Duurzaam & circulair bouwen: ook bij infrasector in opmars

Vastgoedeigenaren, waaronder woningcorporaties, staan voor de uitdaging om hun vastgoedportefeuille te verduurzamen. Naast lagere energiekosten levert duurzaam vastgoed voordelen op voor het comfort en de gezondheid van de gebruikers. De mate van duurzaamheid en circulariteit wordt daarom een steeds belangrijker selectiecriterium voor opdrachtgevers, niet alleen bij gebouwen. 

Duurzaamheid ook in infrabouw belangrijker selectiecriterium

De bestaande infrastructuur veroudert in rap tempo en moet worden vervangen. Daarnaast is de realisatie van nieuwe infrastructuur van groot belang voor de Nederlandse economische ontwikkeling. Ook op maatschappelijk vlak zijn er duurzame uitdagingen, zoals de energietransitie, behoud van biodiversiteit en het bestendiger maken van de gebouwde omgeving tegen extreme droogte of wateroverlast (klimaatbestendig). Daarom wordt ook in de infrabouw duurzaamheid een steeds belangrijker criterium om bij te dragen aan deze maatschappelijke uitdagingen.

Aanbesteden op kwaliteit resulteert in energie neutrale snelweg

De EMVI-aanbestedingsmethode daagt uit tot innovatievere en duurzamere oplossingen bij de aanleg of vervanging van infrastructuur. Bij een EMVI-aanbesteding wordt niet alleen naar de prijs gekeken, maar wordt ook waarde toegekend aan (kwalitatieve) criteria als omgevingsmanagement, duurzaamheid of projectbeheersing.

Het consortium Parkway6 (Dura Vermeer, Besix, RebelValley, John Laing Investments) mag de A6 bij Almere over een lengte van 13,6 km verbreden van twee naar vier rijstroken per rijrichting. Projectdirecteur Erik Stoelinga van Dura Vermeer: “Bij de A6 hebben we onder andere goed gescoord op de EMVI-criteria met een plan om verkeershinder te beperken, de milieubelasting te minimaliseren en de CO2-uitstoot te beperken. Al deze aspecten zijn omgerekend naar een fictief bedrag welke we van de prijs van onze aanbieding hebben mogen aftrekken.”

De snelweg van de toekomst
Parkway6 neemt verschillende duurzame en CO2-beperkende maatregelen. Allereerst worden vrijkomende materialen zoveel mogelijk hergebruikt. De samenstelling van het asfalt wordt geoptimaliseerd, waardoor minder asfalt en onderhoud nodig is. De benodigde stroom voor de matrixborden en energiezuinige ledverlichting komt van een veld zonnepanelen midden in knooppunt Almere. Deze zonnepanelen voorzien in de totale energiebehoefte van de weg, waarmee dit de eerste energie neutrale snelweg van Nederland wordt. De A6 is daarmee een voorbeeld voor andere infraprojecten, want in 2030 moeten conform de ambitie van het Rijk al onze wegen, bruggen en tunnels energieneutraal zijn.

Gebruik van ECO-zand beperkt noodzaak zandwinning
Om te voorkomen dat de nieuwe weg gaat verzakken, wordt eerst voorbelasting van zand en puin aangebracht. Door het aanbrengen van dit extra gewicht vindt zetting van de grond plaats, voordat de nieuwe weg wordt aangelegd. Ter plaatse van het onderliggend wegennet wordt ECO-zand ingezet, een restproduct van thermisch gereinigd teerhoudend asfalt. Voorheen werd dit gebruikt in nieuwe asfaltmengsels en betonproducten. Nu is het al zo schoon dat dit product ook als zand kan worden toegepast. Hierdoor hoeft er minder nieuw zand uit het IJsselmeer gewonnen te worden. Door materialen eerst per schip naar transportlocaties nabij de werkzaamheden te vervoeren, wordt het wegtransport beperkt. Ook de overname van restpartijen zand bij nabijgelegen projecten beperkt de CO2-uitstoot. 

EMVI vraagt om samenwerken en selectiviteit bij MKB 
De EMVI-methode, zoals toegepast bij de aanbesteding van de A6, is niet alleen relevant voor grote bouwbedrijven. EMVI-criteria worden steeds meer de norm en zijn vanuit Europese wetgeving verplicht bij de grotere openbare aanbestedingen. EMVI-ambities kunnen alleen worden waargemaakt als de hoofdaannemer, onderaannemers en toeleveranciers vanaf het begin goed met elkaar samenwerken. 

MKB-bedrijven moeten er rekening mee houden dat EMVI meer tijd en geld vraagt in de voorbereidingsfase, terwijl er geen volledige vergoeding vanuit de opdrachtgever is voor de gemaakte offertekosten. Meedoen aan grotere aanbestedingen loont voor het MKB alleen als er zicht is op het kunnen inbrengen van toegevoegde waarde en hier een beloning tegenover staat. Momenteel worden bij een kwart van alle aanbestedingen projecten geclusterd, waardoor kleinere MKB-bedrijven vanwege hun bedrijfsomvang vaker buiten de boot vallen. Selectief meedoen in aanbestedingen en projecten helpt MKB-bedrijven om te voldoen aan gevraagde referenties bij clustering.

