Update
Stabiele ervaren brede welvaart verhult verslechterde veiligheid en baanzekerheid onder Nederlanders
De ervaren brede welvaart in Nederland is in 2026 stabiel gebleven, maar onderliggend zijn duidelijke verschuivingen zichtbaar. De dimensies werk-privébalans en milieu verbeterden. Tegelijk nam de ervaren baanzekerheid en veiligheid af, met name onder jongvolwassenen. Meer dan de helft voelt zich onveiliger in de wereld dan een jaar geleden. Ook bestaan er zorgen over het vermogen van Nederland om een grote crisis op te vangen en over de steun die mensen in zo’n situatie uit hun eigen omgeving kunnen verwachten.
In het kort
Brede welvaart stabiel, maar forse verschuivingen binnen dimensies
De ervaren brede welvaart is in 2026 stabiel gebleven ten opzichte van het jaar ervoor, nadat deze twee jaren achter elkaar daalde. Toch zien we op de onderliggende dimensies wel degelijk significante verschuivingen (zie figuur 1). We kijken in deze studie naar hoe Nederlanders hun brede welvaart ervaren, gemeten met behulp van een enquête (zie box 1 en de onderzoeksverantwoording voor een verdere toelichting).
Figuur 1: Daling voor baanzekerheid en veiligheid, tegenover stijging voor milieu en werk-privébalans

De dimensie veiligheid daalt opnieuw (-1,3%). Omdat deze vorig jaar en het jaar daarvoor ook al daalde, kunnen we spreken van een duidelijke neerwaartse trend. Verderop in de studie gaan we dieper in op deze dimensie.
Ook de dimensie baanzekerheid daalt, zelfs het sterkst van alle elf dimensies (-2,5%). Als we over een langere periode kijken, zien we bij deze dimensie juist een opwaartse trend sinds de coronapandemie, maar deze lijkt het afgelopen jaar dus te keren.
De baanzekerheid daalt opvallend sterk onder jongvolwassenen (7,7%, zie figuur 2). Mogelijk hangt dit samen met de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI). Onderzoek van RaboResearch liet eerder dit jaar al zien dat de werkgelegenheid onder jongvolwassenen in de meest blootgestelde beroepsgroepen aan AI de afgelopen jaren is afgenomen. En uit een andere RaboResearch-studie bleek dat jongvolwassenen vaker verwachten dan oudere werknemers dat hun beroep overbodig wordt door nieuwe technologie. Mogelijk spelen ook zorgen om de economie een rol. Zo is de werkloosheid iets opgelopen en zijn het doorgaans jongeren die de eersten klappen op de arbeidsmarkt voelen.
De dimensies die dit jaar het hardst stijgen, zijn milieu (+1,7%) en werk-privébalans (+1,8%). Toch is over een langere periode voor beide dimensies geen duidelijke trend zichtbaar: lichte stijgingen in het ene jaar worden vaak gevolgd door lichte dalingen in het volgende. Per saldo blijven beide dimensies door de jaren heen vrij stabiel (zie figuur 9 in de onderzoeksverantwoording).
Verder zijn er ook dimensies zonder significante veranderingen. Zo blijft de dimensie inkomen stabiel.[1] Mogelijk spelen hier twee tegengestelde effecten een rol. Enerzijds steeg de koopkracht in 2025 en neemt deze naar verwachting ook in 2026 toe, wat de inkomensdimensie zou kunnen stuwen. Maar anderzijds ervaren Nederlanders een hoge inflatie, mede door de conflicten in het Midden-Oosten, wat de inkomensdimensie zou kunnen drukken.
[1] De vraag voor de dimensie inkomen is ‘in hoeverre heb je voldoende inkomen?’, waarbij we een 7-puntsschaal hanteren.
Figuur 2: Hardste daling ervaren baanzekerheid onder jongvolwassenen

