na 5 jaar). Het is voor de belegger belangrijk in te kunnen schatten of de obligatie op het call-moment door de uitgevende instelling zal worden afgelost en wat de consequenties zijn als dat niet gebeurt. Als de coupon dan bijvoorbeeld onveranderd blijft, zal de kans op aflossing fors afnemen als de rente stijgt. In andere gevallen is de aflossingsbereidheid veel meer afhankelijk van de balansmanagement van de uitgevende instelling. Ook goedkeuring door de toezichthouder kan soms vereist zijn. Steeds meer bedrijven kiezen ervoor om een kleine flexibiliteit in te bouwen rond de einddatum om herfinanciering op zijn tijd gestroomlijnd te laten verlopen. Ze mogen de obligatie dan vaak maximaal 3 maanden voor einddatum aflossen. Ze vergoeden dan naast de hoofdsom, de gederfde rente-opslag die ontstaat voor de belegger door de vervroegde aflossing. Dat is geen groot beleggingsrisico, maar het maakt de obligatie wel complex. Andere afwijkende voorwaarden in obligaties zorgt er ook voor dat de obligatie complex is, zelfs als het een beschermingsclausule voor de obligatiehouder is. Zo kan soms een obligatie vervroegd aflosbaar worden gesteld als het bedrijf wordt overgenomen.
Hybride obligaties

Er bestaan twee vormen van hybride obligaties: de obligaties van banken die aan een bail-out kunnen worden onderworpen en de perpetuele obligaties.

Bail-in

Bail-in betekent dat als de financiële gezondheid van een bank zwaar verslechtert, toezichthouders de hoofdsom kunnen afschrijven of omzetten in aandelen. Daardoor raakt de belegger zijn inleg kwijt voordat sprake is van een faillissement.

Het is daarom van groot belang om te weten of een obligatie tot het bail-in kapitaal van de bank behoort. Dat geldt niet alleen voor achtergestelde obligaties van de bank, maar ook voor de zogenaamde senior non-preferred obligaties van de bank en obligaties die door de eventuele houdstermaatschappij van de bank zijn uitgegeven.

Perpetuele obligaties

Perpetuele obligaties hebben geen einddatum. Ze worden meestal uitgegeven om als garantievermogen te fungeren voor de uitgevende instelling. Ze vormen een soort hybride kapitaal, waarbij de couponuitkering kan worden opgeschort als er geen dividend op de aandelen wordt betaald. Of de coupon dan verschuldigd blijft of niet, verschilt per type obligatie en uitgevende instelling: bij banken mag de coupon meestal niet worden ingehaald, bij bedrijfsobligaties moet die meestal worden ingehaald.

Omdat de obligaties geen einddatum hebben, is een belangrijke risicofactor of de uitgevende instelling ze aflost op de geplande aflossingsdatum. Wanneer dat niet gebeurt, zal de coupon vaak wel worden aangepast aan de dan geldende marktrente maar met de oorspronkelijk bij uitgifte overeengekomen kredietopslag. Dat de koers van de obligatie rond pari staat op de call-datum, is dan ook allerminst zeker. Daarvoor is bepalend wat de markt dan eist aan kredietopslag voor een dergelijke obligatie. Als de coupon ongewijzigd blijft gedurende de looptijd, loopt de belegger een groot renterisico: als de marktrente op de call-datum een stuk hoger is, blijft de belegger voor onbeperkte tijd belegd in een obligatie met een niet-marktconforme rente.

Beleggers mogen er niet vanuit gaan dat uitgevende instellingen de obligatie altijd zullen aflossen op de call-datum, ook als dat in het verleden wel gebruikelijk was. De toezichthouder eist dat hiervoor economische gronden bestaan, zoals bijvoorbeeld een lagere rente.

Veelgestelde vragen over obligaties

Wat is de minimum ordergrootte van een obligatie?

De minimum ordergrootte (ook wel denominatie genoemd) is bij obligaties vaak € 1.000, maar kan soms ook lager zijn. Daarnaast zijn er veel bedrijfsobligaties met een minimale ordergrootte van € 100.000 of zelfs € 200.000. Dat betekent dat iedere aan- of verkoop groter moet zijn dan het minimum bedrag. Boven het minimum bedrag zijn kleinere stappen van € 1.000 vaak wel mogelijk.

Waarom handelen obligaties met opgelopen rente?

We noemen dit een clean price. De koers van de obligatie blijft dan stabiel, onafhankelijk van de couponuitkering. Wanneer de coupon wordt meegenomen in de koers, zoals bij obligaties waar de coupon achteraf wordt vastgesteld, is er sprake van een dirty price. Dan daalt de koers op het moment dat de coupon wordt uitgekeerd. Onderaan de streep maakt het voor de waarde van de obligatie niet uit of de obligatie clean of dirty handelt.

