Update
Foodsector 2026: herstel in zicht, maar met hobbels op de weg
Het nieuwe jaar laat gunstige voortekenen zien voor de omzetontwikkeling in food. Aantrekkende koopkracht en verbeterend consumentenvertrouwen doen volumes stijgen. Vooralsnog profiteren vooral de supermarkten, terwijl horeca het lastig heeft. Kansen zien we bijvoorbeeld in de groei van de consumptie en teelt van peulvruchten, terwijl afslankmedicijnen de foodmarkt doen veranderen.

In het kort
Wisselend beeld met plussen en minnen
RaboResearch verwacht voor 2026 een lichte groei van de Nederlandse economie van zo’n 1,3%. Dit ligt redelijk in lijn met de groei (+1,7%) die we in 2025 zagen. Het goede nieuws voor de Nederlandse foodsector is dat een verder stijgende particuliere consumptie als een van de belangrijkste aanjagers wordt gezien. Verder investeert de overheid naar verwachting meer in onder andere defensie. De overall inflatie zakt volgens onze economen dit jaar naar ongeveer 2% op jaarbasis. Tegelijkertijd verwachten ze dat de werkeloosheid iets oploopt, van gemiddeld 3,9% in 2025 naar 4,3% in 2026.
Dit gematigde economisch beeld, met wat plusjes en minnetjes, is ook wat we voor de foodsector verwachten. Het goede nieuws van de oplopende particuliere bestedingen schuurt momenteel nog met het lage consumentenvertrouwen. Het herstel van de consumentenvraag, dat in de tweede helft van 2025 vooral in de supermarktverkopen lijkt te zijn ingezet, zal dit jaar schoorvoetend doorzetten met dank aan de verbeterde koopkracht van consumenten. Vooral zijn relatief hogere prijsniveau speelt de horeca parten, waarover later meer.
Dit beeld van plusjes en minnetjes zal redelijk vergelijkbaar zijn met het beeld in de ons omringende landen, waar veel van onze voedselproducten naartoe worden gexporteerd. De export naar buiten de EU blijft omgeven met grote geopolitieke onzekerheden. De plotselinge invoering van Chinese importtarieven op specifieke zuivelproducten net voor kerst toont dat maar weer aan.
De uitdagingen voor de Nederlandse voedselindustrie, haar toeleveranciers en afnemers, zitten vooral aan de aanbodkant. De cijfers van de vlees- en zuivelverwerking wegen zwaar mee in in de CBS-cijfers over de voedingsmiddelenindustrie. Beide sectoren zullen hun volumes zien dalen door een verwachte krimp van zo’n 5% over de volle breedte van het Nederlandse veehouderijcomplex door de opkoopregelingen. Ook in de akkerbouw verwachten we een lagere productie, in zowel suikerbieten (-6,6%), aardappelen (-1%) als granen (-2%) onder andere als gevolg van bouwplanaanpassingen.
De ruimte om volumedalingen te compenseren met prijsverhogingen is – zeker in de zuivelsector – maar beperkt aanwezig. Daarnaast blijven zaken als arbeidsschaarste en netcongestie onverminderd doorwerken in de ruimte voor de voedingsindustrie om verder te groeien en te investeren. Dit in combinatie met een laag producentenvertrouwen leidt tot een wisselend beeld voor 2026, zoals te lezen is in de sectorprognoses die RaboResearch in december publiceerde.
Afscheid van het inflatiespook
Het inflatiespook bleef ook in 2025 ronddwalen in de Nederlandse food-markt. Nog in het minst in de feitelijke prijsstijging van naar schatting 3,5 tot 4% voor de boodschappen zelf. Aan het begin van vorig jaar stegen de prijzen van voedingsmiddelen en dranken nog bovengemiddeld, maar zo vanaf maart stabiliseerden ze enigszins. Tegen het einde van het jaar begon de gemiddelde prijs in tal van productcategorieën zelfs te dalen (zie tabel 1).
Tabel 1: Na een bovengemiddelde stijging volgt stabilisering en zelfs daling van de prijzen van voedingsmiddelen

De gemiddelde consument heeft de prijsontwikkelingen echter anders ervaren. Consumenten hebben ‘oude’ referentieprijzen voor tal van producten in hun hoofd en worden in de winkel of horeca dus elke keer geconfronteerd met de hogere prijzen. Dit resulteerde in terughoudendheid met aankopen. Inmiddels is de koopkracht gemiddeld genomen dusdanig toegenomen dat de consument deze hogere prijzen prima kan betalen, maar dat doet aan de beleving niets af.
Alle (media)aandacht voor de hogere koffie- en chocoladeprijzen versterkt bij consumenten het beeld van duurdere boodschappen. Net als de CBS-inflatiecijfers zelf overigens. In die rapportages kwamen de hogere tabaksaccijnzen uit april 2024 nog terug, waardoor het CBS in een snelle raming voor vorig jaar tot totale prijsinflatie van 5,1% komt. Dit is de raming voor voedingsmiddelen, dranken én tabak. De berichtgeving rondom inflatiecijfers mist die nuance vaak, waardoor het volledige percentage aan voeding wordt toegerekend.
Door de ‘stickershock’ bij consumenten duurt het marktherstel langer dan noodzakelijk. Pas tegen het einde van vorig jaar begonnen de volumes in de supermarkten zich te herstellen. In de speciaalzaken en horeca verwachten we een voorzichtig volumeherstel pas in 2026. De overall voedingsprijsinflatie komt dit jaar naar verwachting uit rond de 2,5% à 3%, voornamelijk gestuwd door hogere personeelskosten in alle schakels van de keten.
