Onderzoek

Hoe goed houdt Noord-Holland Noord talent vast?

23 oktober 2026 7:00 RaboResearch

Regio Noord-Holland Noord groeide de afgelopen jaren economisch vooral doordat er meer werd gewerkt. Maar deze groeiroute wordt door vergrijzing minder vanzelfsprekend. Jong talent in de regio behouden wordt daarmee belangrijker. In deze studie kijken we hoe goed de regio jong talent weet vast te houden, waar zij naartoe vertrekken en in hoeverre inwoners ook daadwerkelijk in het gebied werken.

Intro

In het kort

    Meer arbeidsinzet dreef de economische groei in Noord-Holland Noord in de afgelopen jaren en niet een hogere arbeidsproductiviteit. Omdat de bevolking tussen 15 en 75 jaar naar 2040 toe naar verwachting krimpt, wordt het belangrijker om jong talent voor de regio te behouden. Daarin slaagt de regio redelijk goed. Mbo-geschoolden blijven vaak in de regio, maar wo-geschoolden vertrekken juist vaker. De jongvolwassenen die vertrekken, gaan vaak naar Amsterdam. Vooral vanuit het zuidelijke deel van Noord-Holland Noord. Jongvolwassenen binden aan de regio betekent niet dat zij ook werken in de regio. Pendelstromen laten zien dat een aanzienlijke groep inwoners van Noord-Holland Noord elders werkt, vaak in Amsterdam.

Meer werk leidde tot economische groei in Noord-Holland Noord

Regionale economische groei kan langs twee routes tot stand komen. De eerste is een grotere arbeidsinzet, bijvoorbeeld door meer banen, meer uren per werkende of een hogere arbeidsparticipatie. De tweede route loopt via een hogere arbeidsproductiviteit: in dezelfde tijd meer waarde toevoegen.

In de regio Noord-Holland Noord (hierna: NHN) kwam de economische groei uit op gemiddeld 1,4% per jaar in de periode 2015-2024 uit (zie figuur 1). Dit is niet veel lager dan de landelijke gemiddelde groei van 1,7% per jaar in dezelfde periode. Wat opvalt, is waar deze groei door wordt gedreven, namelijk volledig door de eerste bron: meer arbeid. De arbeidsproductiviteit droeg niet bij aan de groei; zij daalde zelfs licht. Anders gezegd: de regio groeide economisch vooral doordat er meer werd gewerkt, niet doordat er per gewerkt uur meer werd geproduceerd.

Figuur 1: Meer arbeid dreef de economische groei in Noord-Holland Noord in de afgelopen jaren

20261001_Fig 1
Noot: de regio Noord-Holland Noord omvat in deze figuur de corop-regio’s Alkmaar en omgeving en Kop van Noord-Holland. Bron: CBS, bewerking RaboResearch 2026

Maar kan NHN deze groeiroute de komende jaren blijven volgen? Dat wordt steeds lastiger, doordat de bevolking op arbeidsleeftijd (15-75 jaar) in de regio naar 2040 toe naar verwachting gaat krimpen (zie figuur 2). Deze ontwikkeling hangt samen met de toenemende vergrijzing, die in NHN sterker doorwerkt dan in veel andere regio’s.

Wil de regio – net als in de afgelopen tien jaar – een positieve bijdrage van arbeid aan de economische groei behouden, dan kan dat door de huidige bevolking in de werkende leeftijd meer in te zetten, door meer uren per werkende, een hogere arbeidsparticipatie of een verdere daling van de werkloosheid. Alleen zit daar niet heel veel speling in.

Het wordt dus als regio belangrijk om het talent dat al in de regio is, vast te houden. Talentbehoud is belangrijk voor een toekomstbestendige economie in NHN. Het was een van de opgaven die centraal stonden in onze studie Noord-Holland Noord als Tuin van Innovatie uit 2023.

Maar hoe goed houdt NHN jong talent eigenlijk vast? En als ze vertrekken: waar gaan zij dan heen? In het vervolg van deze studie gaan we hierop in.

Figuur 2: De groep mensen op arbeidsleeftijd in NHN gaat naar 2040 toe waarschijnlijk dalen

20261001_Fig 2
Bron: PRIMOS, bewerking RaboResearch 2026

Noord-Holland Noord bindt jongvolwassenen behoorlijk, maar kent hierin ook uitdagingen

Om te bekijken in hoeverre regio’s jong talent weten vast te houden, gebruiken we data van Talent in de Regio (zie box 1). Als we inzoomen op NHN, dan zien we dat de regio jongvolwassenen relatief goed weet vast te houden: bijna 80% van de jongvolwassenen woonde zowel op hun zestiende als op hun 28ste levensjaar in NHN, oftewel vier op de vijf (zie figuur 3).[1] De regio houdt hiermee jong talent beter vast dan veel andere regio’s in de omgeving, zoals Gooi en Vechtstreek, Agglomeratie Haarlem, Zaanstad en Oost-Zuid-Holland. Tegelijkertijd zijn er ook regio’s die jongvolwassenen meer weten te binden, zoals Amsterdam, Rotterdam, Twente, Zuid-Limburg en regio’s in Brabant.