Box 1: Brede welvaart gemeten
Welvaart wordt traditioneel gemeten met economische maatstaven zoals het bruto binnenlands product of het inkomen van mensen. Maar als we welvaart definiëren als de mate waarin mensen het leven kunnen leiden zoals ze dat zelf willen en wat ze daarin van waarde vinden, dan heeft welvaart niet alleen economische dimensies. Het gaat dan ook over aspecten als gezondheid, veiligheid, huisvesting en persoonlijke ontwikkeling. Enkel economische maatstaven vormen daarom een beperkt kompas om op te koersen als we onze welvaart willen vergroten.
Het concept brede welvaart houdt rekening met de verschillende kanten die samen onze welvaart vormen. Hierin komen elf belangrijke welvaartsdimensies samen: gezondheid, milieu, persoonlijke ontwikkeling, (subjectief) welzijn, inkomen, huisvesting, de balans tussen werk en privé, veiligheid, baanzekerheid, sociale contacten en maatschappelijke betrokkenheid (zie figuur 3).
Ervaren brede welvaart (gemeten met een enquête)
Deze studie gaat over de ervaren brede welvaart. Om deze brede welvaart te meten, voert RaboResearch jaarlijks een enquête uit. Daarin vragen we de deelnemers om hun welvaart op de elf welvaartsdimensies te waarderen (zie de onderzoeksverantwoording). Voor elke respondent vertalen we de antwoorden op de elf dimensies naar een score. Met behulp van een factoranalyse bepalen we gewichten voor de dimensies, die we vervolgens gebruiken om te komen tot de totale brede welvaartsscore. In de onderzoeksverantwoording gaan we hier dieper op in.
Op drie van de elf dimensies die we uitvragen – persoonlijke ontwikkeling, baanzekerheid en werk-privébalans – zien we dat respondenten die aangeven niet te werken en niet op zoek te zijn naar werk (zoals gepensioneerden, arbeidsongeschikten of mensen die niet willen werken), relatief vaak de antwoordoptie ‘wil ik niet zeggen/niet op mij van toepassing’ aanklikken. Voor de groep niet-werkenden nemen we deze drie dimensies daarom niet mee bij de berekening van hun totale brede welvaart.
Tabel1: Enquêtevragen ervaren brede welvaart

Brede-welvaartsindicator (BWI)
Naast deze enquête doen we ook onderzoek naar brede welvaart op basis van objectieve data, waarbij we data van onder andere het CBS en het RIVM gebruiken. Dat is de Brede Welvaart Indicator (BWI). Er is een verschil tussen de ervaren (subjectieve) brede welvaart en feitelijke waarnemingen. Zo kunnen mensen minder veiligheid ervaren (enquête), terwijl er feitelijk nauwelijks misdaden voorkomen (BWI). Beide instrumenten om de brede welvaart te monitoren, vullen elkaar aan. Data voor de BWI komen met enige vertraging beschikbaar. De enquête meet juist de actuele ervaren brede welvaart en biedt meer mogelijkheden om groepen te analyseren.
Figuur 3: De elf dimensies van brede welvaart

Vooral onder jongeren daalt de ervaren veiligheid
Vaak schommelen de dimensies van brede welvaart van jaar tot jaar. Voor sommige dimensies tekent zich echter over een langere periode een duidelijke trend af. Dat geldt onder meer voor veiligheid. Na een daling van 3,4% in 2025 volgt opnieuw een daling van 1,3% in 2026. Bovendien is de daling ongelijk over groepen verdeeld. In deze paragraaf gaan we hier daarom dieper op in.
Als we naar leeftijdsgroepen kijken, dan zien we de sterkste afname bij jongvolwassenen van 18 tot 30 jaar. Waar hun score op veiligheid in 2024 nog vergelijkbaar was met die van de andere leeftijdsgroepen tot 60 jaar, scoren jongvolwassenen in 2026 duidelijk lager. De leeftijdsgroep 60 jaar en ouder scoorde eerder al hoger en zag hun score bovendien minder sterk teruglopen. Dit betekent dat de verschillen tussen leeftijdsgroepen op deze dimensie groter worden. Ondanks de dalende trend op veiligheid is de score op deze dimensie nog steeds relatief hoog vergeleken met andere dimensies van brede welvaart.
Figuur 4: Grootste afname ervaren veiligheid onder jongvolwassenen (18 tot 30 jaar)

