Beleggerswoordenboek

Uitleg van beleggingstermen

A

A

À la baisse

De verkoop van effecten in de veronderstelling dat de prijzen of koersen ervan zullen dalen zodat men eventueel later tegen een zeer lage prijs of koers tot aankoop kan overgaan.

À la hausse

De aankoop van effecten in de veronderstelling dat na verloop van tijd de prijzen of koersen ervan zullen stijgen zodat men bij verkoop winst kan behalen.

Aandeel

Een bewijs van deelneming binnen het eigen vermogen van een onderneming. Als houder van aandelen bent u als het ware voor een stukje mede-eigenaar van de onderneming. Als belegger in aandelen ontvangt u meestal elk jaar een stukje van de winst van die onderneming. Deze uitkering heet dividend.

De koers van een aandeel weerspiegelt in de regel de verwachting van beleggers over de toekomstige winsten.

Aandelen kunnen vrij verhandelbaar zijn of beperkingen hebben qua verhandelbaarheid. Zoals aandelen die op naam staan in een register.

Aandelenanalyse

Aan de hand van verschillende technieken bekijkt iemand of een bepaald aandeel koopwaardig is en of er een verwachte koersgroei is. Onder andere de algehele economische situatie, de onderneming zelf en het koersverloop van het aandeel in het verleden maken onderdeel uit van de analyse.

Aandelenoptie

Een aandelenoptie geeft een belegger het recht om gedurende een afgebakende periode bepaalde aandelen te kopen (kopen van een call optie) of te verkopen (kopen van een put optie) tegen een bepaalde prijs. Een optie heeft een bepaalde waarde, onder andere afhankelijk van de resterende looptijd van de optie (hoe lang kan het recht nog worden uitgeoefend) en van de zogenoemde uitoefenprijs (tegen welke koers kunnen de aandelen worden gekocht of verkocht).

Achtergestelde obligatie

Dit houdt in dat deze stukken bij liquidatie van het bedrijf (meestal een faillissement) pas een aflossing krijgen nadat de andere obligatiehouders en schuldeisers zijn betaald. Als laatste komen overigens de aandeelhouders pas aan bod. Omdat beleggers in achtergestelde obligaties een hoger risico lopen om bij een faillissement niets van hun geld terug te zien, is de rente op dergelijke obligaties vaak wat hoger dan die op gewone obligaties.

Achtergestelde tranche

Gedeelte van een gestructureerd product dat als laatste aan bod komt bij uitbetalingen en dat formeel als eerste aanbod komt bij verliezen.

Activa

Dit zijn de bezittingen van een bedrijf.

Adjustment of terms

Een adjustment of terms is een zodanige wijziging van een uitoefenprijs, handelseenheid of onderliggende waarde van een optie, warrant of turbo als gevolg van bijvoorbeeld een fusie, split-up of bijzondere dividenduitkering, dat de voorwaarden van de optie, warrant of turbo zo veel als mogelijk in stand blijven en de waarde van de positie voor en na de adjustment of terms gelijk is.

Administratiekantoor

Een kantoor dat (alle) aandelen bezit van een onderneming waarvoor het certificaten heeft uitgegeven.

De certificaten worden gekocht door certificaathouders. De onderneming die van een dergelijk kantoor gebruik maakt, wil financiële middelen verkrijgen door uitgifte van aandelen, maar het daarbij behorende stemrecht in één hand houden.

AEX

De belangrijkste graadmeter van de Amsterdamse beurs (Amsterdam Exchanges IndeX). Deze index bestaat uit de 25 qua beursomzet grootste aandelenfondsen. Gedurende een jaar kunnen bepaalde ondernemingen uit de index verdwijnen, bijvoorbeeld door fusies en overnames. Elk aandeel heeft een eigen gewicht in de index, afhankelijk van de grootte van de onderneming. Elk jaar stelt men de index opnieuw samen, op basis van de actuele aandelenkoersen van de dan 25 grootste ondernemingen op de Amsterdamse beurs.

Afgeleide producten

Financiële instrumenten waarvan de koers afhankelijk is van de koers van de onderliggende waarde, bijvoorbeeld aandelen of obligaties. Voorbeelden zijn opties, turbo's en futures.

Aflossing

Dit betreft de terugbetaling (ineens of in termijnen) door een onderneming of een overheidsinstantie van een lening op de in de leningsvoorwaarden vastgelegde einddatum van de lening. Vervroegde aflossing kan tot de mogelijkheden behoren, afhankelijk van de voorwaarden.

AFM

AFM staat voor Autoriteit Financiële Markten. De AFM is de toezichthouder voor de financiële markten. Zij beoogt goed functionerende financiële markten.

Agio

Het positieve verschil tussen het nominale bedrag van een effect (bijvoorbeeld een aandeel) en de actuele waarde ervan.

Agioreserve

Een onderneming kan een bedrag aan deze reserve toevoegen wanneer zij een aandelenuitgifte doet tegen een koers boven de nominale waarde van het betreffende aandeel. De nominale waarde is gebaseerd op de waarde van de bezittingen van de onderneming. Hierin is de verwachting over de toekomstige groei van de onderneming dus niet meegenomen. Deze verwachtingen zijn vaak wel in de actuele koers verwerkt.

Agiostock

De uitkering van een gratis stockdividend (een dividend in aandelen) die ten laste gaat van de agioreserve. In tegenstelling tot gewoon stockdividend, dat ten laste gaat van de winst en dat daardoor fiscaal is belast, is agiostock fiscaal onbelast.

Alpha

Alpha is het extra rendement dat een fonds heeft behaald ten opzichte van de index.

Algemene vergadering van aandeelhouders (AVA)

Bij deze bijeenkomst kan een aandeelhouder invloed uitoefenen op het beleid van een onderneming door gebruik te maken van het stemrecht dat hij automatisch heeft als aandeelhouder.

All time high

Dit is de hoogste notering of koers van een bepaald effect (bijvoorbeeld een aandeel) die tot nu toe is behaald.

Alternatieve belegging

Belegging waarvan de rendementontwikkeling niet gelijk opgaat met aandelen, vastrentende waarden en sparen.

Amerikaanse stijl

Dergelijke opties of warrants kunnen op elk moment gedurende de gehele looptijd worden uitgeoefend door de houder ervan. Hiernaast kennen we de Europese stijl, die inhoudt dat een bepaald recht alleen op het einde van de looptijd (en dus niet gedurende de looptijd) mag worden uitgeoefend.

AMEX

Afkorting van de Amerikaanse aandelenbeurs, de American Stock Exchange. De AMEX (niet te verwarren met de afkorting AmEx van het aandeel van de Amerikaanse creditcardaanbieder American Express) is onderdeel van NYSE Euronext. Deze laatstgenoemde onderneming is ontstaan door de fusie van Euronext en de effectenbeurs van New York.

AMX

Amsterdam Midkap indeX. Deze index is opgebouwd uit aandelen die qua beursomzet op plaats 26 t/m 50 staan (dus de aandelen die qua grootte volgen op de 25 AEX-fondsen).

Antiverwatering

Dit is de aanpassing die plaatsvindt bij een uitgifte van extra aandelen als gevolg van bijvoorbeeld een aandelenemissie, het uitkeren van stockdividend of bonusaandelen.

Arbitrage

Het gelijktijdig kopen en verkopen van bepaalde effecten op verschillende markten teneinde gebruik te maken van prijsverschillen.

AscX

Amsterdam small cap indeX, de Amsterdamse beursgraadmeter voor aandelen die door hun totale beurswaarde net buiten de AMX vallen.

As if when issued (AIW)

Zo noemt men de handel die plaatsvindt in een effect voordat de emissie is geplaatst. Het is dan ook nog niet zeker of deze emissie überhaupt wel gaat plaatsvinden.

Assignment

Hierbij wordt er at random een schrijver (seller) van een optie 'aangewezen'. Dit gebeurt door de koper van een optie. We onderscheiden dus een Koop Assignment en een Verkoop Assignment. 

Koop Assignment

De koop die het gevolg is van de aanwijzing om aan de verplichtingen te voldoen die iemand is aangegaan door het schrijven van put opties.

