eHealth: must voor cliënt én zorgprofessional

Sensire is een regionale zorginstelling in de Achterhoek waar zo’n 3000 medewerkers zich bezighouden met jeugdgezondheidszorg, maatschappelijk werk, thuisbegeleiding, intramurale zorg en wijkverpleging. Als innovatieve zorgaanbieder is eHealth voor Sensire een must. Door zelfmonitoring van cliënten met COPD en hartfalen, digitalisering van de wondzorg, het gebruik van de Medido medicijndispenser en de toepassing van beeldzorg, digitaliseren niet alleen cliënten, maar ook medewerkers van Sensire.

Fundamentele omkering van het zorgproces

Bestuursvoorzitter Maarten van Rixtel: “We brengen onze professionals in een goede positie en geven onze cliënten zoveel mogelijk middelen om de regie te nemen in hun eigen zorgproces. Onze kerntaak als organisatie is de relatie tussen de zorgprofessional en de klant te ondersteunen. Daarom willen we innovatief zijn in de wijze waarop we de zorg organiseren en werken we met zelfstandige teams waar professionals zelf verantwoordelijk zijn voor het organiseren en leveren van zorg. Tegelijkertijd willen we onze klanten middelen geven waardoor ze in staat zijn hun zorg te overzien en hun eigen gezondheid vorm te geven.”

Digitalisering van zowel medewerkers als cliënten is daarbij een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering. “Onze professionals leveren zorg en Sensire faciliteert hen om dat te kunnen, met zaken als ICT, salarisverwerking, zorgadministratie, contractering, maar ook met productinnovaties. Daarbij zoeken we naar een fundamentele omkering van het zorgproces waarin eHealth een normaal onderdeel vormt en dus Health wordt. Voor de toekomst verwacht ik een enorme verschuiving naar meer digitale zorg en minder fysieke zorg. Je kunt echt veel meer digitaliseren dan dat er nu in de zorg gebeurt . Als Sensire zijn wij daar hard mee bezig.”

Meer vertrouwen

Een goed voorbeeld is de samenwerking met vier ziekenhuizen in de COPD-keten. Patiënten met COPD die regelmatig voor controles naar het ziekenhuis gaan, krijgen van Sensire een tablet met een COPD-thuismeetapp. Patiënten voeren dagelijks metingen uit, vullen vragenlijsten in en ontvangen vervolgens feedback op hun eigen gezondheid. “Dat helpt hen hun dag beter in te delen waardoor ze het minder snel benauwd krijgen. Met als gevolg dat ze minder vaak naar de eerste hulp gaan en minder vaak worden opgenomen in het ziekenhuis. Dat scheelt enorm in de kosten, maar geeft voor de patiënten een vele hogere kwaliteit van leven. Heeft een patiënt een vraag voor de longarts, dan kan hij via een tablet een advies krijgen. Via de data uit de thuismeetapp kan de longarts de patiënt beter volgen en als het echt noodzakelijk is de patiënt zien. Het hele proces van fysieke zorg is hier omgekeerd. Patiënt en arts regelen zoveel mogelijk digitaal en als het echt niet kan fysiek. De patiënt krijgt zo weer de regie op zijn leven terug.”

Bij patiënten met hartfalen werkt Sensire op een vergelijkbare manier. “Daarbij koppelen we een weegschaal, een bloeddrukmeter en aan een thuismeetapp waarmee patiënten thuis hun hartslag en gewicht monitoren. Ook kan de patiënt van de huisarts een holterfoon krijgen waarmee hij een ECG kan maken die we op het medisch service center kunnen uitlezen. Als de waarden voor die specifieke patiënt worden overschreden, of een patiënt voelt zich niet goed, dan heeft het callcenter overleg met de patiënt en besluiten ze samen om wel of geen contact op te nemen met de cardioloog. Door de – vaak onzekere – patiënten met hartfalen goede feedback te geven, leren ze meer vertrouwen in hun eigen lichaam te krijgen. Daarmee verhoog je hun kwaliteit van leven, verbeter je het regievermogen van de patiënt en verlaag je de vervolgkosten in de eerste en tweede lijn. Nu zijn we vooral nog bezig met procesinnovatie, maar uiteindelijk ontstaan er data en is het mogelijk te analyseren welke interventie of welk innovatieproces het beste werkt.”

Weerstand

Waarom worden dergelijke zelfmonitoringinstrumenten nog niet grootschalig toegepast? “Opschaling is afhankelijk van de beoordeling van de professional. Zo willen medisch specialisten nog steeds zelf de kwaliteit van de zorg kunnen beoordelen en niet dat een innovatie tot een enorme omzetverlaging leidt. Bij professionals in de thuiszorg speelt werkgelegenheid een rol. Daarnaast hebben bestuurders van zorgorganisatie te maken met een financiering die gebaseerd is op productie maal tarief. Als je innovaties toepast, verhoog je de kosten voor innovatie, maar verlaag je je productie en krijg je minder inkomsten. Bovendien worden je medewerkers onzeker omdat ze bang zijn hun baan kwijt te raken. Meerdere redenen om het niet doen. Er is dus echt leiderschap nodig om een zorgorganisatie goed voor te bereiden op de toekomst.’

Vervolgkosten

Daarnaast beperkt de huidige DOT-financiering de opschaling van innovaties. “Het is moeilijk om de wijkverpleging van COPD te financieren. Wij hebben de monitoring opgezet en kosten gemaakt. Het ziekenhuis heeft besparingen, maar die zijn relatief omdat het tot omzetderving leidt, terwijl de vaste kosten doorlopen. Een nieuwe vorm van integrale financiering is echt nodig, waarbij de verzekeraar niet alleen kijkt naar substitutie, maar ook of de innovatie tot lagere vervolgkosten leidt. Zoek samen met alle partijen naar een nieuwe vorm van financiering, anders stopt het allemaal. Denk bij COPD-patiënten bijvoorbeeld aan een abonnement op zelfmonitoring in plaats van het afgeven van ‘vervolgdots’. Ook biedt eHealth mogelijkheden om een veel grotere groep COPD-patiënten te bereiken, die nu nog geen arts bezoeken. Door zo’n pro-actief systeem op te zetten, kun je de productiviteit van de specialist verhogen. Tegelijkertijd zorg je ervoor dat een COPD-patiënt minder ernstige benauwdheid krijgt, waardoor de vervolgkosten van COPD veel lager zijn. In Zweden en Denemarken is juist het verhogen van het bereik van de specialist en het verhogen van de kwaliteit van leven uitgangspunt geworden in het denken over zorg.”

Coaching

Als de digitalisering doorzet, dan wordt de patiënt veel minder afhankelijk van zorgorganisaties en professionals, concludeert Van Rixtel. “Als organisatie moeten we dus zoeken naar onze toegevoegde waarde. Waarom heeft die patiënt ons nodig? Vooral voor de wijkverpleging en de huisarts zal een nieuwe positionering belangrijk worden. Patiënten krijgen meer kennis via internet, maar daardoor is nog niet iedere patiënt in staat regie te voeren. Ik verwacht dat hij vooral meer coaching nodig heeft om de juiste weg te bewandelen. We zorgen niet meer vóór, maar mét onze klant. Hoe wil hij zijn leven inrichten en hoe kunnen wij hem daarbij helpen? We nemen het niet zomaar over. Dat is echt een fundamentele verandering.”

“Tijd voor een systeemsprong in de zorg”

“Omarm het digitale veld op een goede manier”

“Alles wat digitaal kan, gáát ook digitaal”

Nederland als ‘testbed’ voor zorginnovatie?

Terug naar het overzicht

Contact

Rabobank