Blue Buildings: gezonde en comfortabele gebouwen

Het verduurzamen van de gebouwenvoorraad levert naast lagere energiekosten voordelen op voor het comfort en de gezondheid van gebruikers. Toch is er nog maar weinig aandacht voor de impact van gebouwen op onze productiviteit en gezondheid. Ondanks dat onderzoeken aantonen dat bij gezondere kantoren de arbeidsproductiviteit hoger ligt en het ziekteverzuim lager. Op dit vlak valt nog veel winst te behalen. Personeelskosten bedragen 75 tot 90 % van de totale kosten van een bedrijf en ziekteverzuim kost de Nederlandse werkgevers jaarlijks € 11,5 miljard (TNO, 2014). Naast gezondere en productievere medewerkers resulteert een gezond kantoor volgens Cushman & Wakefield ook in een hogere huur en snellere verhuur. Verhuurders die niet in duurzaamheid investeren, krijgen te maken met afnemend rendement.

Lees hier meer over de impact van een gezond gebouw op zijn medewerkers

Eerste Nederlandse gebouwen met WELL-certificering in aanbouw
Het Blue Building Institute wil kennis over ‘Blue Buildings’, gebouwen die een positieve impact hebben op de mens, uitbreiden en verspreiden. Het instituut zet zich daarom in voor aansluiting van het WELL Building keurmerk op de BREEAM-NL certificering voor duurzame gebouwen. Het keurmerk beoordeelt zaken die van invloed zijn op een goed binnenklimaat, gezonde mindset en stressreductie, om het welzijn van medewerkers te bevorderen. De zeven onderdelen zijn:

  • Licht
  • Lucht (kwaliteit, ventilatie)
  • Water
  • Comfort (akoestiek, temperatuur)
  • Voeding
  • Geestelijke gezondheid
  • Beweging

De eerste Nederlandse panden met een WELL-certificaat worden in 2018 opgeleverd, zoals het WTC in Utrecht (Silver) en het nieuwe hoofdkantoor van Asics in Hoofddorp (Gold). 

Hele bouwketen nodig voor waarmaken WELL ambitie
Om de WELL-ambitie te kunnen realiseren is de inzet van verschillende partijen in het bouwproces nodig. Zo dient de aannemer bijvoorbeeld luchtdicht te bouwen en zo veel mogelijk stofvrij te werken om luchtkanalen van installaties schoon te houden. Architecten moeten zich beperken tot emissiearme materialen en meubilair (vrij van vluchtige organische stoffen zoals vlamvertragers en weekmakers) en worden uitgedaagd een gebouw zo te ontwerpen dat het trapgebruik stimuleert. Andere voorbeelden die een hoge WELL-score helpen te behalen zijn: integratie van natuur in en rond het gebouw, een nagalmtijd van maximaal 0,5 seconden, een kantine met gezond voedsel en verwarming en koeling middels een systeem gebaseerd op straling.

Wet- en regelgeving: Introductie MPG-grenswaarde stimuleert circulair bouwen

Per 1 januari 2018 wordt een maximale grenswaarde ingevoerd voor de milieuprestatieberekening. Deze moet bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor woningen en kantoren aanwezig zijn. De MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) geeft inzicht in de milieubelasting van de materialen en installaties in een gebouw. Deze is onder andere afhankelijk van de benodigde grondstoffen, productie, transport, onderhoud en levensduur. Ook scenario’s voor recycling en hergebruik van de gebruikte materialen kunnen in de berekening worden meegenomen.

De maximale MPG-waarde bedraagt € 1,- per m2 bruto vloeroppervlak per jaar. Dit zijn de fictieve kosten die gemaakt moeten worden om de milieuschade door de materialen in een gebouw ongedaan te maken. De grenswaarde lijkt aan de voorzichtige kant. Deze zal waarschijnlijk, net als eerder met de EPG-waarde, verder worden aangescherpt. De soepele grenswaarde creëert bewustwording:

  • Partijen krijgen de tijd om ervaring op te doen.
  • Producenten worden aangezet tot een duurzamer productieproces om zo concurrerend te blijven.
  • Opdrachtgevers, bouwers en architecten worden gestimuleerd om na te denken over duurzame alternatieven van traditionele materialen en werkwijzen.

Op zoek naar een optimale verhouding tussen energiezuinig en milieubewust
De eisen voor energie- (EPG) en materiaalgebruik (MPG) hangen deels met elkaar samen. Ondanks dat EPG-gunstige maatregelen ongunstige gevolgen kunnen hebben voor de MPG en omgekeerd. Omdat nu voor zowel de EPG als MPG minimale eisen gaan gelden, kan er naar een optimale verhouding worden gezocht tussen de energiezuinigheid van een gebouw en milieubewust materiaalgebruik. De combinatie van beide normen helpt ons daarom in de transitie naar een duurzame én energiezuinige circulaire economie. Naar verwachting worden de beide normen in de toekomst zelfs samengebracht in het duurzaamheidsprestatiegetal (DPG).

Lees ook de BouwUpdate 4e Kwartaal 2017

Contact

Rabobank