Verkoop Assignment

De verkoop die het gevolg is van de aanwijzing om aan de verplichtingen te voldoen die iemand is aangegaan door het schrijven van call opties. 

De schrijver moet dan de stukken leveren of afnemen tegen de uitoefenprijs van de optie.

Opties met een uitvoering in contanten (cash-settlement) vereisen niet de levering van de onderliggende waarden. In plaats daarvan vergelijkt men de koers van de onderliggende waarde met de uitoefenprijs van de betreffende optie, waarna de schrijver van de optie het eventuele positieve verschil betaalt aan de eigenaar van de optie.

At the money

Situatie waarin de beurskoers van de onderliggende waarde van bijvoorbeeld het aandeel binnen een optie (bijna) gelijk is aan de uitoefenprijs van de optie (strike price).

AVA (algemene vergadering van aandeelhouders)

Bij deze bijeenkomst kan een aandeelhouder invloed uitoefenen op het beleid van een onderneming door gebruik te maken van het stemrecht dat hij automatisch heeft als aandeelhouder.

B-C

B

Basispunt

Eenhonderste van een procent.

Bear market

Aanduiding van een marktsituatie waarin sprake is van een neergaande beurs of van een pessimistische stemming over de verwachte beursontwikkeling.

Beheerkosten

Kosten die de beheerder van een beleggingsfonds in rekening brengt (worden onttrokken aan het belegde vermogen) voor het managen van het fonds en het doen van de onderliggende beleggingen.

Benchmark

Op basis van een benchmark doet een fonds zijn beleggingen en spiegelt het zijn rendement. De benchmark fungeert dus als referentiekader voor het beleggingsbeleid en als vergelijkingsmaatstaf voor het behaalde rendement. Binnen een vooraf vastgestelde bandbreedte mag een fonds in zijn beleggingsbeleid afwijken van de benchmark.

Belastingcorrectie

Dit betreft een correctie op de eerder bij een dividenduitkering ingehouden dividendbelasting, omdat er aanvankelijk te veel of te weinig is ingehouden, uitgaande van het uiteindelijk definitief uitgekeerde dividend.

Beleggersrekening

Dit is vaak het liquide component van uw beleggingsmix (het gedeelte dat u aanhoudt in geld). De financiële afhandeling van uw aan- en verkopen, alsmede alsook de betaling van abonnementsgelden, vindt plaats via deze rekening, op voorwaarde dat u de Beleggersrekening als zogenoemde tegenrekening één-op-één heeft gekoppeld aan uw Effectenrekening (de rekening waarop uw posities in aandelen, obligaties, opties en fondsen zijn geadministreerd). Indien u een overschrijding hebt op uw Beleggersrekening, dat wil zeggen dat uw saldo kleiner is dan nul euro, dan betaalt u debetrente. Wanneer u de eventuele overschrijding niet tijdig aanzuivert, hebben wij de mogelijkheid (een gedeelte) van uw effecten te verkopen.

Beleggingsfonds

Een beleggingsfonds is in feite een 'pool' van de gelden van beleggers. Een zogenoemde fondsmanager beheert de pool. Deze probeert door de juiste effecten (bijvoorbeeld aandelen) op het juiste moment te kopen, een zo goed mogelijk beleggingsrendement te behalen. Met andere woorden: een professional beheert de gelden en hij maakt voor de beleggers de beleggingskeuzes. Doordat een fonds het geld van veel beleggers samenbrengt, kan een beleggingsfonds zijn risico spreiden over veel aandelen en kan hij door zijn omvang transacties veelal vaak tegen lage kosten uitvoeren.

Beta

Volatiliteit ten opzichte van de index of de koersgevoeligheid van een aandeel/fonds in vergelijking tot bewegingen van de markt (het marktrisico).

Bestensorder

Wanneer?

U geeft een bestensorder op, wanneer u wilt dat uw order tegen de eerstvolgende handelskoers wordt uitgevoerd. Bij een bestens-kooporder bent u bereid tegen elke prijs te kopen; bij een bestens-verkooporder is elke prijs die u voor uw stukken krijgt voor u acceptabel. Voorop staat dat u het opgegeven aantal stukken ook daadwerkelijk verkrijgt respectievelijk verkoopt.

Hoe werkt het?

Bij het opgeven van uw order, geeft u alleen het aantal stukken van het fonds dat u wilt aan- of verkopen op. U geeft dus geen limiet mee aan de order.

Voor- en nadelen

Vaak geschiedt de uitvoering van bestens-orders tegen een voor de particuliere belegger ongunstige koers. Het is dan ook verstandig om zo min mogelijk van bestens-orders gebruik te maken, tenzij u tegen elke prijs een bepaald aantal stukken van een fonds wilt aan- of verkopen. Het risico bestaat dat u stukken aankoopt tegen een prijs die hoger is dan u in gedachten had, en dat u bij een verkoop minder voor uw aandelen krijgt dan waar u op had gerekend.

Betaaldatum

Dit is de dag dat een onderneming/instelling de rente of het dividend in geld ter beschikking stelt. Deze datum ligt vóór de dag dat de uitkering daadwerkelijk op uw rekening wordt bijgeschreven.

Beurswijziging

Het aandeel is genoteerd aan een andere beurs dan voorheen. Dit heeft mogelijk gevolgen voor het transactietarief dat voor dit product van toepassing is (bijvoorbeeld omdat een aandeel voortaan aan een buitenlandse beurs is genoteerd).

Biedkoers

De prijs die in de markt, bijvoorbeel op de beurs, wordt geboden voor een bepaald effect of voor bepaalde vreemde valuta's.

Bod tot overname

Dit betreft een bod op het totale aandelenkapitaal of slechts een deel ervan. Het bod luidt in contant geld of in aandelen. Een combinatie van beide is ook mogelijk.


Bij een bod in contanten financiert een partij een overname met geld. Dit in tegenstelling tot een bod in aandelen, waarbij de overnemende partij de overnamesom met aandelen van het overnemende bedrijf financiert. U ontvangt voor uw aandelenbelang een bepaald bedrag.

Bod tot verwisseling

Dit betreft een bod aan de aandeelhouders om de aandelen van een bepaalde onderneming om te wisselen voor aandelen van een andere onderneming.

Bonusaandeel

De term bonus betekent dat een onderneming een extra dividend uitbetaalt vanuit de overwinst (veelal ten laste van de agioreserve). De bonus luidt in contanten of in aandelen. Een gratis aandeel dat een belegger op deze wijze verkrijgt, noemen we een bonusaandeel.

Broker

De Engelse term voor effectenbemiddelaar. Deze persoon brengt vragers en aanbieders bij elkaar, vergelijkbaar met een makelaar op de huizenmarkt.

Bronbelasting

Zo noemt men de belasting die de uitkerende  instelling inhoudt. Dit gebeurt onder andere bij dividendbelasting.

Bull market

Aanduiding van een marktsituatie waarin sprake is van een opgaande beurs of van een optimistische stemming over de verwachte beursontwikkeling.

Bull spread

Een strategie om te profiteren van een koersstijging. Een belegger koopt een zodanige combinatie van call opties en/of put opties aan dat hij bij koersstijging een gunstig resultaat behaalt.

C

Call optie

Dit is een optiecontract waarbij de koper tegen betaling van de optiepremie het recht heeft om gedurende een bepaalde periode tegen een voorafgestelde prijs een vastgestelde hoeveelheid van de onderliggende waarde (bijvoorbeeld een bepaald aandeel) te kopen. De tegenpartij hiervan, de schrijver van de optie, heeft de plicht deze tegen de contractvoorwaarden te leveren. Met een call optie speculeert u als koper op een stijging van de koers van de onderliggende waarde.

Cash dividend (contant dividend)

Een uitkering in geld van de winst aan de aandeelhouder.

Cash flow

Dit betreft (regelmatig terugkerende) inkomsten.

Cash settlement (contante verrekening)

Van cash settlement of contante verrekening is sprake, wanneer bij uitoefening  van een recht de uitkering van de winst daarop (het verschil tussen de uitoefenprijs en koers van de onderliggende waarde) rechtstreeks  in contanten plaatsvindt, zonder de daadwerkelijke koop van de onderliggende waarde. Indexopties en futures worden in de regel altijd contant verrekend.

