‘Buy the dip werkt altijd’: klopt die claim?
Over beleggen gaan allerlei stellige beweringen rond. In 'Klopt die claim?' toetsen we wat klopt, wat te mooi wordt voorgesteld en wat vaak buiten beeld blijft. Nuchter en met oog voor wat jij eraan hebt als belegger. Dit keer: ‘“Buy the dip” werkt altijd’.

De claim
"Buy the dip" is misschien wel één van de bekendste uitspraken op de beurs. Het idee is simpel: wacht tot aandelen zijn gedaald en koop pas daarna. Je betaalt immers minder dan een paar weken eerder. Dat klinkt logisch. Maar is wachten op een dip ook echt een goede strategie?
Aansprekende voorbeelden
Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet genoeg voorbeelden waarbij beleggen tijdens een forse beursdaling uitstekend uitpakte. Denk aan de kredietcrisis of de coronacrash. Beleggers die toen instapten, maakten later vaak mooie rendementen.
Toch is dat niet hetzelfde als zeggen dat wachten op een dip een goede strategie is.
De echte vraag is namelijk niet of de beurs uiteindelijk herstelt. De vraag is of je beter af bent door te wachten op een daling, of door gewoon direct te beginnen met beleggen.
Waarom "buy the dip" zo aantrekkelijk voelt
Een daling voelt als uitverkoop. Als een brede aandelenindex vandaag 10% lager staat dan een maand geleden, lijkt het alsof je dezelfde belegging met korting kunt kopen.
Maar op het moment dat de beurs daalt, weet niemand of de bodem al bereikt is. Een daling van 10% kan morgen weer zijn goedgemaakt, maar kan ook uitgroeien tot een daling van 20% of zelfs 30%.
Achteraf is de bodem meestal duidelijk zichtbaar. Op het moment zelf niet: er gaat geen belletje rinkelen zodra de markt het dieptepunt aantikt. Juist dan overheersen onzekerheid, slecht nieuws en twijfel.
De verborgen kosten van wachten
Het grootste risico zit niet in het kopen tijdens een daling, maar in het wachten erop.
Stel dat je €100 per maand wilt beleggen, maar besluit eerst te wachten tot de beurs 10% is gedaald. Als de markt eerst 20% stijgt en daarna 10% terugvalt, koop je uiteindelijk alsnog tegen een hogere koers dan wanneer je direct was begonnen. Je hebt dan wel "de dip gekocht", maar ondertussen ook een flinke stijging gemist. En precies daar zit de verborgen prijs van wachten. Geld dat op een spaarrekening blijft staan, profiteert niet van stijgende aandelenkoersen. Omdat aandelenmarkten historisch gezien vaker stijgen dan dalen, kan dat op lange termijn veel rendement kosten.
Wat laten historische cijfers zien?
Om dat te onderzoeken hebben we twee strategieën met historische beursgegevens vergeleken.
De eerste belegger investeert iedere maand direct €100. De tweede belegger zet iedere maand €100 apart, maar belegt pas wanneer de markt voldoende is gedaald, bijvoorbeeld met 10% of 20%.
Op papier klinkt de tweede aanpak aantrekkelijk. Je koopt immers tegen lagere koersen. Toch laten de resultaten iets anders zien. Wie iedere maand blijft beleggen, doet vanaf het begin mee met het langetermijnrendement van de aandelenmarkt. Bij een dipstrategie blijft een deel van het geld juist regelmatig in cash staan. Daardoor wordt een belangrijk deel van de stijgende markt gemist.
De eerste grafiek laat zien hoe de waarde van de verschillende strategieën zich door de tijd ontwikkelt.

Zo lees je deze grafiek. Bij periodiek beleggen wordt iedere maand direct €100 ingelegd. Bij de dipstrategieën wordt die €100 per maand eerst apart gezet en pas belegd zodra de markt voldoende is gedaald ten opzichte van een eerder hoogtepunt, bijvoorbeeld met 10% of 20%. Het bedrag dat op dat moment wordt ingelegd, is dus het volledige opgespaarde bedrag. Als er bijvoorbeeld tien maanden lang geen dip is geweest, staat er €1.000 klaar; zodra de gekozen dipgrens wordt geraakt, wordt dat bedrag in één keer belegd. Daarna begint het opbouwen van cash opnieuw. De grafiek laat daardoor niet alleen zien wat kopen op lagere koersen kan opleveren, maar ook wat het kost als geld lange tijd aan de zijlijn blijft staan.
De tweede grafiek vat dezelfde vergelijking samen in één eindwaarde per strategie.

De eindresultaten laten hetzelfde beeld zien. In deze historische analyse levert maandelijks beleggen het hoogste eindvermogen op. Hoe groter de daling waarop wordt gewacht, hoe lager het uiteindelijke resultaat.
Dat betekent niet dat een dipstrategie nooit beter kan presteren. In sommige periodes zal dat zeker gebeuren. Maar over een lange periode blijkt het structureel wachten op een correctie meestal minder succesvol dan veel beleggers verwachten.
Het oordeel
"Buy the dip" is dus niet per definitie een slecht idee. Integendeel: extra beleggen tijdens een forse beursdaling kan juist verstandig zijn. Het verschil zit in de uitvoering. Wie blijft beleggen én tijdens een flinke correctie extra inlegt, vergroot zijn positie tegen lagere koersen zonder de stijgende markt mis te lopen. Wie daarentegen eerst jarenlang wacht op de volgende dip, loopt het risico dat de markt ondertussen gewoon verder stijgt.
Voor de meeste particuliere beleggers blijft daarom een eenvoudige strategie vaak sterk: beleg volgens een plan en laat je niet te veel leiden door de vraag wanneer het perfecte instapmoment komt. Dat kan via periodiek beleggen, bijvoorbeeld als je maandelijks geld opzijzet. Heb je al een groter bedrag beschikbaar, dan is gespreid instappen niet automatisch beter dan direct beleggen; het kan wel helpen om het risico van een ongelukkig instapmoment gevoelsmatig te verkleinen. Wie die afweging verder wil maken, kan ook het artikel ‘Ineens of gespreid inleggen?’ raadplegen. Zie je tijdens een beursdaling een kans om wat extra in te leggen? Dan kan “buy the dip” een mooie aanvulling zijn. Maar liever als extra, dan als basis van je beleggingsstrategie.
Goed om te weten. Aan beleggen zijn risico’s verbonden. De waarde van je belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen.
