Na een koopkrachtstijging van 0,6% in 2026 blijft de koopkracht in 2027 naar verwachting vrijwel gelijk. Huishoudens gaan er in doorsnee 0,1% op achteruit. De lonen stijgen naar verwachting wel harder dan de prijzen, maar hogere belastingen en hogere zorgpremies drukken de koopkracht.
Niet iedereen merkt dat op dezelfde manier. Gepensioneerden en huishoudens met een lager inkomen zien hun koopkracht naar verwachting het sterkst toenemen. Werkenden met een midden- of hoger inkomen profiteren minder en kunnen er zelfs licht op achteruitgaan. Zij krijgen relatief vaker te maken met maatregelen zoals de beperkte inflatiecorrectie in de inkomstenbelasting en het bevriezen van de grens van het hoogste belastingtarief.
Hoe jouw financiële situatie er in 2027 precies uitziet, hangt af van veel meer dan alleen de gemiddelde koopkrachtcijfers. Die geven een beeld op basis van een standaard huishouden en een gemiddeld boodschappenmandje. Maar jouw uitgaven kunnen daar flink van afwijken. Een gezin met hoge energiekosten merkt bijvoorbeeld andere prijsveranderingen dan iemand die zijn woning goed heeft geïsoleerd. Ook persoonlijke gebeurtenissen zoals een nieuwe baan, een verhuizing of gezinsuitbreiding spelen een grote rol. Koopkrachtcijfers geven daarom vooral een algemene richting, maar zeggen weinig over hoe jij maandelijks uitkomt met je geld. Daarom is het belangrijk om goed zicht te houden op je eigen inkomsten en uitgaven.
Er zijn meerdere factoren die invloed hebben op de koopkracht. Naast de verwachte loonstijging in 2027, zitten er in de belastingplannen verschillende plussen en minnen die meewegen. Die kunnen ervoor zorgen dat je meer of juist minder overhoudt.
Inkomen
± Heffingskortingen veranderen
De overheid past in 2027 verschillende heffingskortingen aan. Dit zijn kortingen op de inkomstenbelasting, waardoor mensen netto meer of minder overhouden. Een aantal bedragen stijgt minder hard dan de inflatie. De belangrijkste wijzigingen zijn:
Algemene heffingskorting stijgt licht van € 3.115 in 2026 naar € 3.154 in 2027. Arbeidskorting stijgt van maximaal € 5.685 in 2026 naar € 5.929 in 2027. Het kabinet verhoogt deze korting extra om vooral werkende lage- en middeninkomens te ondersteunen. Ouderenkorting daalt naar maximaal € 1.993 in 2027. Het kabinet verlaagt deze belastingkorting voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt. Door de verlaging houden zij, als ze recht hebben op deze korting, netto minder over dan zonder deze maatregel. Alleenstaande ouderenkorting stijgt van € 540 in 2026 naar € 547 in 2027. Inkomensafhankelijke combinatiekorting voor werkende ouders met jonge kinderen daalt van maximaal € 3.032 in 2026 naar € 2.918 in 2027. Vanaf 2027 wordt deze korting in negen stappen afgebouwd. Jonggehandicaptenkorting stijgt van € 923 in 2026 naar € 935 in 2027.
Doordat verschillende belastingbedragen in 2027 niet volledig met de inflatie meestijgen, kan het uiteindelijke effect per inkomen en huishouden verschillen.
- Tarieven eerste en tweede belastingschijf stijgen
De tarieven in de eerste en tweede schijf van de inkomstenbelasting stijgen in 2027 met respectievelijk 0,48 en 0,60 procentpunt ten opzichte van 2026. Dit is wel iets minder dan eerder aangekondigd.
- Grens hoogste belastingtarief blijft gelijk
De inkomensgrens waarboven het hoogste belastingtarief van 49,5% geldt, blijft in 2027 gelijk aan die van 2026. Normaal zou deze grens worden verhoogd. Hierdoor kan een groter deel van het inkomen tegen het hoogste tarief worden belast.
+ Maximale onbelaste reiskostenvergoeding blijft € 0,25 per kilometer
De maximale onbelaste reiskostenvergoeding is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer en blijft ook in 2027 gelden. De vergoeding kan worden gebruikt voor zakelijke kilometers en woon-werkverkeer met eigen vervoer. Een werkgever is niet verplicht om het maximale bedrag te vergoeden. Hoeveel je daadwerkelijk ontvangt hangt af van de afspraken met je werkgever of je cao.
- Belastingvrije personeelskorting verdwijnt
Werkgevers kunnen werknemers nu belastingvrije korting geven op producten of diensten van het eigen bedrijf. De aparte vrijstelling voor deze personeelskorting vervalt per 1 januari 2027. Werkgevers kunnen daarna nog wel belastingvrije korting geven via de vrije ruimte van de werkkostenregeling.
