Update
Economisch Kwartaalbericht: groei Nederlandse economie leunt dit en volgend jaar sterk op overheidsuitgaven en consumentenbestedingen
Toenemende bestedingen van huishoudens en vooral stijgende overheidsuitgaven zorgen dit en komend jaar voor verdere groei van de Nederlandse economie. We verwachten dit jaar een bbp-groei van 1,3% en in 2027 van 1,1%.

In het kort
Figuur 1: Nederlandse economie blijft naar verwachting groeien

Algemeen beeld
Ondanks de oplopende inflatie door spanningen in het Midden-Oosten en de doorwerking daarvan op de mondiale energiemarkten verwachten we dat de Nederlandse economie dit en volgend jaar blijft groeien met respectievelijk 1,3% en 1,1%. De werkloosheid loopt daarbij naar verwachting op van gemiddeld 4,0% dit jaar naar 4,2% in 2027. In deze raming gaan we uit van een aanhoudende patstelling tussen de Verenigde Staten en Iran rond de Straat van Hormuz, waardoor de energieprijzen langer hoog blijven en dus steeds verder doorsijpelen in de kosten van producten en diensten. Waardoor de inflatie daardoor de komende jaren relatief hoog blijft (dit jaar naar verwachting 2,8% en in 2027 3,4%). Tegelijkertijd blijft de onzekerheid groot: zowel de-escalatie als escalatie van het conflict kan het economische beeld sterk veranderen.
Binnenlands kan met name de politieke situatie onze ramingen doorkruisen, doordat het Kabinet-Jetten in geen van beide Kamers een meerderheid heeft. Daardoor kan de uiteindelijke omvang en timing van de overheidsuitgaven, waarvan we nu verwachten dat deze dit en volgend jaar sterk bijdragen aan de economische groei, dus nog schuiven.
Tabel 1: Verwachtingen voor de Nederlandse economie

Figuur 2: Meer economische activiteit voorzien door met name huishoudens en overheid

Gemiddelde consument geeft dit jaar naar verwachting meer uit
Gecorrigeerd voor inflatie kopen Nederlandse consumenten dit jaar naar verwachting 1,2% meer goederen en diensten. Dat komt vooral door de (nog) toenemende koopkracht (dit jaar naar verwachting plus 0,9%). De cao-lonen stijgen met 4,2% in onze raming namelijk een stuk harder dan de prijzen, die dit jaar naar verwachting met 2,8% omhooggaan. Daarnaast blijft de werkloosheid mede dankzij een stagnerend arbeidsaanbod beperkt (gemiddeld 4,0% dit jaar en 4,2% volgend jaar, figuur 3), wat de bestedingen ondersteunt.
Bovendien zijn er simpelweg meer consumenten: volgens CBS-cijfers telt Nederland dit jaar bijna 0,5% meer inwoners dan in 2025. Dat leidt op zichzelf al tot hogere totale consumentenuitgaven. De voorziene consumptiegroei voor dit jaar ligt wel fors boven de bevolkingsgroei, wat erop wijst dat ook de uitgaven per Nederlander dit jaar duidelijk toenemen (zie figuur 4).
Volgend jaar stijgen de uitgaven per inwoner minder hard. De consumptie neemt naar verwachting 0,6% toe, nauwelijks meer dan de geraamde bevolkingsgroei van 0,5%. De conflicten in het Midden-Oosten jagen de inflatie aan, tot gemiddeld 3,4%, tegenover een geraamde cao-loonstijging in 2027 van 4,2%. Na de geplande belastingverhogingen door het kabinet blijft er een min voor de koopkracht over van naar schatting 0,6%, wat de groei van de huishouduitgaven remt.
Figuur 3: Kleine stijging werkloosheid voorzien

Figuur 4: Gemiddeld geven Nederlanders in 2026 en 2027 meer uit

Stagnatie bedrijfsinvesteringen voorzien
Na een krimp van 2,9% in 2025 verwachten we dat bedrijfsinvesteringen dit en volgend jaar per saldo stagneren. We voorzien een gemiddelde groei van 0,8% dit jaar, gevolgd door 0,2% daling in 2027. Ondanks de onzekerheid rond het Midden-Oosten is het producentenvertrouwen van de industrie de afgelopen maanden, door optimisme in met name de elektrotechnische- en machine-industrie, iets hersteld en ligt deze indicator voor het eerst sinds het voorjaar van 2023 weer boven nul.
Daar staat wel tegenover dat de oplopende inflatie als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten zowel de korte als de lange rentes heeft opgestuwd, wat investeren duurder maakt (zie ook: ‘Hogere rentelasten op publieke schuld door geopolitieke turbulentie en een veranderende schuldstructuur’). Zo lag de vijfjaars euroswaprente eind augustus ruim 0,8%-punt hoger dan een jaar eerder. De sporen die de Iran-oorlog trekt in de energiemarkten zorgen bovendien voor hogere energielasten. Bij elkaar verwachten we daarom na het lichte herstel in de eerste helft van dit jaar vooruitkijkend nauwelijks groei van de bedrijfsinvesteringen.
Figuur 5: Machine-industrie duwt Nederlandse industrie in de richting van voorzichtig optimisme