Uitdagende tijden voor de horeca
De brede koopkrachtverbetering en de daaruit voortvloeiende stijgende consumentenbestedingen leiden niet automatisch tot een stijgende vraag in alle afzetkanalen.
De foodservice, waaronder restaurants en cafetaria vallen, laat naar verwachting een beperkte omzetgroei zien. Hogere grondstofkosten, huren en vooral lonen hebben foodservice-ondernemers genoopt de prijzen in de afgelopen jaren flink te verhogen. Het prijsverschil met de foodretail in het algemeen en supermarkten in het bijzonder is daarbij verder opgelopen. Dit maakt consumenten terughoudend in hun horecabestedingen. De sterke omzetgroei van circa 3,9% in 2025 (bron: FSIN) komt dan ook grotendeels door prijsstijgingen, onderliggend groeit de vraag maar beperkt.
Ook de verwachtingen voor de korte termijn zijn matig. Zowel aan de aanbod- als aan de vraagzijde zien we belemmerende factoren in de foodservice-branche. De recente CBS-conjunctuurenquête laat zien dat een groeiend aandeel van de ondernemers onvoldoende vraag als grootste belemmering noemt; bijna een kwart van de ondervraagde horecaondernemers geeft dit aan. Vooral aan de logies-kant van de sector - waaronder hotels en vakantieparken - maakt men zich zorgen over de aanstaande btw-verhoging en de impact daarvan op de vraag. Dit zal uiteraard verder doorwerken in de uitgaven aan voedsel in diezelfde bedrijven. Aan de aanbodkant zijn het de oplopende bedrijfskosten - met name arbeidskosten - die leiden tot een verdere stijging van prijzen en dus tot druk op de vraag.
Op de langere termijn zien we nog steeds volop kansen voor de horecasector in Nederland, vooral door in te spelen op veranderende consumententrends en door de kansen te benutten die digitalisering en verduurzaming bieden. Lees daarover meer in onze recente horeca-update.
Peulvrucht wint aan populariteit, nu de teelt nog
Nederlandse supermarkten en voedingsmiddelenproducenten hebben de afgelopen jaren ingezet op peulvruchten. Het aanbod aan bruine en zwarte bonen, kapucijners, maar vooral ook meer exotische varianten zoals kikkererwten, edamame bonen en linzen is aanzienlijk uitgebreid. Mede dankzij dit grotere aanbod wisten supermarkten in 2025 grofweg 10% tot 15% meer peulvruchten te verkopen dan in 2022. Peulvruchten worden daarnaast steeds vaker gebruikt als ingrediënt in kant-en-klaarmaaltijden, snacks en plantaardige alternatieven voor vlees en zuivel.
Peulvruchten zijn niet alleen gezond, maar kunnen ook een bijdrage leveren aan duurzaamheid. Een belangrijk eigenschap van deze zogenaamde vlinderbloemige planten is namelijk het stikstofbindend vermogen. De plant is in staat stikstof uit de lucht te binden en verrijkt op deze manier de grond met stikstof en ze leveren bovendien hoogwaardige, stikstofrijke organische stof. Helaas komen veel van de gebruikte exotische peulvruchten nog uit landen als Canada, Australië en Turkije. Om de teelt van deze gewassen in Nederland te bevorderen, is meer samenwerking nodig tussen supermarkten, verwerkers en telers. Lees daarover meer in onze eerdere analyse.
Impact afslankmedicijnen niet te onderschatten
Zogenoemde GLP-1-middelen, zoals Ozempic, Wegovy en Saxenda, zijn in eerste instantie bedoeld voor diabetici, maar blijken ook heel goed te werken om af te vallen. Het gebruik van deze medicijnen heeft daardoor een enorme vlucht genomen. In de VS gebruikt bijna 12% van de volwassenen een GLP-1 middel voor gewichtsverlies. In Europa loopt het Verenigd Koninkrijk voorop: daar gebruikt 4% tot 7% van de volwassenen GLP-1-medicijnen.
In Nederland ligt het aantal gebruikers nu nog onder de 2% van alle volwassenen, omdat het alleen op recept verkrijgbaar is en anders niet wordt vergoed door zorgverzekeraars. Maar door alle aandacht, betere verkrijgbaarheid en de aanstaande komst van orale varianten, zal de adoptie in Europa naar verwachting snel toenemen. Dit is zowel een uitdaging als een kans voor de voedingsindustrie.
GLP-1-medicijnen onderdrukken de eetlust, vertragen de spijsvertering en beïnvloeden beloningsmechanismen in de hersenen. Dit leidt ertoe dat de mensen die deze middelen gebruiken per dag aanzienlijk minder calorieën innemen, wat natuurlijk direct impact heeft op hoeveel producenten kunnen verkopen. Maar mensen eten niet alleen minder, ze maken ook andere keuzes. GLP-1-medicijnen veranderen het eetgedrag. Daartegenover staan categorieën die juist profiteren, zoals zuivel en functionele dranken, met name dankzij hun rol in de eiwitvoorziening, hydratatie en darmgezondheid. Kansen liggen er in producten en/of assortimenten die specifiek zijn gericht op GLP-1-gebruikers om de metabole gezondheid te ondersteunen.
Sectorvisies voor de agrofood: hoe kan de sector er in 2040 uitzien?
Rabobank verkent in een serie artikelen hoe de agrofoodsector er in 2040 uit kan zien, van veehouderij tot tuinbouw, akkerbouw en food. Wat is er nodig voor het behoud van een internationaal toonaangevend en concurrerende agrofoodsector, die produceert binnen de grenzen van klimaat en natuur. Benieuwd? Lees meer.

