Update

Wat dragen agrarische ondernemers bij aan biodiversiteit?


Biodiversiteit speelt een steeds grotere rol in de landbouw. Agrarische ondernemers maken dagelijks keuzes die invloed hebben op bodem, planten en dieren. In de praktijk blijkt dat biodiversiteit vaak begint met kleine, haalbare stappen op het erf en perceel. Wanneer ondernemers deze maatregelen combineren en onderdeel maken van hun bedrijfsvoering, ontstaat een robuuster landbouwsysteem. In dit artikel laten we zien wat ondernemers doen, wat het oplevert en hoe zij groeien naar meer samenhang in de aanpak.

Biodiversiteit

In het kort

    Biodiversiteit begint met keuzes op erf en perceel die direct invloed hebben op bodem en ecosysteem. Kleine maatregelen zoals kruidenrijke randen en hagen zorgen snel voor zichtbaar effect in natuur en bedrijf. Samenhang tussen bodem, teelt en landschap maakt het systeem robuuster en minder afhankelijk van externe inputs. Monitoring helpt ondernemers beter sturen op biodiversiteit en versnelt leren binnen het bedrijf. Praktijkvoorbeelden tonen dat biodiversiteit bijdraagt aan weerbaarheid en toekomstbestendig ondernemen.

Voor veel mensen is biodiversiteit in de landbouw direct verbonden met weidevogels en akkervogels. Dat is niet vreemd: juist in Nederland dragen veel agrarische ondernemers actief bij aan weidevogelbeheer, akkervogelbeheer en landschapsbeheer. Daarmee leveren zij al op grote schaal een concrete bijdrage aan natuur op het boerenbedrijf.

Biodiversiteit begint op het erf en in het teeltsysteem

Biodiversiteit staat onder druk en raakt ook de agrarische sector. Ondernemers hebben met hun dagelijkse keuzes directe invloed op het ecosysteem op en rond hun bedrijf. Denk aan het bouwplan, bodembeheer en de inrichting van het landschap. Dat varieert van maatregelen voor bodem en gewas tot specifiek beheer gericht op soorten, zoals het later maaien voor weidevogels, het inzaaien van akkerranden voor akkervogels of het onderhouden van sloten en landschapselementen.

Om inzicht te krijgen, interviewde Rabobank ondernemers en initiatiefnemers uit verschillende sectoren en regio’s. Wat doen zij concreet? Wat levert het op? En welke stappen zijn voor andere ondernemers haalbaar?

Uit de gesprekken blijkt een duidelijke ontwikkeling. Veel bedrijven starten met losse maatregelen (NIL niveau 1) en groeien daarna door naar een integrale aanpak (NIL niveau 2). Biodiversiteit verschuift daarmee van ‘extra’ naar een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. Daarbij bouwen veel ondernemers voort op ervaringen die ze al hebben met agrarisch natuurbeheer, bijvoorbeeld voor weidevogels of akkervogels, en verbreden ze dit naar het hele bedrijfssysteem.

Natuurinclusieve landbouw (NIL)

NIL staat voor Natuurinclusieve landbouw: een vorm van landbouw die gebruikmaakt van natuurlijke processen en deze integreert in de bedrijfsvoering. NIL niveau 0 geldt als niet natuurinclusief en niveau 1 als instapniveau. In de boerenpraktijk worden de eerste stappen naar natuurinclusief werken vaak gezet door te starten met agrarisch natuur- en landschapsbeheer, of door het verminderen van inputs en het beperken van emissies in het productieproces. Op niveau 2 is biodiversiteit een integraal onderdeel van de bedrijfsstrategie.

Niveau 0: voldoen aan wettelijke verplichtingen
Niveau 1: specifieke maatregelen
Niveau 2: actieve sturing op systeemniveau
Niveau 3: systeem aangepast op natuur

In dit artikel ligt de focus op niveau 1 en 2. Niveau 3 gaat ook over gebiedsbrede maatregelen. Dit komt aan bod in het volgende artikel: Gebiedsgerichte aanpak met positieve impact op biodiversiteit.