53% voelt zich afgelopen jaar onveiliger in de wereld
De afgelopen jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest in de wereld die mogelijk de ervaren veiligheid van Nederlanders hebben beïnvloed. Zoals de Russische invasie van Oekraïne, de dreiging van de Verenigde Staten om uit de NAVO te stappen, oorlogen in het Midden-Oosten en toenemende cyberdreigingen. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat de oorlog in Oekraïne heeft geleid tot een hogere dreigingsperceptie onder Europese burgers.
Om te onderzoeken of dit soort ontwikkelingen ook samengaan met de verslechtering in de dimensie veiligheid onder Nederlanders, hebben we dit jaar een aantal verdiepende vragen gesteld in de enquête over hoe veilig mensen zich voelen in verschillende omgevingen.
Als eerste zien we dat het gevoel van veiligheid lager is naarmate de schaal van de omgeving groter is (zie figuur 5). Zo geeft 73% van de Nederlanders aan zich veilig te voelen in de buurt of wijk. In de woonplaats voelt 68% zich veilig, in Nederland 46% en in de wereld slechts 25%.
We vroegen respondenten ook of er in het afgelopen jaar veranderingen zijn geweest in hoe veilig ze zich voelen in deze omgevingen. Ook hier zien we dat mensen zich vooral op schaal van de wereld onveiliger zijn gaan voelen (zie figuur 6). Net iets meer dan de helft van de respondenten, 53%, geeft aan zich onveiliger te voelen in de wereld dan twaalf maanden geleden. Voor de buurt of woonwijk en voor de woonplaats geeft juist ruim twee derde van de respondenten aan zich net zo veilig te voelen als een jaar geleden. Voor Nederland zien we dat ongeveer de helft van de respondenten zich net zo veilig voelt, maar ook een behoorlijke groep van 36% geeft aan zich onveiliger te voelen dan een jaar eerder.
Figuur 5: Gevoel van veiligheid laagst op schaal van de wereld
Figuur 6: Onveiligheidsgevoel op schaal van de wereld toegenomen
Vooral veiligheid in de buurt en wijk belangrijk voor ervaren veiligheid, maar ook de wereld heeft invloed
Hoe veiliger mensen zich voelen in hun buurt of wijk, woonplaats, Nederland en de wereld, hoe hoger hun score op de dimensie veiligheid. We zien de sterkste correlatie tussen de dimensie veiligheid en hoe veilig mensen zich voelen in hun directe omgeving: buurt of wijk en hun woonplaats.[2] Naarmate de schaal van de omgeving groter is, wordt de correlatie met de dimensie veiligheid lager, maar hij blijft statistisch significant (zie ook de correlaties in tabel 4 in de onderzoeksverantwoording). Het gevoel van veiligheid in de wereld is dus ook van belang voor de score op de dimensie veiligheid.
Het veiligheidsgevoel in de eigen buurt of wijk en in de woonplaats bleef het afgelopen jaar vrij stabiel. Dit kan verklaren waarom de score op de dimensie veiligheid, ondanks de daling in de afgelopen drie jaar, nog altijd relatief hoog is vergeleken met andere brede welvaartsdimensies. Tegelijkertijd voelen Nederlanders zich minder veilig in Nederland als geheel en in de wereld. Deze ontwikkeling kan hebben bijgedragen aan de afname van de score op de dimensie veiligheid.
[2] Deze relaties blijven overeind, ook als we controleren voor achtergrondkenmerken van de respondent.
38% denkt dat Nederland niet in staat is een grote crisis op te vangen
Nederlanders maken zich niet alleen zorgen over de afnemende veiligheid in Nederland en de rest van de wereld. Ook geopolitieke spanningen, de afhankelijkheid van andere landen voor essentiële goederen en diensten en de kans op crises baren hen zorgen. Deze ontwikkelingen raken aan een breder thema: weerbaarheid. Daarmee bedoelen we het vermogen van huishoudens, bedrijven en landen om een crisis op te vangen en zich aan te passen aan veranderende omstandigheden.
Een crisis kan ontstaan door een grootschalige stroomstoring, cyberaanval of pandemie, overstromingen of economische ontwrichting. Hoe zorgen we dat Nederland voorbereid is op toekomstige gebeurtenissen? Deze brede kijk op weerbaarheid stond centraal in het Coöperatief Perspectief-onderzoek dat we eind 2025 publiceerden. Om beter te begrijpen hoe Nederlanders hierover denken, legden we hun dit jaar in onze enquête enkele vragen over dit thema voor.
Uit onze enquête blijkt dat 38% van de Nederlanders denkt dat Nederland niet in staat is om een grote crisis goed op te vangen en ervan te herstellen. Ook hier zien we verschillen tussen leeftijdsgroepen en werkstatus (zie figuur 7). Jongvolwassenen (18 tot 30 jaar) en mensen tot 40 jaar maken zich minder zorgen (respectievelijk 34% en 32%) dan oudere leeftijdsgroepen, zoals 67-plussers (43%). Deze verschillen zijn statistisch significant.[3] Ook werklozen en niet-werkenden (40% en 45%) zijn negatiever dan mensen met een dienstverband (35%).
[3] We zien statistisch significante verschillen als we de aandelen vergelijken van de Nederlanders die de antwoorden ‘zeker niet’ en ‘waarschijnlijk niet’ geven. Zo is dit aandeel voor mensen tot 40 jaar significant lager dan voor mensen van 50 jaar en ouder (uitgaande van betrouwbaarheidsintervallen van 99%).
Figuur 7: 38% denkt dat Nederland niet in staat is een grote crisis op te vangen en daarvan te herstellen