Certificaat van aandelen

Deze certificaten vertegenwoordigen de originele aandelen, maar zijn meestal in beheer bij een zogenoemd administratiekantoor. Zij geven geen stemrecht, maar hebben wel het financiële voordeel dat aandelen ook hebben. Het administratiekantoor behartigt ook de belangen van de certificaathouders.

Claimemissie

Een claimemissie is een uitgifte van nieuwe aandelen of obligaties door een onderneming waarbij de effecten enkel beschikbaar zijn voor houders van de al bestaande aandelen, doordat  de onderneming aan deze aandeelhouders een claimrecht toekent. Uitoefening van dit claimrecht is mogelijk met een bepaalde bijbetaling, waardoor u nieuwe aandelen verkrijgt, of u verkoopt dit recht. Dit recht kan gedurende een beperkte periode worden uitgeoefend en verhandeld. Zodra de periode is verstreken, vervalt dit recht en verliest de claim zijn waarde oftewel expireert deze. Reden van een claimemissie is, dat het bedrijf geld nodig heeft.

Bij claimemissies maken we onderscheid in buitenland en binnenland. In geval van buitenlandse claimemissies ondersteunt de Rabobank handel in claims niet, in geval van binnenlandse wel.

Claimrecht

Ook wel: claimbewijs. Tegen inwisseling van deze rechten kunt u als eigenaar van de rechten een bepaald aantal aandelen kopen tegen een bepaalde prijs. Deze rechten worden verstrekt aan bestaande aandeelhouders om hun bestaande positie niet te laten verwateren. Oftewel, door het verzilveren van de claims zijn bestaande aandeelhouders in staat om relatief gezien eenzelfde belang in de onderneming en in de winst te houden.

Claimverhouding

Het aantal claims dat nodig is voor inschrijving op een nieuw aandeel of obligatie bij een emissie, waarbij aan de bestaande aandeelhouders een voorkeursrecht wordt gegeven.

Close buy

Transactietype waarbij u een geschreven positie, ook wel short positie genoemd, ongedaan maakt of vermindert.

U verkoopt deze optiepositie als het ware terug aan de uitgevende partij. Met deze order sluit u dus uw positie die was ontstaan door het opgeven  van een open sell call of een open sell put.

In geval van een future: met deze order sluit u uw futurespositie die was ontstaan door het opgeven van een open sell.

Close-end beleggingsfonds

Ook wel: besloten beleggingsfonds. Dit is een bepaald type beleggingsfonds. We komen deze structuur vaak tegen wanneer het fonds zijn beleggingen moeilijk kan verhandelen. Denk bijvoorbeeld aan vastgoedfondsen. In tegenstelling tot een open-end beleggingsfonds, is de koers van het aandeel van het beleggingsfonds niet bepaald door de waarde van de beleggingen binnen het fonds, maar door de vraag naar en het aanbod  van het aandeel. Een close-end beleggingsfonds kan alleen via een emissie nieuwe aandelen plaatsen; het aantal uitstaande aandelen is in beginsel dus vast.

Close sell

Transactietype waarbij u een gekochte positie, ook wel long positie genoemd, ongedaan maakt of vermindert.

U verkoopt deze optiepositie als het ware terug aan de uitgevende partij. Met deze order sluit u, als koper van de optie of future uw positie die was ontstaan door het aangaan van een open buy call of een open buy put.

Combinatie order

Met deze optieorder plaatst u tegelijkertijd een koop- en/of verkooporder in zowel call als put opties in dezelfde onderliggende waarde.

Contant dividend (cash dividend)

Een uitkering in geld van de winst aan de aandeelhouder.

Contante verrekening (cash settlement)

Van cash settlement of contante verrekening is sprake, wanneer bij uitoefening van een optie de tegenpartij de winst (het verschil tussen de uitoefenprijs en koers van de onderliggende waarde) rechtstreeks uitkeert, zonder dat de tegenpartij de onderliggende waarde daadwerkelijk koopt. Indexopties en futures worden in de regel altijd contant verrekend.

Conversieverhouding

De verhouding  tussen het aantal obligaties dat door de obligatiehouder moet worden ingeleverd voor het aantal te ontvangen effecten.

Converteerbare obligatie

Dit is een obligatie die binnen een bepaalde periode en onder bepaalde voorwaarden omwisselbaar is tegen (geconverteerd in) een bepaalde hoeveelheid aandelen of tegen een bepaald bedrag. De keuze ligt bij het houder van de obligatie.

Converteren

Het omwisselen van een effect (bijvoorbeeld een obligatie) in een ander effect tegen een vooraf vastgestelde omwissel- of conversieverhouding. Deze verhouding  wordt bepaald door de zogenoemde conversiekoers, de vastgestelde koers voor een aandeel, waartegen een converteerbare obligatie gedurende de conversieperiode omgewisseld kan worden, al of niet met bij- of terugbetaling in contanten.

Corporate actions

Beheerhandelingen op effectengebied, bijvoorbeeld een dividenduitkering, waarbij het initiatief uitgaat van de uitgevende instelling.

Corrigeren positie

Interne correctie van een eerder aan u gecommuniceerd aantal stukken en/of  van een eerder aan u gecommuniceerde waarde.

Coupon

De rente (couponrente) die gedurende de looptijd van een obligatie wordt uitbetaald op basis van de nominale waarde van de obligatie en het in de naam vermelde rentepercentage, dan wel op basis van een variabel percentage (in geval van een variabele coupon). 

Coupondatum

De datum waarop een obligatie rente uitkeert.

Couponrendement

Verhouding tussen het bedrag aan ontvangen couponrente en de beurswaarde van een obligatie.

Credit

(Beursgenoteerde) bedrijfsobligaties. Indien de leningen niet verhandelbaar zijn, dan spreken we van 'loans'.

Cut-off beleggingsfondsen

De cut-off is de deadline voor het doorgeven van orders om mee te gaan met het eerstvolgende handelsmoment. Orders die u voor de cut-off inlegt, worden over het algemeen nog dezelfde beursdag of die daaropvolgend uitgevoerd. Orders die u na de cut-off inlegt, worden het daaropvolgende handelsmoment uitgevoerd.

De cut-off wordt vastgesteld door het fondshuis. Zij houdt hierbij rekening met de tijd die het beleggingsfonds nodig heeft om de onderliggende beleggingen te verhandelen. Onderliggende posities kunnen bijvoorbeeld over meerdere markten met verschillende openingstijden verspreid zijn. Bij de Rabobank vindt de cut-off meestal een uur eerder plaats dan de cut-off van het fondshuis. Zo hebben wij tijd om alle orders van onze klanten zorgvuldig te verwerken voordat we ze doorvoeren.

U vindt de cut-off tijden van fondsen in de Fondsselector in Rabo Internetbankieren.

D-F

D

Dagelijkse bijstelling

Dit betreft de dagelijkse bijstelling van de waarde van futurescontracten.

Dagorder

Aan- of verkooporder voor effecten die slechts op die dag geldig is.

Default rate

Het niet voldoen aan de bepalingen van een leningsovereenkomst, bijvoorbeeld  een wanbetaling, herstructurering of faillissement. Het faillissementspercentage of wanbetalingspercentage, zijnde de mate waarin in een bepaalde periode bedrijven niet voldoen aan de bepalingen van een leningsovereenkomst, noemen we de default rate.

Definitieve Afrekening

Dit betreft de laatste verrekening van winst of verlies na het sluiten van een futurespositie.

Delisting

Een delisting is een externe gebeurtenis en voor de Rabobank in principe aanleiding om de administratie in het effect te beëindigen. Het vervolg zal zijn 1) een verkoop of 2) een overboeking naar het afstandsdepot of 3) een levering naar een andere bewaarder. Delisting is daarom geen zelfstandige transactiesoort, maar hooguit de reden achter de transacties 1, 2 en 3 zoals hiervoor genoemd.

Delta

De mate waarin de koers van een optie de koers van het onderliggende aandeel volgt.

Deponeren

Dit betekent dat de aandelen op uw effectenrekening zijn bijgeboekt, omdat deze zijn overgeboekt vanuit een ander depot.