Bron: Louis Bolk Insituut en Wageningen University & Research

Kleine stappen maken direct verschil (NIL niveau 1)

Veel ondernemers starten met maatregelen die eenvoudig inpasbaar zijn. Denk aan bloemrijke randen, heggen, kruidenrijk grasland of minder intensief maaibeheer. In de melkveehouderij sluit dit vaak aan op bestaand weidevogelbeheer, waarbij bijvoorbeeld later maaien of extensiever gebruik van grasland wordt gecombineerd met meer kruidenrijk grasland.

Deze maatregelen leveren niet alleen in natuurwinst, maar ook praktische voordelen. Bijvoorbeeld minder wind, meer bestuivers en een betere bodemstructuur.

De aanpak is vaak vergelijkbaar:

  1. Kies één zichtbare start, zoals een kruidenrijke rand of heg.
  2. Maak biodiversiteit functioneel voor je bedrijfsvoering. Koppel het aan microklimaat, plaagdruk, dierwelzijn of bodemstructuur.
  3. Werk stap voor stap en zorg voor blijvend beheer.

Deze eerste stappen vormen de basis voor verdere ontwikkeling.

Biodiversiteit als fundament van het bedrijf

Op Ekoboerderij De Eerste in Marknesse is biodiversiteit de basis van het bedrijf. Het gemengde bedrijf combineert akkerbouw, veehouderij en directe verkoop. Door de jaren heen zijn houtwallen, singels en bomen aangelegd. Die zorgen voor beschutting, schaduw en leefruimte voor insecten en vogels. Dit helpt bij natuurlijke plaagbestrijding en maakt het systeem stabieler.

Die houtwallen zijn voor ons ook functioneel. Ze geven rust en maken het bedrijf sterker,” zegt ondernemer Gerrit Marsman.

Ook onder de grond is het effect zichtbaar. Het organische stofgehalte is duidelijk gestegen. Sinds de jaren 90 steeg dit van 2% naar 4,5% nu. “Dat soort cijfers zie je dus niet in één teeltseizoen, het echte effect zie je pas een generatie verder.” aldus Marsman. Dit laat zien hoe biodiversiteit en bodemopbouw samenkomen in de praktijk en een langjarige aanpak vereist.

Sla-oogst op ekoboerderij De Eerste
Sla-oogst op Ekoboerderij De Eerste in Marknesse.

Meten en leren versnelt de ontwikkeling

Op melkveebedrijf De Waaistap in het Brabantse Heeswijk-Dinther wordt biodiversiteit onder andere gemonitord via het BIMAG-programma (Boeren Insecten Monitoring Agrarisch Gebied). Ondernemer Noortje Krol brengt elke twee weken nachtvlinders in kaart op erf, op percelen en bij natuurmaatregelen met behulp van LedEmmers. Na het fotograferen laat ze de gevangen vlinders weer vrij, waarna experts van De Vlinderstichting de soorten determineren en registreren. Voor Krol is monitoring geen doel op zich, maar een praktisch hulpmiddel: inzicht in soorten helpt haar om bewuster keuzes te maken in maaibeheer, randen en de inrichting van haar bedrijf.

Samenhang

“Boeren hebben behoefte aan feitelijke kennis over biodiversiteit op hun eigen bedrijf,” zegt projectleider Lisa Ligtermoet (LTO Noord). ‘Boeren willen weten wat er gebeurt op hun land en hoe zij daar zelf invloed op kunnen hebben.’ Noortje beaamt dat: “Doordat je soorten ziet, ga je er anders naar kijken. Het gaat om kleine stappen die je blijft zetten.” Zo helpt monitoring om van losse maatregelen naar een samenhangende aanpak te groeien.

Op het bedrijf is meer dan 55 hectare kruidenrijk grasland aangelegd (onder andere via het 1001ha-initiatief) en zijn heggen, landschapselementen en bloemrijke randen gerealiseerd. Daarmee verschuift de aanpak van NIL 1 naar NIL 2: een samenhangend pakket op bedrijfsniveau. Deze inzichten helpen om bewuster keuzes te maken. Zo draagt monitoring bij aan verbeteringen in maaibeheer, inrichting en gewaskeuze.

Lees het hele verhaal over Noortje en BIMAG.