Minder dan de helft van de Nederlanders denkt in geval van crisis in hoge mate op hun omgeving te kunnen terugvallen
Het opvangen van een crisis vraagt om weerbaarheid van huishoudens, bedrijven en landen. In het geval van een noodsituatie kunnen hulpdiensten en overheden niet overal tegelijk aanwezig zijn. Buren, familie en andere sociale contacten zijn dan vaak de eerste bron van hulp en ondersteuning. Het vraagt om zelfredzaamheid en samenredzaamheid in de eerste fase van een crisis. We vroegen daarom in onze enquête in hoeverre Nederlanders het gevoel hebben dat mensen in hun omgeving – zoals buren, vrienden of familie – elkaar helpen wanneer dat nodig is.
In totaal geeft 42% aan dat mensen in hun omgeving elkaar in (zeer) hoge mate helpen als dat nodig is (zie figuur 8). Waar jongvolwassenen positiever zijn gestemd over het herstelvermogen van Nederland in het geval van een crisis, zien we dat deze groep juist minder vaak het gevoel heeft dat mensen in hun omgeving elkaar helpen als dat nodig is. Van de jongvolwassenen geeft 17% aan dat ze helemaal niet of niet echt het gevoel hebben dat mensen in hun omgeving elkaar helpen als dat nodig is. Bij de groep 67-plussers ligt dit percentage aanzienlijk lager (9%). Ook hier zijn de verschillen veelal significant.[4] Het zijn dus vooral jongvolwassenen die minder steun uit hun omgeving verwachten wanneer dat nodig is. Dat maakt hen mogelijk minder weerbaar in tijden van crisis.
[4] We zien statistisch significante verschillen als we de aandelen vergelijken van de Nederlanders die de antwoorden ‘helemaal niet’ en ‘niet echt’ geven. Zo is dit aandeel voor mensen tot 30 jaar significant hoger dan voor mensen van 40 jaar en ouder (uitgaande van betrouwbaarheidsintervallen van 99%).
Figuur 8: Jongvolwassenen hebben minder vaak het gevoel dat mensen in hun omgeving elkaar helpen als dat nodig is