Disagio

Het negatieve verschil tussen het nominale bedrag van een effect en de actuele waarde ervan. Een positief verschil noemen we een 'agio'. 

Diversifiëren

Ook wel diversificeren. Dit betekent spreiden.

Dividend

Een uitkering van de winst of een deel ervan aan de aandeelhouders. Op het moment van ex-dividend komt het bruto dividend in principe in mindering op de koers.

Dividendbelasting

Dit is een vorm van belasting voor aandeelhouders op inkomsten uit een dividenduitkering. De uitkerende partij houdt deze in aan de bron, dus bij de uitkering. De dividendbelasting betreft dus een voorinhouding door de uitkerende  partij, waardoor de aandeelhouder uiteindelijk een netto dividend ontvangt.

Dividendrendement

Het bruto dividend (dus inclusief de dividendbelasting) gedeeld door de beginkoers van het aandeel.

Dow Jones

De Dow Jones, volledig Dow Jones Industrial Average index, is het gemiddelde van de koersen van aandelen op de belangrijkste effectenbeurs in New York, de New York Stock Exchange.

E

Effecten

Effecten is een verzamelnaam voor verhandelbare rechten die een financiële waarde vertegenwoordigen, zoals aandelen, obligaties, opties en termijncontracten.
Een typisch kenmerk van effecten is dat ze gewoonlijk op een beurs noteren en dat de prijsbepaling daar geschiedt door vraag en aanbod. De actuele prijs van effecten noemt men de koers.

Effectenbericht

Indien een ingelegde order niet is uitgevoerd, verstuurt de Rabobank in plaats van een effectennota een zogenoemd effectenbericht. Ook in geval van niet-order gerelateerde zaken verstuurt de Rabobank een effectenbericht. De verzending van dergelijke berichten kent geen juridische verplichting, maar geschiedt uit oogpunt van klantvriendelijkheid.

Effectenbeurs

Een openbare markt voor de handel in onder andere aandelen, warrants, obligaties, bankbrieven, en opties. Marktpartijen handelen reeds geplaatste oftewel bestaande effecten, maar ook voorziet de effectenbeurs in een platform voor de uitgifte (emissie) van nieuwe aandelen en obligaties.

Emissie

Uitgifte van nieuwe effecten (aandelen of obligaties) door een onderneming met als doel het vergaren van kapitaal. In het geval van beleggingsinstellingen betreft dit veelal de introductie van een nieuw beleggingsfonds. 

Eurobond

Een obligatie die op de Europese kapitaalmarkt wordt verhandeld. De emissie heeft plaatsgevonden in een ander land dan het land van de valuta waarin de eurobond wordt uitgedrukt.

Europese stijl

Dergelijke opties of warrants kunnen enkel aan het einde van de looptijd worden uitgeoefend door de houder ervan. Hiernaast kennen we de Amerikaanse stijl, die inhoudt dat een bepaald recht op elk moment gedurende de looptijd (en dus niet alleen aan het einde van de looptijd) mag worden uitgeoefend.

Ex-datum

Op de handelsdag voorafgaand aan de zogeheten ex-datum wordt bepaald welke aandeelhouders de stukken in bezit hebben. Zij en alleen zij hebben recht op de dividenduitkering.

Exercise (uitoefenen optie)

Opdracht tot het uitoefenen van het recht van de optie door de houder ervan. We onderscheiden een Koop Exercise en een Verkoop Exercise. Koop Exercise: De koop die het gevolg is van het uitoefenen van de rechten van een call optie. Verkoop Exercise: De verkoop die het gevolg is van het uitoefenen van de rechten van een put optie. De koers in de transactie noemen we de exercise prijs.

Exercise cash

Opties met een uitvoering in contanten (cash settlement) vereisen niet de levering van de onderliggende waarden. In plaats daarvan vergelijkt men de koers van de onderliggende waarde met de uitoefenprijs van de optie, waarna de houder van de optie het eventuele positieve verschil betaald krijgt van de schrijver van de optie.

Expiratie

Dit betreft het aflopen van een optiecontract. Wanneer aan het eind van de looptijd (bij expiratie) van de optie de prijs van de onderliggende waarde onder (respectievelijk bij put opties: boven) de afgesproken uitoefenprijs ligt, heeft de optie geen waarde meer waarna de Rabobank deze afboekt.

Expiratiedatum

Dit is de laatste dag waarop een optiehouder zijn recht kan uitoefenen. Aan het einde van deze dag vindt de zogenoemde expiratie plaats en vindt de afwikkeling van de optie plaats.

Exposure

Letterlijk blootstelling. In deze context wordt deze term vaak gebruikt om de gevoeligheid van een onderliggende waarde voor bepaalde andere ontwikkelingen aan te duiden.

F

Faillissement

Een onderneming die zijn verplichtingen niet na kan komen, kan failliet worden verklaard. Er komt een beslag op de goederen van de schuldenaar. Met de waarde daarvan vindt eventueel de betaling aan de gezamenlijke schuldeisers, waaronder de obligatiehouders, plaats. Voor aandeelhouders, die altijd achteraan in de rij staan, blijft er in de regel niets meer over, hetgeen betekent dat de aandelen waardeloos zijn.

Fair Value afrekening

Omdat een overnamebod op de onderliggende onderneming binnen uw optie is uitgebracht, kan de optie niet langer voortbestaan en is deze uit de notering gehaald. Immers, hierdoor houdt de onderliggende waarde op te bestaan. Daarom ook moeten alle optieposities voor hun afloopdatum zijn beëindigd.

Bij de afwikkeling van de optie in contanten maakt men gebruik gemaakt van de Fair Value methode die rekening houdt met de intrinsieke waarde van de optie en met de resterende tijd- en verwachtingswaarde.

First in first out

Een manier van rangschikking waarbij de order die onder vergelijkbare condities in de tijd het eerst is geplaatst, ook het eerst een uitvoering krijgt.

Fondsverwisseling

Bij een fondsverwisseling verandert er voor het fonds op administratief gebied iets, bijvoorbeeld een naamswijziging of een verhuizing van een beleggingsfonds van bijvoorbeeld Nederland naar Luxemburg.

Fracties

Een op de beurs verhandeld aandeel kan uitsluitend worden aangehouden in hele stukken. Indien u bijvoorbeeld door een stockdividend fracties van een aandeel ontvangt, dan verkoopt de Rabobank deze automatisch voor u. U ontvangt de opbrengst hiervan op uw rekening.

Fusie

Bij een (aandelen)fusie (ook wel: bod in aandelen) gebeurt het volgende: alleen de eigendomsrechten (de aandelen) verwisselen van eigenaar: bedrijf A koopt alle aandelen in bedrijf B. B is daarmee de 100% dochter van A. De tegenprestatie bestaat uit een aandelenruil, waardoor u aandelen verwerft in de onderneming A.

Future

Een future is een overeenkomst tot koop of verkoop van een goed of een financiële waarde die op een bepaald tijdstip in de toekomst door de verkoper aan de koper moet worden geleverd. Dit tegen een prijs die bij het aangaan van het contract is vastgelegd. Bij de meeste futures vindt geen daadwerkelijke levering plaats maar een contante verrekening (cash settlement). In tegenstelling tot een optie, gaat het bij een future niet om het recht tot aan- of verkoop, maar om de plicht.

G-L

G

Gamma

De gamma van een optie geeft aan hoeveel de delta van een optie naar verwachting zal veranderen op het moment dat de koers van de onderliggende waarde (iets) verandert.

Gedekt schrijven

De schrijver van een optiecontract heeft de onderliggende waarde in bezit. Hierdoor weet de schrijver dat een stijging van de waarde van zijn beleggingen een eventueel verlies op zijn optie compenseert. Per saldo maakt hij dus nooit verlies. De effecten zijn dan tot het sluiten van de optie of tot aan de afloopdatum geblokkeerd.

Gestructureerde producten

Beleggingen waarbij men meer of minder risico loopt dan wanneer men het onderliggende effect an sich koopt. Voorbeelden zijn turbo's, certificaten, converteerbare obligaties en reverse convertibles.

Groeiaandelen

Aandelen van bedrijven met een structureel sterke groei. Hier tegenover staan waardeaandelen.