[1] We zijn ons ervan bewust dat de leeftijdsgrenzen arbitrair zijn. Iemand kan ervoor kiezen om pas na zijn of haar 28ste levensjaar terug te verhuizen naar NHN, terwijl diegene volgens de gebruikte data wordt gezien als ‘vertrokken’. Andersom kan het zo zijn dat iemand op zijn of haar zestiende levensjaar al niet meer thuis woont of dat de situatie anders is. Desondanks schetsen de data een beeld van de mate waarin regio’s jongvolwassenen weten vast te houden.

Figuur 3: NHN houdt jongvolwassenen goed vast

20261001_Fig 3
Bron: Talent in de Regio, bewerking RaboResearch 2026

Box 1: Data over migratiestromen Nederlandse jongvolwassenen

De data over migratiestromen van Nederlandse jongvolwassenen zijn afkomstig van Talent in de Regio, een samenwerkingsprogramma en onderzoeksproject van de Rijksuniversiteit Groningen, Hanzehogeschool en andere partners in Noord-Nederland, gericht op het versterken van regionale arbeidsmarkten. Voor de analyses is gebruikgemaakt van microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waarmee de woonlocatie tijdens het opgroeien kan worden gekoppeld aan de woonlocatie op latere leeftijd.

De onderzoekspopulatie bestaat uit mensen die tussen 1980 en 1995 zijn geboren. Hun woonlocaties zijn gevolgd tot en met 2024; de onderzochte cohorten zijn dan 29 tot 44 jaar oud. In deze studie vergelijken we voor ieder cohort de woonplaats op 16-jarige leeftijd met die op 28-jarige leeftijd. De woonplaats op 16-jarige leeftijd geldt als opgroeilocatie, omdat jongvolwassenen dan doorgaans nog thuis wonen en sterk zijn ingebed in lokale sociale netwerken. Een later meetmoment kan al worden beïnvloed door verhuizingen voor een vervolgopleiding, terwijl een eerder meetmoment minder goed rekening houdt met binding die pas tijdens de latere tienerjaren ontstaat. De woonplaats op 28-jarige leeftijd is gekozen omdat de meeste mensen dan hun opleiding hebben afgerond, een stabielere positie op de arbeidsmarkt innemen en de belangrijkste verhuisbewegingen rond studie en de start van hun loopbaan achter de rug hebben. De meting omvat daardoor zowel jongvolwassenen die onafgebroken in hun opgroeiregio zijn gebleven als jongvolwassenen die tijdelijk na hun zestiende zijn vertrokken en voor hun 28ste zijn teruggekeerd. Het ‘blijfpercentage’ meet dus niet uitsluitend onafgebroken verblijf, maar ook terugkeer naar de ‘opgroeiregio’. Een uitgebreidere toelichting van de data is hier te vinden.

Kijken we naar deelregio’s in NHN, dan zijn hier verschillen te zien (zie figuur 4). Zo houdt West-Friesland jongvolwassenen het vaakst vast, terwijl de Kop van Noord-Holland en Waterland en omgeving hun jongvolwassenen juist het vaakst zien vertrekken.

Een belangrijke verklarende factor of een jongere in de regio blijft of niet, is het opleidingsniveau. Kijken we naar een uitsplitsing van mbo, hbo en wo, dan zien we dat mbo-geschoolden het meest honkvast zijn (zie figuur 5). Hbo-geschoolden zijn minder honkvast, al zijn er relatief grote verschillen tussen gemeenten. Zo houdt de gemeente Bergen hbo-geschoolden aanzienlijk minder goed vast dan bijvoorbeeld de gemeente Alkmaar. Wo-geschoolden zijn het minst honkvast. Een duidelijk patroon dat naar voren komt is: hoe meer scholing, hoe vaker jongvolwassenen vertrekken.

Figuur 4: West-Friesland houdt jongvolwassenen het best vast

20261001_Fig 4
Bron: Talent in de Regio, bewerking RaboResearch 2026

Figuur 5: Mbo-geschoolden zijn honkvast, terwijl wo-geschoolden juist mobiel zijn

20261001_Fig 5
Bron: Talent in de Regio, bewerking RaboResearch 2026

Als ze vertrekken, gaan ze naar Amsterdam

Een deel van de jongvolwassenen die opgroeien in NHN vertrekt, maar waar gaan ze dan heen? Figuur 6 laat dit zien en het beeld is duidelijk: de meeste jongvolwassenen – vooral aan de zuidkant van NHN – vertrekt naar Amsterdam. Het is daarmee veruit de populairste bestemming. Binnen NHN is er ook een aantal andere stromen te zien. Zo trekt Alkmaar jongvolwassenen uit omliggende gemeenten, net als Hoorn.