Onderzoeksverantwoording
Ervaren brede welvaart meten we in de enquête met elf vragen (zie tabel 1), waarbij respondenten kunnen antwoorden op een 7-puntsschaal lopend van ‘1 (helemaal niet)’ tot ‘7 (helemaal wel)’. Deze scores normaliseren we met de minmax normalization-methode tot scores lopend van 0 tot en met 1. De enquête is in de jaren 2019 tot 2023 jaarlijks voorgelegd aan ongeveer 11.000 respondenten. In de meest recente jaren waren dat er rond de 14.000.
Om te komen tot een totale score voor de ervaren brede welvaart, geven we elke dimensie een gewicht en berekenen we vervolgens het gewogen gemiddelde om zo tot een brede welvaartscore te komen. De gewichten maken we met behulp van een factoranalyse. Dit is een statistische methode die onderzoekt in hoeverre de verschillende brede-welvaartdimensies samen een index vormen. Een factoranalyse maakt het mogelijk om gewichten van de dimensies empirisch af te leiden uit de data, in plaats van alle dimensies vooraf een gelijk gewicht toe te kennen.
Voorafgaand aan de factoranalyse is beoordeeld of de data geschikt zijn voor het toepassen van deze methode. Daarbij is gekeken naar de correlaties tussen de dimensies, de Kaiser-Meyer-Olkin (KMO)-maat en Bartlett's test. Vervolgens is het aantal factoren bepaald op basis van de eigenwaarden (>1) en de verklaarde variantie. De resultaten wijzen op een één-factor-oplossing, wat het gebruik van een enkelvoudige index voor brede welvaart rechtvaardigt.
Op basis van de factoranalyse bepalen we de relatieve bijdrage – het gewicht – van iedere dimensie aan het onderliggende construct ‘brede welvaart’. De gewichten zijn gebaseerd op de factorladingen en vervolgens genormaliseerd, zodat de gewichten optellen tot 11 (zie tabel 2). Waar we de dimensies in voorgaande jaren gelijk wogen, gebruiken we vanaf dit jaar ongelijke gewichten. Deze gewichten zijn berekend op basis van meerdere jaren en houden we door de tijd heen constant. Alleen bij grote veranderingen in de uitkomsten van de factoranalyse heroverwegen we de gewichten. Toch is de impact op de uiteindelijke brede-welvaartscore beperkt, mede doordat de ongelijke gewichten dicht bij één blijven.
Tabel 2: Gewichten per dimensie in totale brede-welvaartscore op basis van een factoranalyse

Verder is er bij de vragen over de elf dimensies een antwoordoptie ‘wil ik niet zeggen/niet op mij van toepassing’. Voor drie dimensies - persoonlijke ontwikkeling, baanzekerheid en werk-privé-balans - is het aandeel respondenten dat ‘wil ik niet zeggen/niet op mij van toepassing’ antwoordt, relatief hoog. Respondenten die niet werken en geen werk zoeken, geven dit antwoord bij deze drie dimensies vaker. Voor deze drie dimensies laten we daarom respondenten buiten beschouwing die niet werken en geen werk zoeken. Bij de berekening van de totale brede-welvaartscore gebruiken we de scores van respondenten op de elf dimensies als zij in dienstverband werken, ondernemer zijn, werkloos zijn of als hun werkstatus onbekend is. Voor respondenten die niet werken en geen werk zoeken, berekenen we de totale brede-welvaartscore op basis van acht dimensies (persoonlijke ontwikkeling, baanzekerheid en werk-privébalans laten we in dat geval buiten beschouwing). We gebruiken alleen de gewichten voor deze acht dimensies die bijdragen aan hun totale brede welvaart. In een eerdere studie beschrijven we de methodologische keuzes in meer detail.
Vervolgens post-stratificeren we onze steekproef. We doen dit omdat sommige groepen relatief vaker, en andere groepen relatief minder vaak voorkomen in onze steekproef in vergelijking met de Nederlandse populatie. Tabel 3 geeft de representativiteit van onze sample, uitgesplitst naar geslacht, opleidingscategorieën en leeftijdsgroepen in vergelijking met de CBS-data voor 2026. Het gebruikte panel, de manier van uitvragen en de hoeveelheid respondenten zijn (ongeveer) hetzelfde als vorig jaar. We post-stratificeren de data kruislings naar leeftijd, opleiding, geslacht en jaar op basis van de CBS-data. We hanteren bij de gewichten voor post-stratificatie een ondergrens van 0,2 en een bovengrens van 5.
Tabel 3: Representativiteit uitgesplitst naar geslacht, opleiding en leeftijd in 2026

Tabel 4: Correlaties tussen dimensie veiligheid en gevoel van veiligheid in verschillende omgevingen

Figuur 9: Bijdrage van de dimensies aan veranderingen in ervaren brede welvaart per jaar