H

Handmatige boeking

Verandering van uw effectenbezit ten gevolge van een interne bij- of afboeking.

Haussemarkt

Een marktsituatie met stijgende koersen of een situatie met een pessimistische stemming  over de verwachte beursontwikkeling. Tegenover een haussemarkt staat een baissemarkt.

Hedge

Dit betekent afdekking of risicovermindering. Zo kan men bijvoorbeeld het risico van inflatie (stijging van het algemeen prijspeil) afdekken door te beleggen in activa waarvan de waarde meebeweegt met het algemeen prijspeil. Een zogenoemd hedge fund zal zijn beleggingsrisico's proberen te beperken of elimineren, vooral door gebruik te maken van bepaalde derivaten.

Herbeleggen

De Rabobank investeert voor u het uitgekeerde dividend (na aftrek van de dividendbelasting) of de uitgekeerde rente in participaties van het beleggingsfonds.

High-yield obligaties

Obligaties van bedrijven met een relatief lage rating. Zoals de naam al zegt kennen deze obligaties vanwege het hoge risico een verhoudingsgewijs hoge yield (rendement).  Ook wel junk bonds genoemd.

Hoofdbetaalkantoor

Een partij die aangewezen is door de uitgever van het effect om zorg te dragen voor de financiële afwikkeling van dividenden, aflossingen en coupons.

I

Illiquide

Slecht, moeilijk of beperkt verhandelbaar.

Indexoptie

Een optie waarbij een index dient als onderliggende waarde.

Index

Dit is een beursgraadmeter. Zij is samengesteld uit verschillende onderliggende waarden die veelal zijn genoteerd op een bepaalde markt of die onderdeel zijn van één en dezelfde sector of één en hetzelfde land en presenteer een soort van koersgemiddelde van dit mandje. Men gebruikt indices om generieke veranderingen op een bepaalde markt of binnen een bepaalde sector of land waar te nemen en om de stemming  hierover weer te geven. Bekende indices zijn de AEX, de Dow Jones en de Nasdaq.

Initial margin

Dit is het bedrag dat als borg dient van een future positie. Dit bedrag moet u daadwerkelijk storten bij uw bank, voordat u de future kunt kopen.

Inschrijven

Wanneer een partij nieuwe obligaties of aandelen uitgeeft, kan men daarop intekenen  of inschrijven. Hiermee geeft een belegger aan het nieuwe effect te willen kopen.

Interim dividend

Tussentijdse uitkering van een dividend. Het daarna nog te betalen dividend wordt slotdividend genoemd.

Interne afboeking

Vermindering van het aantal stukken in uw portefeuille ten gevolge van een interne afboeking.

Interne bijboeking

Vermeerdering van het aantal stukken in uw portefeuille ten gevolge van een interne bijboeking.

In the money

Bij een call optie spreekt men hiervan wanneer de beurskoers van de onderliggende waarde hoger is dan de uitoefenprijs van de optie. Bij een put optie geldt dit wanneer de beurskoers van de onderliggende waarde juist lager is dan de uitoefenprijs van de optie. In beide gevallen geldt dus dat de optie een bepaalde waarde vertegenwoordigt (even los van de tijds- en verwachtingswaarde: de waarde die voortkomt uit de resterende looptijd van de optie en uit de verwachte koersbeweging van de onderliggende waarde).

Intrinsieke waarde

Dit is de werkelijke waarde van een bepaald financieel activum, zoals een aandeel (dus zonder verwachtingen voor de toekomst). In geval van een open-end beleggingsfonds is deze intrinsieke waarde de waarde van de onderliggende beleggingen binnen het fonds. De intrinsieke waarde van een aandeel is afhankelijk van het totaal van de bezittingen van een bepaalde onderneming.

IRR

Effectief rendement (internal rate of return). Dit is het rendement op het gemiddeld geïnvesteerd vermogen).

ISIN code

ISIN staat voor International Securities Identification Number; een uniek nummer van een effect en waaraan het dus herkenbaar is. De ISIN bestaat uit een beurscode en een uniek nummer.

J

Junk bond

Dit is een obligatie die is uitgegeven door een uitgever met een slechte kredietwaardigheid of het betreft een obligatie van een onderneming die naar dit niveau is afgezakt. Vaak hoort er een hoog rentepercentage bij, omdat het risico dat een belegger zijn geld helemaal niet meer terugziet, navenant groot is.

K

Kapitaalstructuur

Ook wel: balansstructuur. Dit geeft inzicht in hoe een onderneming is gefinancierd (verdeling over leningen en aandelen).

Keuzedividend

Een dividenduitkering  waarbij de aandeelhouder kan kiezen tussen een dividenduitkering  in aandelen (stock) of in contanten (in geld/cash).

Koers

Dit is de prijs waartegen de meest recente handel heeft plaatsgevonden. Zij weerspiegelt vraag en aanbod en dus ook verwachtingen. De koers kan afwijken van de intrinsieke of onderliggende waarde vanwege deze verwachtingen.

Krach

Het plotseling ineenstorten van de beurskoersen.

Kredietopslag

Extra rente voor het risico dat het bedrijf failliet gaat; marge boven het officiële en risicoloze rentetarief.

L

Laatkoers

Dat is de prijs die verkopers van een effect willen ontvangen.

Leveringen

Dit betekent een afboeking van de effecten van uw effectenrekening en doorgeleverd aan een andere bank. Indien het een levering tegen betaling betreft, dan geldt levering onder de voorwaarde dat die andere bank een afgesproken bedrag (meestal het aankoopbedrag) gelijktijdig betaalt aan de verzendende bank. Het betekent dus de uitboeking van bepaalde stukken van uw effectenrekening.

Lichten

Dit betekent dat de aandelen zijn verwijderd van uw effectenrekening. De waarde van de aandelen is nul euro.

Light-opties

Opties op een index waarbij de onderliggende waarde van de optie 10% bedraagt van die index.

Limiet order

Wanneer?
U geeft een limiet-kooporder op wanneer u een bepaald aandeel alleen beneden of ten hoogste op een bepaalde koers wilt aankopen. U geeft een limiet-verkooporder op, wanneer u uw stukken alleen wilt verkopen boven of ten minste op een bepaalde koers.

Hoe werkt het?
Bij het doorgeven van uw order geeft u aan wat de maximale koers is waartegen u wilt aankopen (limiet-kooporder), respectievelijk wat de minimale koers is waartegen u uw stukken wilt verkopen (limiet-verkooporder). Deze maximale of minimale koers noemen we de limiet. Daarnaast geeft u vanzelfsprekend aan hoeveel stukken u wilt aan- of verkopen.

Liquidatie

Wanneer alle activa stuk voor stuk worden verkocht en het bedrijf zijn onderneming staakt, spreken we van liquidatie van het bedrijf. Liquideren betekent hier dus het omzetten van activa in geld (door ze te verkopen).

Zeer vaak vindt dit plaats in het kader van een faillissement.

Loans

(Niet-genoteerde) bedrijfsleningen. Indien de leningen wel zijn genoteerd aan een beurs, dan spreken we van 'credits'.

Long positie

Een belegger met een long positie heeft de optie gekocht en daadwerkelijk in bezit. De houder van zo'n optiepositie kan gebruik maken van het optierecht om de stukken te ontvangen of te leveren.

Looptijd

De duur van een obligatie of de periode waarin de houder van een optie of warrant het recht kan uitoefenen.

Lopende rente

Dit betreft de opgebouwde rente van een obligatie voordat de coupondatum is bereikt, oftewel voordat de uitkering van de rente aan de belegger daadwerkelijk plaatsheeft.

Lossen

Het betaalbaar stellen of aflossen van een obligatie.

M-P

M

Margin

De dekking die een belegger dient aan te houden wanneer hij ongedekt opties schrijft. Deze margin dient als een soort van zekerheid voor de tegenpartij in de optieconstructie; de tegenpartij weet door de margin dat hij zijn geld krijgt. Wanneer de waarde van een geschreven  optiepositie stijgt, zal de omvang van deze margin dienovereenkomstig toenemen. De margin wordt elke handelsdag berekend.