Figuur 6: Jongvolwassenen die vertrekken uit NHN gaan vooral naar Amsterdam

20261001_Fig__6
Bron: Talent in de Regio, bewerking RaboResearch 2026

Talent binden aan Noord-Holland Noord betekent niet dat ze er ook werken

Als NHN erin slaagt meer jongvolwassenen voor de regio te behouden – of weet aan te trekken – betekent dat niet automatisch dat zij ook in het gebied gaan werken. Woonplaats en werkplek vallen immers niet altijd samen door omvangrijk interregionaal woon-werkverkeer. Dat geldt ook voor werkenden die in NHN wonen maar elders werken. Figuur 7 brengt deze woon-werkstromen – ook wel pendelstromen genoemd – tussen gemeenten in beeld. De pijlen tonen de pendelbewegingen tussen gemeenten; hoe breder de pijl, hoe groter de stroom. De oranje bollen geven de binnengemeentelijke pendel weer: hoe groter de bol, hoe meer mensen binnen dezelfde gemeente wonen én werken.

Aan de zuidkant van NHN pendelen werkenden vanuit steden als Alkmaar en Hoorn geregeld naar Amsterdam. Daarbij is sprake van een eenzijdige relatie: pendelstromen vanuit Amsterdam en omgeving naar NHN zijn er nauwelijks. Daarentegen functioneren de meer noordelijk gelegen gemeenten in NHN als afzonderlijke arbeidsmarkten. Vanuit deze gemeenten zijn geen grote pendelstromen in de richting van het zuiden zichtbaar, ook niet in de richting van Amsterdam. Tegelijkertijd neemt de pendel vanuit de Kop van Noord-Holland naar Amsterdam de laatste jaren wel toe. Mogelijk speelt de toename van thuiswerken hierbij een rol, doordat grotere reisafstanden beter te combineren zijn met minder dagen werken op kantoor. Binnen NHN vervullen vooral Alkmaar en Hoorn de rol van regionale centra. Zij trekken werkenden uit omliggende gemeenten, zoals Bergen, Heiloo, Dijk en Waard en Drechterland.

Figuur 7: Vooral vanuit Alkmaar en Hoorn wordt er veel gependeld naar Amsterdam

20261001_Fig__7
Noot: data zijn van 2022. Er is een ondergrens aangehouden van 2.000 pendelbewegingen om de kaart overzichtelijk te houden. Bron: CBS, bewerking RaboResearch 2026

Conclusie

De afgelopen jaren kon Noord-Holland Noord economisch groeien doordat er meer werd gewerkt. Deze route wordt de komende decennia minder vanzelfsprekend. De bevolking op arbeidsleeftijd (15-75 jaar) krimpt naar verwachting naar 2040 toe en de ruimte om de huidige beroepsbevolking meer in te zetten, is beperkt. Daarmee wordt talentbehoud belangrijker voor de toekomstige economische ontwikkeling van de regio.

Noord-Holland Noord slaagt er in vergelijking met veel andere regio’s behoorlijk in om jongvolwassenen vast te houden. Maar we zien verschillen tussen deelregio’s en opleidingsniveaus. West-Friesland weet jongvolwassenen relatief vaak vast te houden, terwijl de Kop van Noord-Holland en Waterland en omgeving jongvolwassenen geregeld zien vertrekken. Verder zijn vooral hogeropgeleiden mobiel: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe groter de kans dat jongvolwassenen de regio verlaten. Voor wo-geschoolden is de bindingsopgave daarom het grootst. Als jongvolwassenen vertrekken, is Amsterdam veruit de belangrijkste bestemming.

Uit eerder onderzoek van ons – Noord-Holland Noord als Tuin van Innovatie – blijkt dat jongvolwassenen vertrekken omdat zij onvoldoende perspectief in de regio ervaren. Genoemde knelpunten zijn het woningtekort, het beperkte openbaar vervoer en het ontbreken van een levendige studentencultuur. Ook zijn jongvolwassenen weinig bekend met regionale werkgevers en loopbaankansen. Mogelijke oplossingen die naar voren kwamen, zijn opleidingen sterker verbinden met regionale economische activiteiten, structureel contact met het bedrijfsleven organiseren via gastcolleges, stages en afstudeerplekken, en regionale werkgevers en carrièremogelijkheden beter zichtbaar maken.

Toch is talentbehoud niet alles; het vormt namelijk op zichzelf geen garantie dat het talent dat in de regio woont ook in de regio werkt. Pendelstromen geven dit duidelijk weer. Vooral aan de zuidkant van NHN wonen relatief veel mensen die elders werken, veelal in Amsterdam. De relatie is daarbij eenzijdig: pendel vanuit Amsterdam naar Noord-Holland Noord is beperkt.

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder

Hoe goed houdt Noord-Holland Noord talent vast? - Rabobank