“Kijk naar de hele taart en niet alleen naar je eigen punt”

Als grote geïntegreerde instelling voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) is Vincent van Gogh voortvarend in beddenafbouw en in vernieuwende samenwerking met ketenpartners. Om te anticiperen op de toekomst wil de instelling nog meer innoveren, ook al betekent dat op termijn een forse omzetkrimp. “Het is niet erg om kleiner te worden, als we maar beter worden,” stelt bestuurder Jolande Tijhuis.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

“Al enkele jaren zien we dat het onontkoombaar is dat de zorg in Nederland krimpt. In de ggz is er veel dure en soms onnodige zorg. Als zorginstelling hebben wij de maatschappelijke verantwoordelijkheid om goede zorg te leveren, die voortdurend te verbeteren en de zorgkosten te beheersen. We lopen daarin voorop: de doelstelling voor beddenafbouw uit het Bestuurlijk akkoord hebben we al in 2014 gehaald. Voor de jaren 2015 en 2016 hebben we nog eens 30% extra bedden afgebouwd. Daarnaast hebben we veel geïnvesteerd in goede ketensamenwerking met de generalistische basiszorg en met de huisartsen en hun praktijkondersteuners ggz.”

Patiëntbelang en herstelgedachte voorop

Volgens Tijhuis zijn die behaalde resultaten te danken aan een inhoudelijke strategie waarin het patiëntbelang en de herstelgedachte voorop staan. “Veel zorg organiseren we op een slimmere manier. Zo hebben wij het aantal face-to-facecontacten met patiënten omlaag kunnen brengen door effectievere groepstherapie in te voeren en meer gebruik te maken van digitale middelen. Bij onze crisiszorg houden we ook vinger aan de pols via een i-Pad, waardoor onze psychiaters niet meer altijd thuis bij een patiënt op bezoek hoeven. Bovendien schakelen we zoveel mogelijk familieleden in bij de behandeling, waardoor een patiënt een structuur van steun om hem heen krijgt. Tenslotte investeren we in vroegsignalering en willen we alle spelers in het veld inzetten om die zorg mogelijk te maken. Alleen als het echt nodig is, nemen we mensen op.”

Persoonsgerichte herstelzorg

De afbouw van bedden had wel een behoorlijke impact op de organisatie. “Ggz-instellingen zijn vaak gevestigd op enorme terreinen, met monumentale gebouwen, een bakkerij, wasserij en een groentetuin. Een leefgemeenschap zoals alle ggz-instellingen die honderd jaar geleden zijn opgericht. Al die interne diensten en het vastgoed zijn inmiddels afgebouwd of buiten de deur gebracht.

Nu moeten we toe naar een nieuwe structuur van onze organisatie waarin we samen met andere ketenpartners meer persoonsgerichte en herstelgerichte zorg kunnen leveren. We richten nu samen met VGZ een leertuin in om de zorg nog meer te vernieuwen. Dat kan door aan de voorkant van het proces meer te investeren in een patiënt en door –bijvoorbeeld bij jongeren in de adolescentiefase- veel eerder proberen te signaleren en te behandelen. Het escalatieniveau wordt daardoor lager en is er minder zware zorg nodig. Daarmee verbetert de kwaliteit en kunnen we de zorg tegen lagere kosten bieden. Ook willen we het taboe over de ggz doorbreken. Het duurt vaak lang voordat een jongere die op zijn zeventiende een psychose krijgt, bij de huisarts komt. Door middel van digitale mogelijkheden kan op school of in de peergroup vroegsignalering plaatsvinden, waardoor een behandeling op tijd kan starten.”

Meer regie

De leertuin gaat volgend jaar in de gemeenten Horst en Venlo van start en duurt vijf jaar. “Samen met ketenpartners en patiënten gaan we allerlei vernieuwende innovaties ontwikkelen. Doelstelling is te leren hoe we de patiënt meer regie kunnen geven en tegelijkertijd onnodige zorg kunnen voorkomen. Niet alleen door er eerder bij te zijn, maar ook door onnodige verwijzingen en handelingen uit het systeem te halen.”

Met meer persoonsgerichte zorg denkt Tijhuis een kostenbesparing op langere termijn te realiseren, voor de zorgverzekeraar een aantrekkelijk perspectief om met Vincent van Gogh een meerjarencontract te sluiten. “Een belangrijk onderdeel is de ontwikkeling van een digitaal platform waarbij de patiënt beheer krijgt over zijn eigen persoonlijk dossier. Via dit platform kan hij peergroups of ervaringsdeskundigen zoeken, adviezen krijgen, deelnemen aan fora, maar heeft hij ook toegang tot e-healthmodules waarmee hij meer grip op zijn alcoholprobleem of depressie kan krijgen. De patiënt beheert zelf zijn data en beslist zelf met wie hij ze wil delen. Wij willen faciliteren dat patiënten zelf keuzes kunnen maken in de behandeling en zelf de regie houden. Voor de ggz – waar vaak gezegd wordt dat een patiënt geen ziekte-inzicht heeft - is dat heel vernieuwend.”

Opnieuw uitvinden

Deze leertuin gaat onze hele organisatie op zijn kop zetten, concludeert Tijhuis. “Het is een systeemverandering waarbij wij als grote geïntegreerde ggz-instelling nog meer zullen krimpen. Maar we moeten ons als ggz-sector opnieuw uitvinden. De tijd verandert. Er zijn nieuwe digitale mogelijkheden en nieuwe partijen die een rol hebben in de ggz. Met zijn allen moeten we het echt anders gaan doen. Vanuit de patiënt gedacht in plaats vanuit het organisatieperspectief. Kijk dus niet naar je taartpunt, maar naar de hele taart.”

Lees de andere artikelen

Contact

Rabobank