Inhoudsopgave
Dit artikel is onderdeel van:
Onderzoek
Economische groei sterk geconcentreerd in Groot-Amsterdam en Zuidoost-Brabant
De Nederlandse economie groeit in 2026 naar verwachting met 1,3%. De sterkste groei voorzien we in Groot-Amsterdam (3,1%) en Zuidoost-Brabant (2,6%). Deze regio’s waren samen met Utrecht goed voor meer dan de helft van de nationale groei in de afgelopen drie decennia. In Zuidoost-Brabant komt 60% van de groei uit de industrie; in Groot-Amsterdam dragen vooral zakelijke dienstverlening en media & ICT bij.
In het kort
Groei Nederlandse economie leunt op overheidsuitgaven en consumentenbestedingen
De economie van Nederland groeit dit jaar waarschijnlijk met 1,3%. Daarmee lijken de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten kleiner dan eerder voorzien, ondanks de oplopende inflatie. De onzekerheid blijft echter groot, waardoor het economische beeld de komende maanden zowel positief als negatief kan veranderen. De oorlog blijft bovendien van grote invloed op bepaalde sectoren. Door de aanhoudende patstelling blijven de energieprijzen hoog, waar vooral de energie-intensieve sectoren hinder van ondervinden.
Maar er zijn meer ontwikkelingen die van invloed zijn op de sectoren. De lage waterstanden raken de binnenvaart en dus de transportsector, de media- & ICT-sector profiteert van AI-ontwikkelingen en de handel en de horeca groeien door hogere consumentenbestedingen. In de landbouw en de bouw voorzien we juist krimp. De industrie groeit waarschijnlijk wel, maar minder sterk dan de totale landelijke groei. De verschillen in sectorale groeiverwachtingen vormen de basis van onze regionale prognoses, samen met de regionale sectorstructuur en het regionale vestigingsklimaat (zie box 1).
Box 1: De regioprognoses zijn gebaseerd op een mix van historische data en voorspellingen
Economische groei verschilt per regio, en dat is deels te verklaren door de sectorstructuur: het aandeel van sectoren in de regionale economie. Regio’s met een relatief groot aandeel in snelgroeiende sectoren, zoals de informatie- en communicatietechnologie, profiteren van die groei. Omgekeerd blijft de verwachte groei juist achter in regio’s met een sterke vertegenwoordiging van sectoren waar de groei onder druk staat.
De sectorstructuur is echter niet de enige bepalende factor. Ook het regionale ondernemerschapsklimaat speelt een belangrijke rol. Regio’s waar bedrijven kunnen floreren dankzij een sterke kennisinfrastructuur, goede fysieke bereikbaarheid, een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en de aanwezigheid van bedrijvencentra waar kennisuitwisseling plaatsvindt, hebben een beter uitgangspunt voor economische groei. Deze omstandigheden versterken het aanpassingsvermogen van de regio’s en vergroten hun groeipotentieel, ook in economisch uitdagende tijden.
Groei verwacht in bijna alle regio’s
In vrijwel alle regio’s verwachten we dit jaar groei (zie figuur 1). Alleen in Oost-Groningen en IJmond voorzien we economische krimp. De productiesectoren vormen daar een groot deel van de economie en de regionale omstandigheden zijn er minder gunstig. Het grote aandeel van productie speelt ook Noord-Holland-Noord, Zuidwest-Friesland, Delfzijl, Zuidoost-Drenthe en Zeeuws-Vlaanderen parten. Daar komt bij dat in al deze gebieden de informatie- en communicatiesector, waarschijnlijk met afstand de sterkste groeisector in 2026, veel minder is vertegenwoordigd. Tot slot concurreert IJmond met Groot-Amsterdam. Doordat de hoofdstedelijke regio veel economische activiteit naar zich toetrekt, groeien gebieden daaromheen minder snel. Dit geldt dus ook voor Agglomeratie Haarlem, Leiden en Bollenstreek, Zaanstreek, Gooi en Vechtstreek en Oost-Zuid-Holland.
Groot-Amsterdam voert de lijst aan, met een verwachte groei van 3,1%, op de voet gevolgd door Zuidoost-Brabant (Brainport; 2,6%). Dit is inmiddels geen verrassing meer. De regio Amsterdam heeft niet alleen een gunstige economische structuur, met vooral veel ICT-dienstverlening, ook het vestigingsklimaat maakt het gebied al decennia bijzonder aantrekkelijk. Utrecht is de enige andere Randstedelijke regio met een bovengemiddelde groeiverwachting. Ook die regio kan profiteren van de grote vraag naar ICT-diensten. Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe en Twente liggen qua groeiverwachting net boven het landelijke cijfer. Met name de zorgsector draagt daar positief aan bij. Flevoland en Zuidoost-Friesland profiteren vooral van de beschikbare ruimte voor nieuwe bedrijvigheid.
Figuur 1: Hoogste groeiverwachting in Groot-Amsterdam en Brainport

Economische groei is geografisch geconcentreerd
Groot-Amsterdam en Zuidoost-Brabant staan al enige tijd bovenaan onze lijst van regio’s met de hoogste groeiverwachting. Ook als we naar de werkelijke economische groei in de afgelopen decennia kijken, steken deze gebieden erbovenuit. De gemiddelde jaarlijkse groei van Groot-Amsterdam was de afgelopen dertig jaar 3,2%, die van Zuidoost-Brabant 2,9%, terwijl de landelijke groei gemiddeld 1,9% bedroeg.
Beide regio’s hebben ook nog eens een relatief grote omvang. Met een aandeel van maar liefst ruim 16% in de Nederlandse economie geldt dat met name voor Groot-Amsterdam, met 6% wat minder voor Zuidoost-Brabant. Door de combinatie van hoge groei en grote omvang zijn deze gebieden essentieel voor de Nederlandse economische groei. Ook Utrecht heeft een grote economie en een bovengemiddelde groei.
Sinds 2013 groeide de Nederlandse economie met bijna 26,7%, waarvan 7,5, 3,5 en 2,5%-punt voor rekening kwam voor respectievelijk Groot-Amsterdam, Utrecht en Zuidoost-Brabant (zie figuur 2 en de bijlage). Daarmee zijn deze regio’s goed voor meer dan de helft van de landelijke groei sinds 2013. Als onze prognoses voor dit jaar werkelijkheid worden, dan bedraagt het aandeel van deze drie gebieden in de totale landelijke groei in 2026 maar liefst 64%.
Figuur 2: Economische groei geconcentreerd in Groot-Amsterdam, Utrecht en Zuidoost-Brabant

Groeiregio’s Groot-Amsterdam en Zuidoost-Brabant leunen op enkele sectoren
Kijken we vervolgens naar de samenstelling van de groei in deze regio’s, dan valt op dat in Zuidoost-Brabant de industrie tussen 2013 en 2023 een aandeel had van maar liefst 60% van de totale groei. Als gevolg daarvan nam het aandeel van die sector in de regionale economie toe van een vijfde naar een derde. Groot-Amsterdam staat meer bekend om zijn dienstverlening. De zakelijke dienstverlening was daar goed voor 41% van de totale groei, de media- & ICT-sector voor 20%. Drie vijfde van de groei is hier dus afhankelijk van slechts twee sectoren. In Utrecht is de groei meer verspreid en de economie gevarieerder.
Figuur 3: Groei in de groeiregio’s concentreert zich in enkele sectoren

Bijlage
Figuur 4: Economische groei geconcentreerd in Groot-Amsterdam, Utrecht en Zuidoost-Brabant