Er is een openbaar bod op mijn obligatie. Wat betekent dat?

Het is de uitgevende instelling in principe niet toegestaan de eigen obligaties voortijdig af te lossen. Ook kan het deze niet in de markt terugkopen. Wel kan het ertoe overgaan een openbaar bod te doen op de uitstaande obligaties wanneer het bedrijf die niet meer nodig heeft of wil vervangen door een andere obligatie.

Het bod kan een bepaalde vaste koers zijn, maar meestal is het in de vorm van een opslag op de marktrente van een week later, zodat de beleggers weten dat ze kunnen herbeleggen in de markt ongeacht de renteontwikkeling in die week. Het is aan de houders van de obligaties of ze de obligaties willen aanbieden voor het bod. Als het merendeel van de obligatiehouders de obligaties aanbiedt, loopt de belegger die de obligaties heeft aangehouden, het gevaar dat de obligaties minder goed verhandelbaar worden.

Wat gebeurt er als de uitgevende instelling van de obligatie failliet gaat?

Zodra de uitgevende instelling uitstel van betaling aanvraagt, zullen de obligaties alle betalingen direct staken. Daarna wordt de belegger betaald op basis van zijn of haar faillissementsclaim. De koers van de obligatie daalt naar wat de markt dan als terugwinning uit het faillissement verwacht, rekening houdend met de tijd die het kost om tot afhandeling te komen.

Hoe reageert de koers van een obligatie op een stijging van de rente?

Bij een stijging van de marktrente daalt de koers van een obligatie. Voorbeeld: een obligatie heeft een looptijd van 5 jaar met een jaarlijkse coupon van 1%. Kort na uitgifte is de marktrente voor dit type obligaties opgelopen tot 1,5%. De obligatie zal in koers dalen tot circa 97,5% omdat vanaf dat niveau het effectief rendement ook 1,5% per jaar is. De belegger krijgt immers 5 jaar lang 1% coupon en 2,5% aflossingswinst wat neerkomt op 1,5% rente per jaar. Zodoende geldt dat hoe langer de aflossing duurt, hoe gevoeliger de koers is voor een beweging in de marktrente.

Wat wil je weten over zelf beleggen?

Hoe plaats ik een beleggingsorder?

Koop en verkoop je beleggingen zelf online via Rabo Online Bankieren of de Rabo App.
Bekijk het stappenplan.

Het is ook mogelijk om je beleggingsorder telefonisch te plaatsen. Bel hiervoor de orderlijn van het Service Centrum Beleggen op 030-2313131 (lokaal tarief). Het Service Centrum Beleggen is bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 21.00 uur. Voor telefonische orders geldt een vaste opslag van € 10 per order.

Welke ordertypes zijn er en hoe stel ik een limiet in?

Als je een order doorgeeft, kun je kiezen uit verschillende ordertypes. De meest voorkomende ordertypes zijn: limietorder, bestens order, stop loss order en stop limiet order. Het instellen van een limiet of activatieprijs kun je in Rabo Online Bankieren of de Rabo App tijdens het plaatsen van je order.

Meer uitleg over de verschillende ordertypes
Wanneer ontvang ik het Jaaroverzicht beleggen?

Heb je een beleggingsportefeuille bij ons? Dan ontvang je eind januari het Jaaroverzicht Beleggingsportefeuille. Dit overzicht gebruik je bij het controleren van je voorlopig ingevulde belastingaangifte. Het Jaaroverzicht Beleggingsportefeuille krijg je in 'Berichten' in Rabo Online Bankieren en de Rabo App. Heb je geen toegang tot Rabo Online Bankieren? Dan ontvang je het Jaaroverzicht Beleggingsportefeuille per post.

Alles over Jaaroverzicht beleggen
Hoe kan ik buitenlandse bronbelasting verrekenen of terugvragen?

Nederland heeft belastingverdragen afgesloten met een aantal landen om te voorkomen dat je dubbel belasting betaalt. In de verdragen zijn rente- en dividendbelastingpercentages afgesproken. Het deel van de bronbelasting dat je volgens het belastingverdrag niet kunt terugvorderen, kun je verrekenen met de belasting die in Nederland in box 3 is verschuldigd. Voor het meerdere kun je een verzoek tot teruggaaf indienen bij de buitenlandse belastingdienst. Wij kunnen dit proces tegen betaling van kosten voor je verzorgen.

Lees meer over hulp bij terugvragen buitenlandse bronbelasting