Analyse: rentestijging doet obligaties pijn, maar is beter voor langjarig rendement
Obligatiemarkten kwakkelen door zorgen over oplopende inflatie door de Iranoorlog, verdampte hoop op renteverlaging door centrale banken en gebrekkige begrotingsdiscipline van overheden. Maar voor het rendement op langere termijn zijn hogere rentes niet verkeerd.

De belangrijkste obligatie-indexen staan dit jaar weer in het rood: -0,6% voor de benchmark van euro-obligaties, -0,7% voor de index van de VS en -0,8% voor de wereldwijde index. Slechts een handjevol categorieën, zoals hoogrentende obligaties, Chinese obligaties, inflatieleningen en asset-backed securities (ABS), staat op winst.
Inflatievrees
Dit komt natuurlijk door de oorlog in Iran. Er lijkt geen oplossing in zicht voor de olietoevoer vanuit de Straat van Hormuz. Daardoor loopt de olieprijs op, met name ook voor langlopende contracten.
Dat is voor de meeste economieën ongunstig. Vooral olie-importerende landen zijn kwetsbaar. Maar ook voor olieproducerende landen snijdt het mes aan twee kanten. Tegenover meer staats- en bedrijfsinkomsten staan daar hogere prijzen voor afnemers en consumenten. Daardoor stijgt de inflatie.
Centrale banken
Als dat langer aanhoudt, dan kunnen centrale banken het niet negeren. Ze moeten voorkomen dat inflatieverwachtingen op een hoog niveau verankerd komen te liggen.
Voor het conflict begon, rekenden beleggers nog op renteverlagingen door de centrale banken in de VS (de Fed) en het VK. Die zijn voorlopig van tafel. De kans dat de nieuwe Fed-voorzitter Kevin Warsh volgend jaar los mag gaan met renteverlagingen, neemt ook af zolang het inflatiebeeld niet duidelijk verbetert.
Beleggers verwachten nu juist renteverhogingen in de komende twaalf maanden: +0,25% voor de Fed en zelfs +0,75% voor de Bank of England. Ook voor de Europese Centrale Bank (ECB) wordt nu gerekend op één verhoging per twee bijeenkomsten, te beginnen in juni.
Centrale banken sturen vooral de rente op korte termijn. Minstens zo belangrijk is dat de lange rente aanmerkelijk is opgelopen. Het sterkst zien we dat in het VK en Japan.

Zorgen over VK
In het VK zie je dat het vertrouwen niet is hersteld door premier Keir Starmer, wiens positie wankelt.
De vraag is of zijn opvolgers het makkelijker gaan krijgen. Het VK kampt met zwakke economische groei en is afhankelijk van buitenlands kapitaal. De kapitaalvlucht tijdens de korte regeerperiode van Liz Truss in 2022, heeft diepe sporen nagelaten. Sindsdien is de rente nauwelijks hersteld.

De rente steeg in maart naar 5% als reactie op de oorlog. Inmiddels loopt die verder op uit angst voor een nieuwe regering die mogelijk de begrotingsregels aan zijn laars wil lappen. Intussen staat de oppositie ook niet met oplossingen klaar. Maar met een rente van boven de 5% zal het VK juist orde op zaken moeten stellen om te voorkomen dat de rentelasten de begroting gaan opsouperen.
Japanse regering heeft gat in de hand
Ook bij Japan zie je dat obligatiebeleggers (veelal Japanners zelf) het vertrouwen opzeggen. Japanse obligaties bungelen dit jaar onderaan de rendementslijstjes. De 30-jaarsrente is nu boven de 4%. Dat is een forse vergoeding voor een economie die zo weinig groeipotentieel heeft als die van Japan.

Het probleem is dat de regering een enorm gat in de hand heeft. Er wordt sinds de start van de oorlog in Iran een subsidie gegeven aan olieraffinaderijen, want premier Sanae Takaichi heeft beloofd dat de benzineprijs niet boven 170 yen per liter (ongeveer 0,92 euro) zal stijgen. Het gevaar is niet denkbeeldig dat een vergelijkbaar pakket komt om de elektriciteitsprijzen te subsidiëren.
Als het overheidsbeleid te ruimhartig is, moet de centrale bank optreden om inflatieverwachtingen te beperken. Maar de Bank of Japan is allesbehalve onafhankelijk. Hij heeft al meermalen van een voorgenomen renteverhoging afgezien. Zo ook dit jaar.
De consequentie is dat de yen een ongekende glijvlucht heeft gemaakt: -33% in de afgelopen vier jaar. Dat maakt het inflatiebeeld er niet beter op. Dus ook daar doemt gevaar op in de obligatiemarkt. De politiek ontkomt er in de komende tijd niet aan om de tering naar de nering te zetten en te luisteren naar de obligatiemarkt.
Hoe ga je daar als belegger mee om?
De rendementen in de obligatiemarkt zijn in de afgelopen vijf jaar mager geweest, maar het zou onjuist zijn om die door te projecteren naar de komende vijf jaar. Je kunt nu tegen hogere rentes herbeleggen en dat is goed voor je rendement op langere termijn. Daarvoor zitten de meesten toch in obligaties.
De kans op nieuwe onrust of marktverstoringen blijft aanwezig, maar zulke periodes kunnen ook kansen bieden. Daarom blijven we scherp op de risico’s en beleggen we daar waar de vergoeding naar ons oordeel aantrekkelijk genoeg is. Zo bouwen we op langere termijn aan rendement: niet door uit te stappen zodra het tegenzit, maar door selectief te blijven.
Het beeld voor de eurorente is relatief gunstig. De ECB kiest steeds meer zijn eigen pad, los van de Fed. De EU breidt uit en de eurozone waarschijnlijk ook. Dat is voor de langere termijn gunstig voor de rente hier. Toch beleggen we in de actief beheerde portefeuilles ook buiten de eurozone: voor diversificatie en omdat daar hogere rentes te behalen zijn.
Goed om te weten. Aan beleggen zijn risico’s verbonden. De waarde van je belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen.