Woninginvesteringen koersen naar verwachting licht omlaag
Vorig jaar herstelden de woninginvesteringen sterk van een flinke dip in 2023 en 2024. Maar dit en volgend jaar zet dat herstel naar verwachting niet door. Voor 2026 verwachten we een gemiddelde min van 0,7% voor de woninginvesteringen, gevolgd door een verdere daling van 0,8% in 2027. Ondanks een recente heropleving van het aantal verstrekte bouwvergunningen lijkt het aantal projecten waar daadwerkelijk de schop in de grond gaat tegen een plafond te lopen (zie figuur 6). Dat komt vermoedelijk door capaciteitsproblemen in de sector, en door een mogelijke mismatch tussen het aanbod en het type koopwoning dat huizenzoekers willen (zie ook ‘Nuances bij veronderstellingen over het woningtekort’). Daarnaast drukt de gestegen rente door de situatie in het Midden-Oosten de vraag naar nieuwbouwwoningen, terwijl de bouwkosten stijgen. Dat kan tot afstel of uitstel van projecten leiden. Verder voorzien we structurele uitdagingen waarvoor op korte termijn naar verwachting geen oplossing wordt gevonden, zoals de problemen op het elektriciteitsnet en de aankomende Kaderrichtlijn Water. Dit zit een verder herstel van de woningbouw in de weg.
Figuur 6: Rek lijkt eruit bij bouwstarts

Overheidsuitgaven stijgen naar verwachting verder
Sinds 2022 zijn de overheidsuitgaven relatief vier keer zo hard gestegen als de private bestedingen (figuur 7), mede door de uitbreiding van defensie, stijgende zorgkosten als gevolg van de vergrijzing en het inhalen van achterstallig onderhoud aan infrastructuur. Deze taken blijven ook komende jaren naar verwachting bijdragen aan een sterke groei van de overheidsuitgaven. Voor de overheidsconsumptie, zoals de inzet van ambtenaren en militairen, verwachten we dit jaar een stijging van 2,4% en in 2027 van 1,8%. Voor de overheidsinvesteringen, zoals de uitgaven aan infrastructuur en defensiematerieel, ramen we een stijging van 5,2% in zowel 2026 als 2027. Dit is wel met onzekerheid omgeven, omdat het huidige kabinet in de Tweede Kamer noch in de Eerste Kamer een meerderheid heeft. Concessies aan de oppositie liggen daarom voor de hand, waardoor de uiteindelijke plannen en planning nog kunnen schuiven. Bovendien zullen de gestegen rentes van afgelopen jaren steeds zwaarder drukken op het overheidsbudget (zie ook ‘Renterisico’s op publieke schuld’).
Figuur 7: Overheidsuitgaven nemen naar verwachting sterk toe

Handelsoverschot stabiel, mede door AI-hausse
Voor het handelsoverschot met het buitenland verwachten we komende jaren lichte groei, omdat we ramen dat de export naar het buitenland in absolute euro’s iets harder stijgt dan de import uit het buitenland. Relatief gezien groeien de importen wel iets sneller. Voor 2026 voorzien we namelijk een exportgroei van 2,1% en een importgroei van 2,3%; voor 2027 gaan we uit van 2,3% meer export en 2,4% meer import.
De hogere import wordt gedreven door de hogere bestedingen van huishoudens en de overheid. Een belangrijk deel daarvan gaat naar buitenlandse goederen en diensten. Denk aan de geplande investeringen in defensiematerieel.
Tegelijkertijd verwachten we dat consumenten, bedrijven en overheden in andere landen, waaronder belangrijke handelspartners, ook meer uitgeven. Deels aan producten en diensten van Nederlandse makelij. Zo lijkt de Nederlandse chipindustrie de wind mee te hebben van de AI-hausse waarvoor veel computerchips (en -machines) nodig zijn, terwijl een deel van de farmaceutische industrie profiteert van de mondiaal groeiende zorgvraag en een relatief sterke internationale concurrentiepositie. Ten opzichte van 2019, het laatste jaar vóór de coronapandemie, is het economische belang van deze twee deelsectoren dan ook sterk gegroeid (zie figuur 8). Vooralsnog compenseert dat ruimschoots de beperkte neergang die andere grote sectoren laten zien, zoals de chemie en metaalindustrie – sectoren die bovengemiddeld te maken hebben met de gestegen energielasten.
Figuur 8: Nederlandse industrie legt meer gewicht in de schaal