Medium Term Note

Medium Term Notes (MTN's) zijn vergelijkbaar met een obligatie, maar kennen veelal een grotere coupure dan normale obligaties en/of een kortere looptijd. Handel vindt plaats op de onderhandse markt en dus niet op de beurs, zoals bij gewone obligaties. Hierdoor zijn deze stukken wellicht minder geschikt voor particuliere beleggers.

Midkap

Met Midkap wordt de Amsterdam Midkap indeX bedoeld. Deze index is opgebouwd uit aandelen die qua beursomzet op plaats 26 t/m 50 staan (dus de aandelen die qua grootte volgen op de 25 AEX-fondsen).

N

Naked (ongedekt schrijven)

Dit betreft een geschreven call optie zonder dat de belegger de onderliggende waarde in bezit heeft. Geschreven put opties zijn per definitie ongedekt, omdat hier sprake is van een afnameplicht.

Nasdaq

Nasdaq staat voor National Association of Security Dealers Automated  Quotations. Het betreft een beurs in de Verenigde Staten waaraan veel technologie-aandelen zijn genoteerd. De (schermen)beurs heeft ook een eigen index, de Nasdaq-index, die een indicatie geeft van het sentiment rond technologiewaarden.

Nikkei (-index)

De Japanse beursgraadmeter.

Nominale waarde

De uitgiftewaarde van een aandeel of grootte van de schuldvordering in geval van een obligatie.

NYSE Euronext

NYSE staat voor New York Stock Exchange, de Amerikaanse aandelenbeurs in New York. Deze beurs is gefuseerd met Euronext, een combinatie van de Nederlandse, Franse en Belgische beurzen. Hierdoor is het beursbedrijf NYSE Euronext ontstaan.

O

Obligatie

Een schuldbewijs, verhandeld op de beurs, vaak met een vaste nominale waarde. Hierover wordt een rente vergoed. Deze kan een vast of variabel karakter hebben. In tegenstelling tot een aandeel, geeft een obligatie geen stemrecht, vormt zij geen eigendomsrecht en levert zij geen aanspraak op een deel van de winst op.

Odd lot offer

In een Odd Lot Offer (Olo) Koop/Verkoop is het aanbod van de onderneming beperkt tot aandeelhouders die minder dan 100 aandelen in de onderneming bezitten (minder dan de minimale handelshoeveelheid). De onderneming is hierdoor in staat om 'kleine' aandeelhouders te bedienen, zonder te worden geconfronteerd met hoge kosten (Olo Koop), respectievelijk zijn de 'kleine' aandeelhouders in staat hun participaties te verkopen, zonder te worden geconfronteerd met hoge transactiekosten (Olo Verkoop).

Onderliggende waarde

Dit is het effect waarop een optie, future of warrant betrekking heeft, bijvoorbeeld 100 aandelen van een bepaalde onderneming in geval van een aandelenoptie.

Ongedekt schrijven (naked)

Dit betreft een geschreven  call optie zonder dat de belegger de onderliggende waarde in bezit heeft. Geschreven put opties zijn per definitie ongedekt, omdat hier sprake is van een afnameplicht.

Ontvangsten

Ontvangsten zijn transacties waarbij alleen een overboeking van effecten plaatsheeft van een andere bank naar uw effectenrekening zonder dat daar een betaling tegenover staat. Dit betreft dus de inboeking van bepaalde effecten op uw effectenrekening.

Indien het een ontvangst met bijbetaling betreft, dan betekent dit dat de effecten door een andere bank geleverd zijn die daartegenover gelijktijdig een afgesproken bedrag (meestal het aankoopbedrag) uitbetaald krijgt. De Rabobank boekt de aldus ontvangen effecten bij op uw effectenrekening.

Open buy

Transactietype waarbij de belegger een optiepositie opent. Als koper van de optie verkrijgt u het recht om gedurende de looptijd van de optie de onderliggende waarden te kopen (call) of te verkopen (put) tegen een vastgestelde prijs. We noemen dit ook wel een long positie. U koopt hiermee dus een optie.

Open-end beleggingsfonds

Dit is een bepaald type beleggingsfonds. We zien deze structuur vaak wanneer het fonds zijn beleggingen relatief makkelijk en zonder al te veel impact op de koers van de beleggingen binnen het fonds kan verhandelen. De koers van het aandeel van het beleggingsfonds is afhankelijk van de waarde van de beleggingen binnen het fonds. Het fonds is verplicht extra aandelen uit te geven wanneer de vraag het aanbod overstijgt en evenzo moet zij aandelen innemen indien het aanbod de vraag overstijgt. Het aantal uitstaande aandelen is in beginsel onbeperkt. De koers van het aandeel van het fonds is dus niet de uitkomst van de vraag naar en het aanbod van het aandeel.

Open sell

Transactietype waarbij een belegger een optie verkoopt. U, als schrijver van de optie (tegenpartij  van de koper), neemt de plicht op u om gedurende de looptijd van de optie de onderliggende waarden te leveren (call) of te kopen (put) tegen een vastgestelde prijs. We noemen dit ook wel een short positie.

Openingskoers

De koers die ontstaat bij het openen van de beurs. Feitelijk is dit de koers waartegen de handel van start gaat.

Optie

Een optie vertegenwoordigt het recht om gedurende een bepaalde periode een gegeven aantal stukken (bijvoorbeeld aandelen) tegen een vastgestelde prijs te mogen ontvangen/kopen (call) of te mogen leveren/verkopen (put). Vaak betreft het een gestandaardiseerde contractgrootte. Vanzelfsprekend is een index an sich niet leverbaar, zodat de verrekening van de waarde van een index-optie altijd in contanten plaatsheeft.

Optiepremie

De prijs van een bepaalde optie. Dit is de koers waartegen zij noteert.

Optieserie

Reeks van opties die betrekking hebben op dezelfde onderliggende waarde, uitoefenprijs en looptijd.

Order

Een aan- of verkooptransactie in een effect.

Out of the money

Bij een call optie spreekt men hiervan wanneer de beurskoers van de onderliggende waarde lager is dan de uitoefenprijs van de optie. Bij een put optie geldt dit wanneer de beurskoers van de onderliggende waarde juist hoger is dan de uitoefenprijs van de optie.

Overboeking

Dit betreft binnen het domein van beleggen, indien het een overboeking in geld betreft, het bedrag dat u van één van uw geldrekeningen naar de Beleggersrekening hebt overgeboekt. Betreft het een fysieke overboeking: een overboeking van effecten van de ene effectenrekening bij de Rabobank naar een andere effectenrekening bij de Rabobank.

Overname

Dit betreft de koop van alle aandelen van een onderneming B door een onderneming A. In tegenstelling tot een liquidatie, waarbij men alle activa separaat verkoopt, wordt bij een overname de onderneming als geheel verkocht. U ontvangt contanten voor uw aandelen in de oude onderneming (B) of aandelen in de nieuwe onderneming (A).

P

Pari

Dit is de nominale waarde, oftewel de intrinsieke waarde, van een aandeel of de koers waartegen obligaties kunnen worden afgelost. Is de uitgiftekoers van een aandeel of obligatie boven pari, dan is de uitgiftekoers hoger dan de nominale waarde. Wordt een effect uitgegeven tegen een prijs die lager is dan de nominale waarde, dan spreken we van beneden pari. Is de beurskoers gelijk aan de nominale waarde, dan spreken we van à pari.

Pay-date

De datum waarop de betaalbaarstelling van een dividend plaatsheeft.

Penny stocks

Een benaming voor aandelen met een erg lage, absolute beurskoers, bijvoorbeeld slechts enkele centen.

Perpetuele obligatie

Dit zijn leningen die in principe geen aflossing kennen. Zij heten daarom ook wel eeuwige leningen. Vaak is er wel een clausule opgenomen die de voorwaarden stelt om de lening af te lossen.

Preferent aandeel

Dit zijn aandelen met extra rechten die normale aandelen niet hebben. Dit kan betrekking hebben op dividenduitkeringen, voorrang bij de afwikkeling van een faillissement van de onderneming, etc. Deze aandelen worden ook vaak prioriteitsaandelen genoemd.

Premie

Bij opties de prijs waartegen een optie wordt verhandeld dan wel de prijs waartegen een optie staat genoteerd.