Noortje Krol
Noortje Krol controleert vangemmers met nachtvlinders.

Samenhang in teelt en landschap vergroot effect (NIL niveau 2)

De gebiedscoöperatie Het Buijtenland van Rhoon laat zien hoe biodiversiteit onderdeel wordt van de bedrijfsvoering. Dat is kenmerkend is voor NIL niveau 2. Een belangrijk onderdeel is het bouwplan. In het gebied wordt gewerkt met ruime rotaties van granen, bloeiende maaivruchten (zoals olie- en eiwitgewassen) en hakvruchten, waarbij aardappelen maximaal eens per zes jaar op hetzelfde perceel terugkomen. Dit vergroot de variatie boven én onder de grond en verlaagt de druk van ziekten en plagen.

Reductie van middelengebruik vraagt vakmanschap, maar het dwingt ook tot beter begrijpen van bodem, gewas en natuurlijke vijanden.

Daarbovenop komt middelenreductie als systeemkeuze. In Het Buijtenland worden geen insecticiden gebruikt en wordt gestreefd naar een sterke reductie van herbiciden en fungiciden op productiekavels; op natuurmaatregelen wordt geen chemie toegepast. Dat vraagt vakmanschap, maar het dwingt ook tot beter begrijpen van bodem, gewas en natuurlijke vijanden.

Ook de inrichting van het landschap speelt een grote rol. Denk aan akkerranden met zaaimengsels, heggen, hoogstamboomgaarden, plas-dras oevers en wintervoedselvelden. Samen leveren ze voedsel, schuilplekken en nestmogelijkheden, maar ze maken het systeem ook robuuster: insectenpopulaties stabiliseren en natuurlijke plaagregulatie krijgt meer kans.

Langjarige zekerheid nodig

Een van de leden van de coöperatie is ondernemer Wiard Visser van boerderij de Buytenhof. “Het is vooral lerend beheren,” zegt hij. “Je moet blijven meten en bijsturen.” Voor dit type aanpak is langjarige zekerheid nodig. “Zonder duidelijke afspraken over grond en contracten is het lastig om te investeren in maatregelen met een lange terugverdientijd.”

Het Buijtenland werkt met onafhankelijk monitoren van flora, vogels, insecten, bodem en water, en gebruikt de uitkomsten om bij te sturen. Dat maakt biodiversiteit zichtbaar en zorgt voor meer sturing. Wiard visser: “Wat ons vrij uniek maakt, is dat er veel gemeten wordt aan natuurwaarde. Soms haal je doelen nog niet - dan moet je bijsturen.”

Lees het hele verhaal over Wiard en Buijtenland van Rhoon

Rode draden: wat werkt en wat levert het op

In alle sectoren zien we dezelfde typen maatregelen terug:

    Bodemopbouw: meer organische stof via vaste mest, compost, groenbemesters en minder intensieve grondbewerking. Teeltsysteem: meer variatie en ruimere rotatie. Landschap met groene en blauwe elementen: kruidenrijke randen, slootkanten, heggen, houtwallen. Soortgericht beheer: maatregelen specifiek gericht op weidevogels, akkervogels en andere soorten, vaak in collectief verband uitgevoerd.

Wat leveren deze maatregelen op? Vooral meer weerbaarheid. Denk aan een betere bodem, minder afhankelijkheid van chemie en stabielere opbrengsten. En de belangrijkste les: losse maatregelen helpen, maar samenhang maakt het verschil.

Van eerste stap naar samenhang: dit kun je doen

Wil je aan de slag met biodiversiteit op jouw agrarische bedrijf? Dit zijn praktische stappen:

1. Begin met één haalbare maatregel (NIL niveau 1);

2. Voeg een systeemstap toe, zoals rotatie of bodembeheer (NIL niveau 2);

3. Meet en leer van wat er gebeurt op je bedrijf;

4. Werk toe naar samenhang tussen bodem, teelt en landschap.

Biodiversiteit groeit stap voor stap. De praktijk laat zien dat dit leidt tot een sterker en toekomstbestendig landbouwsysteem.

Wat dragen agrarische ondernemers bij aan biodiversiteit? - Rabobank