Italiaanse toestanden?

Leontien de Waal

Leontien de Waal

Binnenkort mag ik mij volledig onderdompelen in het nieuwe werken, zonder kastruimte of een vaste werkplek. Dit betekent dat ik volledig digitaal ga werken. Erg bevrijdend om vorige week de laatste stapel papier en rapporten weg te gooien. Alhoewel…ik kwam 1 rapport tegen waar ik mij nog steeds ongemakkelijk bij voel. Het rapport ‘Kosten Koper’ uit 2013 van de tijdelijke commissie huizenprijzen, geschreven tijdens de meest recente woningmarktcrisis.

Commerciële huurmarkt vraagt om aandacht

Het rapport doet een aantal conclusies en aanbevelingen om te komen tot een meer evenwichtige prijs- en kostenontwikkeling op de koopwoningmarkt. Daarbij worden ook vraag- en aanbodfactoren in relatie tot de huurmarkt bezien. Mijn afdronk: er is werk gemaakt van de koopmarkt en de sociale huurmarkt, maar ten aanzien van de commerciële huurmarkt is nog weinig bereikt. Juist meer aanbod in dit segment en een betere doorstroom vanuit de andere segmenten draagt bij aan een beter bereikbare woonwens voor iedere Nederlander. Verbetert de doorstroom niet, dan lijkt het dat voornamelijk starters op de woningmarkt op de langere termijn verder achterop raken.

Onzekere toekomst voor starters op de woningmarkt

Krijgen we te maken met Italiaanse toestanden? In Italië is het niet ongebruikelijk dat jongeren tot ver na hun 30e thuis blijven wonen. Het komt wel eens voor dat mammoni’s (mannen, moederskindjes) geen afstand kunnen doen van de verzorging en de pasta van mama, maar veel vaker wonen jongeren uit nood nog bij hun ouders. Werkloosheid of te weinig inkomen om zelfstandig te wonen in combinatie met relatief hoge kosten voor levensonderhoud zijn de belangrijkste redenen. Ook in Nederland stijgt de gemiddelde leeftijd, waarop jongeren op zichzelf gaan wonen. In juni 2016 meldde het CBS dat jongeren in Nederlandgemiddeld 24,6 jaar zijn als ze het ouderlijk huis verlaten. In 2006 lag het gemiddelde nog op 23,6 jaar.

Meer belangstelling nodig voor betrokkenheid starters

Het lijkt mij niet de bedoeling dat een specifieke groep, die normaliter als de 'smeerolie/aanjager' op de woningmarkt wordt gezien, verder op afstand van het realiseren van hun zelfstandige woonwens wordt gezet. Ik weet niet welke maatregelen het meeste effect hebben en in welke volgorde die genomen moeten worden om hier iets aan te doen. Dat laat ik graag aan economen en beleidsmakers over. In het rapport worden een aantal handreikingen gedaan, zoals het geven van een woonvorm onafhankelijke stimulering vanuit de overheid (o.a. gefocust op doorstroming), bindende afspraken over de regionale realisatie van het benodigde type woningen en het meer in samenhang bekijken van de kapitaalopbouw via de eigen woning en het pensioen. Dat lijken me in ieder geval heldere vertrekpunten van waaruit meer specifieke oplossingen kunnen worden verkend.

Beste practices als vertrekpunt

Het komen tot oplossingen begint naar mijn idee op basis van de mooiste conclusie uit het rapport: Betrokkenen in de woningmarkt moeten zich bezighouden met herbezinning, een andere positiebepaling en nieuwe verdienmodellen. Dagelijks zie ik voorbeelden van nieuwe, regionale samenwerkingen tussen (publieke) opdrachtgevers, overheden, bouwbedrijven, ontwikkelaars, beleggers, kopers, verhuurders en beleidsmakers die hier invulling aan geven. Ik hoop van harte dat deze best practices inspireren tot een bredere evaluatie van wat werkt en wat niet. Hoe ziet over tien jaar de woningmarkt eruit? Hoe verhoudt het aantal (betaalbare) huurwoningen zicht tot het aantal koopwoningen? In die woningmarkt van de toekomst heeft de jonge woonconsument hopelijk een stevigere positie. Het zou mooi zijn als we Italiaanse toestanden kunnen voorkomen.

Dit is een column die in december 2016 is verschenen in NVM magazine

Contact

Rabobank