Lange rente op hoogste niveau in jaren: wat speelt er?
Lange rentes stijgen door hogere financieringsbehoeften van overheden en bedrijven, maar van stress in de obligatiemarkt is nog geen sprake. In onze actief beheerde portefeuilles wordt de impact verzacht doordat we gemiddeld een kortere looptijd aanhouden.

De inflatieangst in de VS neemt af en de Fed lijkt voorlopig geen renteverhogingen nodig te hebben, zoals we vorige week al schreven. Toch lopen de lange rentes op. De Amerikaanse tienjaarsrente staat inmiddels op 4,7%.

Dat raakt beleggers direct: stijgende rentes drukken de koersen van bestaande obligaties en vormen tegenwind voor aandelen.
Geen signalen van stress
Hoewel de rente stijgt, zien we nog geen tekenen van onrust. De tienjaarsrente beweegt nog steeds binnen de bandbreedte van de afgelopen jaren, kredietopslagen blijven laag en de vraag naar bedrijfsobligaties is groot. Dat wijst niet op een markt die zich zorgen maakt over de economie.
Dertigjaarsrentes de hoogte in
Maar er is wel wat aan de hand. Dat zie je het sterkst in de dertigjaarsrente. In de VS staat die nu op 5,3% en in Duitsland op 3,75%, het hoogste niveau sinds respectievelijk 2007 en 2011. De scherpste stijging zie je in Japan, daar hebben ze al dertig jaar niet zulke rentes gezien.

Waarom stijgen lange rentes?
Er zijn meerdere oorzaken aan te wijzen voor het stijgen van de reële rente (de rente gecorrigeerd voor inflatie).
1. De gebrekkige begrotingsdiscipline van overheden
Lange rentes zijn traditioneel het terrein van overheden. Die geven langlopende obligaties uit om hun begrotingstekorten te dekken.
In principe zou je nu de economie het goed doet, mogen verwachten dat de belastinginkomsten meevallen en dat de staatsschuld afneemt. Maar in de praktijk zien we dat overheden in ontwikkelde markten een veel ruimer begrotingsbeleid voeren. Populisme speelt daarbij een rol en het conflict in het Midden-Oosten heeft dat probleem verergerd.
Zolang deze landen niet bereid zijn hun begrotingstekorten terug te dringen, zakt het vertrouwen in de overheid en dus zien we hogere rentes.
2. Bedrijven concurreren om kapitaal
Er is dit jaar voor 300 miljard dollar aan langlopende bedrijfsobligaties geplaatst. Met de aankondigingen erbij staat de teller zelfs op 474 miljard. Het opgehaalde geld wordt vooral gebruikt voor investeringen in kunstmatige intelligentie (AI).
Als belegger in langlopende obligaties heb je met een obligatie van een hyperscaler (een bedrijf als Google, Apple of Meta) nu een alternatief voor staatsleningen.
3. Minder kopers
Traditioneel zijn verzekeraars en pensioenfondsen kopers van dertigjaarsobligaties. Maar in Japan kopen verzekeraars bijna geen lange schuld meer en krijgen pensioenfondsen steeds meer ruimte om elders te beleggen. Intussen zijn Nederlandse pensioenfondsen verlost van de plicht om dertigjaarsrente te kopen.
Nu traditionele kopers minder vanzelfsprekend lange obligaties opnemen, moet de markt sterker leunen op de marginale koper: de belegger die alleen bij voldoende rentevergoeding bereid is extra aanbod te absorberen. In de VS is dat de private belegger. En die vraagt een opslag voor lange rentes.
Wat betekent dit voor de portefeuilles?
In de actief beheerde obligatieportefeuilles houden we een kortere gemiddelde looptijd aan dan die van de brede markt. Daardoor zijn de portefeuilles minder gevoelig voor rentestijgingen. Al blijven die natuurlijk vervelend.
Het voordeel is wel dat de lopende rente op de obligatieportefeuille steeds hoger ligt. Dus alles wat je dit jaar niet verdient in obligaties, ga je de komende jaren met rente goedmaken.Goed om te weten. Aan beleggen zijn risico’s verbonden. De waarde van je belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen.