Auto en vervoer
+ Accijnskorting op benzine en diesel verlengd
Het kabinet wil de tijdelijke accijnskorting op benzine én diesel in 2027 voortzetten. Daardoor komt de benzineaccijns (exclusief btw) uit op ongeveer 85 cent per liter en de dieselaccijns op 55 cent per liter. In 2028 wordt de korting afgebouwd en in 2029 vervalt deze volgens het huidige voorstel helemaal. Voor LPG wordt de tijdelijke accijnskorting niet opnieuw verlengd in 2027.
= Wegenbelasting elektrische auto’s blijft gelijk
Volledig elektrische personenauto’s houden in 2027 een korting van 30% op de motorrijtuigenbelasting. Die korting is daarmee even hoog als in 2026. Vanaf 2029 wordt de korting verder afgebouwd.
- Bijtelling elektrische auto’s in 2027 omhoog
Vanaf 1 januari 2028 vervalt het fiscale voordeel voor elektrische leaseauto’s. In 2026 geldt nog 18% bijtelling over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde, daarboven 22%. In 2027 gaat de bijtelling over de eerste € 30.000 omhoog naar 20%, daarboven 22%. Vanaf 2028 betaal je 22% over het volledige bedrag. Zakelijke rijders betalen dan meer bijtelling per maand. Wie in 2026 nog een elektrische auto op kenteken zet, profiteert tot vijf jaar van het lagere tarief.
- Youngtimerregeling wordt geleidelijker versoberd
Het kabinet stelt voor om de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling in 2027 te verhogen naar 17 jaar en in 2028 naar 20 jaar. Voor een youngtimer wordt de bijtelling berekend over 35% van de waarde in het economische verkeer, in plaats van op basis van de oorspronkelijke cataloguswaarde.
Energie
± Energiebelasting gas en elektriciteit onveranderd
De energiebelastingen op gas en elektriciteit is in 2027 vrijwel gelijk aan die van 2026. Ook de vaste belastingvermindering op de energierekening verandert nauwelijks. Huishoudens gaan naar verwachting wel meer betalen voor het transport van gas en elektriciteit.
+ Belastingkorting op de energierekening blijft bestaan
Huishoudens ontvangen ook in 2027 een vaste vermindering van energiebelasting via de energierekening. De hoogte van deze korting wordt jaarlijks vastgesteld en is met € 519,58 (excl. btw) nagenoeg gelijk aan het bedrag in 2026.
- Salderingsregeling stopt
Vanaf 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Je kunt de stroom die je teruglevert dan niet meer wegstrepen tegen de stroom die je afneemt. Je krijgt nog wel een vergoeding van je energieleverancier voor de stroom die je teruglevert. Tot 2030 moet deze minimaal 50% van het kale leveringstarief bedragen.
Overig
+ Vliegtuigbelasting lange vluchten stijgt minder dan eerder gepland
Vanaf 2027 gelden drie tarieven voor de vliegbelasting. Het kabinet stelt voor het eerder geplande tarief voor vluchten langer dan 5.500 kilometer te verlagen van ongeveer € 75 naar € 59 per passagier.
- Water wordt duurder
Vanaf 1 januari 2027 gaat de belasting op leidingwater met € 0,10 per 1.000 liter omhoog. Inclusief de jaarlijkse indexatie komt het tarief in 2027 uit op € 0,551 per m3.
± Kinderopvangtoeslag stijgt minder hard dan gepland
Het kabinet blijft inzetten op een hogere vergoeding van kinderopvangkosten. Ook in 2027 valt de toeslag voor veel ouders hoger uit dan in 2026. De verhoging is wel kleiner dan eerder in het coalitieakkoord was voorzien. Hoeveel toeslag je krijgt, hangt onder meer af van je inkomen en de soort opvang.
- Kindgebonden budget sneller afgebouwd voor hogere inkomens
Vanaf 2027 wordt het kindgebonden budget voor huishoudens met een inkomen vanaf circa € 60.000 sneller afgebouwd. Daardoor krijgen ze minder kindgebonden budget of verliezen ze eerder het recht daarop. De maatregel geldt voor zowel alleenstaande ouders als voor ouders met een partner.
- Meer zuivel- en sojadranken vallen onder de verbruiksbelasting
Vanaf 2027 vallen meer zuivel- en sojadranken onder de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Het gaat bijvoorbeeld om gezoete of gearomatiseerde dranken, zoals chocolade- en frambozenmelk en bepaalde sojadranken. Gewone melk en karnemelk blijven buiten deze belasting.
- Alcohol wordt duurder door jaarlijkse indexatie accijns
Vanaf 2027 gaat de alcoholaccijns jaarlijks mee met de inflatie. Daardoor kan de belasting op bier, wijn en sterke drank ieder jaar stijgen.