Opinie

Nederlandse pluimveehouderij in 2040: nog meer aandacht voor dierenwelzijn

19 december 2025 15:00

Hoe kan de pluimveesector er in 2040 uit zien? Rabobank verkent in een serie artikelen wat nodig is voor het behoud van een internationaal toonaangevend en concurrerende agrofoodsector, die produceert binnen de grenzen van klimaat en natuur. In dit artikel schetsen we ons beeld voor de pluimvee in 2040.

Man met een kuiken in zijn handen

In het kort

    De pluimveesector heeft de laatste jaren de wind in de rug: de consumptie van pluimveeproducten past bij elke religie en nagenoeg ieder dieet. Niettemin vragen de opgaven op het gebied van dierenwelzijn, zoönosen en uitstoot van fijnstof en ammoniak om een verdere transformatie van de sector. In 2040 vindt de productie plaats op minder bedrijven. Ten opzichte van 2023 zijn er 20% minder leghennen en 30% minder vleeskuikens. Het aantal bedrijven is met de helft afgenomen, maar het gemiddeld aantal locaties per bedrijf is toegenomen. De emissies zijn verder beperkt, en alle dieren hebben meer ruimte. Vogelgriep is geen issue meer. De productie is sterker dan nu gericht op Nederland en de omringende landen. Door sterke ketenregie en certificering worden de hogere kosten terugverdiend.

Productie daalt licht

De consumptie van eieren en pluimveevlees groeit gestaag. Maar doordat de export afneemt en de eisen aan welzijn en ammoniakemissie toenemen, is de productie in 2040 wat lager. Door certificering en duurzame ketenafspraken blijft de prijs goed.

Verdere vermindering van de milieubelasting

In 2040 heeft de pluimveesector de emissies van ammoniak en fijnstof verder verlaagd door een combinatie van nieuwe emissiebeperkende technieken en krimp van de productie met pakweg een kwart. Die laatste wordt veroorzaakt door een lagere stalbezetting uit welzijnsoogpunt. De sector is geheel energieneutraal (voor de opwekking van warmte wordt geen biomassa meer verbrand); veel bedrijven zijn zelfs netto-energieleverancier. De mestafzet is circulair en vormt zo geen probleem meer voor de sector.

“De pluimveehouderij produceert sterker dan nu voor de Nederlandse of Noord-West Europese markt.”

Dierenwelzijn verder verbeterd

De maatregelen die voortkomen uit het Convenant Dierwaardige Veehouderij zorgen voor verbetering van het dierenwelzijn. Nieuwe stallen hebben veelal een overdekte uitloop. Kooibedrijven zijn in Nederland niet meer aanwezig. Het antibioticagebruik is nog verder afgenomen en daarmee zeer beperkt. Vaccinatie tegen vogelgriep is al langere tijd standaard, waardoor kippen vrij buiten kunnen lopen. De maatschappelijke wens om legkippen meer ruimte te geven heeft geleid tot een groter volumeaandeel van vrije uitloop en biologische eieren. De pluimveehouderij produceert sterker dan nu voor de Nederlandse of Europese markt (met name Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en België).

Onze bijdrage

Van niche naar norm: verduurzaming in de vleeskuikenhouderij

De Nederlandse pluimveesector maakt een duidelijke omslag richting verduurzaming. Sinds 2023 verkopen vrijwel alle grote supermarkten – waaronder Albert Heijn, Jumbo, Lidl en Plus –uitsluitend kip met minimaal het Beter Leven 1‑ster-keurmerk. Dit keurmerk stelt strengere eisen aan dierenwelzijn, zoals trager groeiende rassen, meer ruimte per dier en een langere groeiperiode. Inmiddels is ruim 65% van de Nederlandse vleeskuikenbedrijven gecertificeerd voor 1‑ster. Ook fastfoodketens zoals KFC volgen deze trend: vanaf 2026 geldt het European Chicken Commitment, waardoor alleen trager groeiende kuikens zijn toegestaan.

Rabobank ondersteunt deze omschakeling. Onze klantenportefeuille weerspiegelt de markt en laat zien dat verduurzaming geen niche meer is, maar een structurele beweging in de hele keten. We financieren en adviseren bedrijven die deze transitie vormgeven, van pluimveehouders tot verwerkers en retailers. Samen met marktpartijen en overheden werken we aan een toekomstbestendige sector waarin dierenwelzijn, duurzaamheid en economische haalbaarheid hand in hand gaan.

Minder, maar grotere bedrijven

Het aantal dieren is gekrompen ten opzichte van 2023: 20% minder leghennen en 30% minder vleeskuikens. Het aantal bedrijven is met meer dan de helft afgenomen (bron: Agrimatie, CBS, PBL, Rabobank, 2023). Tegelijkertijd neemt de omvang van bedrijven met bijna een kwart toe. Dit komt niet doordat er per locatie meer dieren worden gehouden, maar doordat bedrijven hun activiteiten spreiden over meerdere locaties. De leghennenhouderij blijft net als nu geconcentreerd op de zandgronden in het midden, zuiden en oosten van Nederland (Gelderland, Noord-Limburg, Noord-Brabant). Maar doordat ongeveer 10% van de bedrijven nabij een Natura 2000-gebied ligt, vindt hier een drastische herstructurering plaats. De vleeskuikenhouderij is en blijft meer verspreid door Nederland.

“In vraaggestuurde ketens betalen consumenten de meerkosten die boeren maken om klimaat-, natuur- en dierwelzijnsdoelen te halen.”

Lagere export, duurzame ketenafspraken

Om de specifieke marktvraag in Nederland en de ons omringende landen te bedienen is er een sterke ketenregie in de deelsectoren. Via deze regie vindt de afstemming in vraag en aanbod plaats, worden ketenprogramma’s opgezet en uitgevoerd en is het rendement in alle schakels van de keten op orde. In vraaggestuurde ketens betalen consumenten de meerkosten die boeren maken om klimaat-, natuur- en dierwelzijnsdoelen te halen.


Dit artikel is bijgewerkt. De eerste versie verscheen op 15 december 2023.