Prioriteitsaandelen

Hierbij geeft een partij extra rechten aan de houder van deze aandelen. De rechten hebben betrekking op de benoeming van de directie en commissarissen en andere belangrijke beslissingen zoals overnames en emissies van aandelen. Deze aandelen worden ook vaak preferente aandelen genoemd.

Private equity

Investeringen in ondernemingen die niet beursgenoteerd zijn; aandelen in private bedrijven.

Prospectus

Document met informatie over het uit te geven effect, zoals onder andere informatie over de onderneming of het fonds, de datum waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld of de coupondatum, de lossingsdatum en alle overige voorwaarden.

Put optie

Dit is een optiecontract waarbij de koper tegen betaling van de optiepremie het recht heeft om gedurende een bepaalde periode tegen een voorafgestelde prijs een vastgestelde hoeveelheid van de onderliggende waarde te verkopen. De tegenpartij hiervan, de schrijver, heeft de plicht deze tegen de contractvoorwaarden af te nemen. Met een put optie speculeert de koper op een koersdaling van de onderliggende waarde.

Q-S

Q

Quote

De hoogste biedprijs en de laagste verkoopprijs van een bepaald effect op een bepaald moment.

R

Rating

Beoordeling van kredietwaardigheid van een bedrijf.

Rente

Vergoeding die men betaalt bij het lenen van geld of juist ontvangt bij het verstrekken van geld.

Reverse convertibles

Obligaties die binnen een bepaalde periode en onder bepaalde voorwaarden kunnen worden omgewisseld. Dat kan in geld of in aandelen gebeuren. De keuze ligt bij de uitgever van de obligatie. De couponrente is relatief hoog om een gedeelte van het risico af te dekken.

Reverse stock split

Een reverse stock split is het samenvoegen van aandelen tot een nieuw aandeel, het is het tegenovergestelde van een aandelensplitsing (een stock split). Na een reverse stock split is het volume van de uitstaande aandelen kleiner en daardoor de prijs per aandeel hoger. De nominale waarde van de aandelen is hierdoor vermeerderd. De totale waarde van de aandelen samen is echter onveranderd.

Wanneer een onderneming kiest voor een reverse stock split met de verhouding 1:25, betekent dit dat als u 100 aandelen in het fonds had, u er na de splitsing 25 heeft. De omzetting heeft geen gevolgen voor de waarde van de posities van beleggers.

Royeren

Het terugtrekken van een order die niet (volledig) is uitgevoerd.

S

Senior notes

Notes met de hoogste zekerheid (wat betreft rentebetaling en aflossing). Dit zijn obligaties die veiliger zijn dan zogenoemde junior obligaties en dan (preferente) aandelen.

Senior tranche

Gedeelte van een gestructureerd product dat als eerste aan bod komt bij uitbetalingen of dat als laatste aan de beurt komt bij verliezen.

Settlement

De afwikkeling van een effectentransactie en het geld dat er mee gemoeid is.

Short gaan

Het verkopen van effecten die u op dat moment (nog) niet in bezit heeft. Als belegger gokt u erop de effecten op het moment van levering goedkoper te kunnen aankopen dan nu zou moeten worden betaald.

Slotkoers

De koers die tot stand is gekomen aan het eind van de beursdag.

Spin-off

Door een spin-off ontstaat een onafhankelijke, nieuwe onderneming uit een bestaand moederbedrijf. Als belegger in het moederbedrijf ontvangt u automatisch ook aandelen van de nieuwe onderneming.

Split-up

Een split-up is een aandelensplitsing in een aantal delen. De nominale waarde van het initiële aandeel wordt verminderd en dit komt veelal ook direct tot uiting in de koers. De vermeerdering van het aantal uitstaande aandelen is echter zodanig verdeeld dat het relatieve belang van elke aandeelhouder in de onderneming gelijk blijft. Over het algemeen kiest een onderneming hiervoor wanneer de koers van een aandeel hoog is. Door het aandeel te splitsen, zal de koers lager zijn en is de verhandelbaarheid van het aandeel daardoor groter. De omzetting heeft geen gevolgen voor de waarde van de posities van beleggers.

Bij een aandelensplitsing splitst een onderneming dus het aantal uitstaande aandelen, bijvoorbeeld in de verhouding 3:1. Dat betekent dat als u 100 aandelen in het fonds had, u er na de splitsing 300 heeft.

Spread

Een optiepositie die is opgebouwd uit een longpositie in een bepaalde optieklasse en een shortpositie in één of meer andere series van dezelfde optieklasse.

Staatslening

Een obligatie die uitgegeven is door een rijksoverheid.

Stockdividend

Dit betreft een uitkering in aandelen in plaats van in contanten. Indien een bedrijf het stockdividend uitkeert ten laste van de agioreserve dan hoeft de aandeelhouder daar geen inkomstenbelasting over te betalen. Vindt de uitkering van het stockdividend echter plaats ten laste van bijvoorbeeld de jaarwinst, dan betaalt de ontvanger hierover wel inkomstenbelasting.

Stop Limit-order

Voor Stop Limit-orders geldt op hoofdlijnen hetzelfde als voor Stop Loss-orders. Pas bij het bereiken van de door u opgegeven activeringskoers wordt uw order ook daadwerkelijk in het orderboek van de beurs geplaatst.

Het verschil tussen een Stop-Limit-order en een Stop-Loss-order is dat een Stop-Limit-order bij het bereiken van de activeringskoers met een door u opgegeven limiet - en dus niet bestens - in het orderboek komt te liggen. Vanaf het bereiken van deze activeringskoers, gedraagt de order zich als een gelimiteerde aan- of verkooporder. 

Stop Limit-kooporder

Bij een Stop-Limit-kooporder moet de activeringskoers hoger of gelijk zijn aan de laatste koers. Ook geeft u bij het doorgeven van uw order een limiet op. Uw Stop Limit-kooporder wordt uitgevoerd  als de actuele koers gelijk is aan of hoger is dan de opgegeven activeringskoers, maar niet hoger is dan de door u opgegeven limiet.

Stop Limit-verkooporder

Bij een Stop Limit-verkooporder moet de activeringskoers lager of gelijk zijn aan de laatste koers. Ook geeft u bij het doorgeven van uw order een limiet op. Uw Stop Limit-verkooporder wordt uitgevoerd, wanneer de actuele koers gelijk is aan of lager is dan de opgegeven activeringskoers, maar niet lager is dan de door u opgegeven limiet.

Stop Limit-order voor turbo's, warrants en certificaten

Dit type order werkt anders voor turbo's, warrants en certificaten. Bij een Stop Limit-kooporder moet de activeringsprijs hoger zijn dan de laatprijs van de zogenoemde liquidity provider*. Bij een Stop Limit-verkooporder voor deze soorten producten moet de activeringsprijs lager zijn dan de biedprijs van de liquidity provider. Het belangrijkste verschil is dat de referentiekoers om de order te activeren niet de laatste koers is, maar de beste bied- of laatprijs van de liquidity provider voor de warrant of turbo. Een Limietorder van een andere partij (particulier) zal uw stop loss order niet activeren. Alleen de beste bied- of laatprijs van de liquidity provider kan uw Stop Limit-orderactiveren.

*Een liquidity provider is een professionele partij die zich garant stelt voor voldoende liquiditeit in de markt. U herkent een liquidity provider aan de ronde volumes achter zijn bied- en laatprijzen.

Twee voorbeelden van een Stop Limit-order

U legt een Stop Limit-kooporder voor 200 aandelen X in met een activeringskoers van € 55 en een limiet van € 57. Het aandeel sluit die dag op € 54,50. De volgende beursdag loopt de koers op en komt boven de activeringskoers van € 55. Er wordt net zo lang gekocht tot het door u opgegeven aantal is aangekocht of totdat een koers van € 57 (limiet) bereikt is. Dit kan bijvoorbeeld als een belegger 100 aandelen X voor € 55 wil verkopen en een andere belegger vervolgens nog eens 100 aandelen X voor € 56,50 wil verkopen. Wanneer er voldoende aanbod is van kopers en verkopers, kan het uiteraard zo zijn dat alle 200 aandelen in één keer tegen dezelfde prijs aangekocht kunnen worden.

U legt een Stop Limit-verkooporder voor 200 aandelen X in met een activeringskoers van € 19 en een limiet van € 18. Het aandeel noteert op dat moment € 19,20. Gedurende de dag daalt het aandeel, raakt de activeringskoers van € 19 en zakt nog wat verder. Er wordt net zo lang verkocht tot het door u opgegeven aantal is verkocht of totdat een koers van € 18 bereikt is. Dit kan bijvoorbeeld als een belegger 100 aandelen X voor € 19 wil kopen en een andere belegger vervolgens nog eens 100 aandelen X voor € 18,50 wil kopen. Wanneer er voldoende aanbod is van kopers en verkopers, kan het uiteraard zo zijn dat alle 200 aandelen in één keer tegen dezelfde prijs verkocht kunnen worden.

Stop Loss-order

U geeft een Stop Loss-order op wanneer u pas vanaf een bepaalde koers uw/een positie in een beleggingsproduct wilt aan- of verkopen. Deze koers heet de activeringskoers.

Bij het bereiken van de activeringskoers wordt uw order als Bestensorder in het orderboek van de beurs geplaatst. Dit betekent dat uw order direct na het bereiken van de activeringskoers wordt uitgevoerd. Bij het opgeven van uw order geeft u aan wat de activeringskoers is. Bij een Stop Loss-kooporder moet de activeringskoers hoger zijn dan de laatste koers, terwijl bij een Stop Loss-verkooporder de activeringskoers juist lager moet zijn dan de laatste koers. 

Stop loss-order bij Turbo's, Warrants en Certificaten

Dit type order werkt anders voor turbo's, warrants en certificaten. Bij een Stop loss-kooporder voor deze soorten producten moet de activeringsprijs hoger zijn dan de laatprijs van de zogenoemde liquidity provider*. Bij een Stop Loss-verkooporder voor deze soorten producten moet de activeringsprijs lager zijn dan de biedprijs van de liquidity provider. Het belangrijkste verschil is dat de referentiekoers om de order te activeren niet de laatste koers is, maar de beste bied- of laatprijs van de liquidity provider voor de betreffende turbo of warrant of het betreffende certificaat. Een Limietorder van een andere belegger zal uw Stop loss-order niet activeren. Alleen de beste bied- of laatprijs van de liquidity provider kan uw Stop loss-order activeren.

*Een liquidity provider is een professionele partij die zich garant stelt voor voldoende liquiditeit in de markt. U

herkent een liquidity provider aan de ronde volumes achter zijn bied- en laatprijzen. 

Voor- en nadeel

Het voordeel van dit type order is dat u niet voortdurend de koersen in de gaten hoeft te houden om te kunnen (ver)kopen op de door u gewenste koers. Het nadeel van Stop Loss-orders wordt duidelijk bij een sterk schommelende beurs, zoals u kunt zien in onderstaande voorbeelden.

Twee voorbeelden van Stop loss-orders:

U legt een Stop Loss-verkooporder in met een activeringskoers van € 14. Het aandeel sluit die dag op € 15. De volgende  beursdag opent het aandeel op € 12. Uw verkooporder wordt dan uitgevoerd op € 12.

U legt een Stop-Loss-kooporder in met een activeringskoers van € 30. Het aandeel sluit die dag op € 29,50. De volgende beursdag opent het aandeel op € 37,50. Uw order wordt uitgevoerd op € 37,50.

Straddle

Een optieconstructie waarbij een belegger een call optie en een put optie koopt op dezelfde onderliggende waarde met dezelfde uitoefenprijs en dezelfde looptijd.

Stockdividend

Een winstaandeel dat niet contant maar in de vorm van een (extra) aandeel in de onderneming aan de aandeelhouder wordt uitgekeerd.

Strangle

Het gelijktijdig schrijven van een call optie en een put optie in dezelfde onderliggende waarde, maar tegen een verschillende uitoefenprijs. Zolang de prijs binnen een bepaalde bandbreedte blijft, levert deze constructie winst op.

Stresstest

Kwetsbaarheidtest; onderzoek naar de kwetsbaarheid van banken voor bepaalde ontwikkelingen in bijvoorbeeld de rente en op de beurzen.

Strip

Splitsing van effecten waarbij het recht op terugbetaling van de hoofdsom en het recht op de opeenvolgende interestbetalingen gesplitst wordt en verhandeld als zelfstandige effecten.

Subordinated

Achtergesteld; het gedeelte van de schuldtitels dat als laatste aan bod komt (wat betreft aflossing).

Subprime

Ook wel 'rommelhypotheek'. Dit zijn hypotheken van mensen die hem niet (meer) kunnen betalen.

T-Z

T

T+3

Dat is een afkorting voor trade plus 3. Drie werkdagen nadat de transactie heeft plaatsgevonden, vindt de financiële afwikkeling en levering van de effecten plaats.

Tarieven en Services

Dit betreft in geval van een effectennota van de Rabobank de afrekening van het bedrag dat is verschuldigd aan de Rabobank voor bepaalde specifieke effectendiensten van de Rabobank, waaronder bepaalde abonnementen.

Technische analyse

Een manier om het toekomstige koersverloop te voorspellen aan de hand van historische koersgegevens.

Tender offer

Aanbod van effecten aan de hoogste bieder; uitgifte van effecten op basis van biedingen tegen de hoogste koers.

Tracking error

De mate waarin het rendement van een belegging afwijkt van een benchmark; de mate van afwijking tussen het rendement van een beleggingsportefeuille en de waardeontwikkeling van een benchmark; spreiding tussen de rendementen van de beleggingsportefeuille en de index/spreiding van het verschil in rendement tussen de beleggingsportefeuille en de index.

Track record

In het verleden behaalde rendementen; aantoonbare rendementen; historische rendementen; rendementsverleden; historische resultaten.

U

Uitgifte eigen papier

Voor bepaalde instellingen bestaat de mogelijkheid om doorlopend effecten van een bepaald type uit te geven. Verder bestaat voor banken en grote bedrijven vaak de mogelijkheid om binnen de grenzen van het betreffende programma doorlopend certificaten, notes en 'Commercial Paper' uit te geven. Ook geeft de Nederlandse Staat soms een lening uit volgens een doorlopende afgifte.

Uitoefenen optie (exercise)

Opdracht tot het uitoefenen van het recht van de optie door de houder ervan. We onderscheiden een Koop Exercise en een Verkoop Exercise. Koop Exercise: de koop die het gevolg is van het uitoefenen van de rechten van een call optie. Verkoop Exercise: de verkoop die het gevolg is van het uitoefenen van de rechten van een put optie. De koers in de transactie noemen we de exercise prijs.

V

Valutadatum

Vanaf deze datum is er rente berekend over een bepaald bedrag.

VEB

Vereniging van Effecten Bezitters, de belangenvereniging van beleggers.

Verwisseling

Bij een fondsverwisseling verandert er voor het fonds op administratief gebied iets, bijvoorbeeld een naamswijziging of een verhuizing van een beleggingsfonds van bijvoorbeeld Nederland naar Luxemburg.

Volatiliteit

Beweeglijkheid. De mate waarin de waarde of koers van een effect verandert. Volatiliteit is een van de (belangrijkste) factoren bij de prijsvorming van opties. Een hoge volatiliteit wil zeggen dat toekomstige koersen een brede spreiding hebben (de koersen kunnen veel mogelijke waarden aannemen).

W

Waardeaandelen

Aandelen van ondernemingen met onder andere een relatief lage, maar stabiele groei.

Warrant

Een warrant geeft iemand het recht (en niet de plicht) om vóór of op een bepaalde datum effecten te kopen (call warrant) dan wel te verkopen (put warrant) tegen een vooraf vastgestelde prijs. Het belangrijkste verschil tussen opties en warrants is dat de opties door de beurs worden geïntroduceerd met een gestandaardiseerde contractgrootte en warrants door een onderneming met een variabele contractgrootte. De bezitter van de warrant mag zelf bepalen of hij dit recht uitoefent.

X

Xetra Deutsche Börse

Afkorting die staat voor Exchange Electronic Trading, een onderdeel van de Duitse beurs.

Y

Yield-curve

Grafiek waarin het verband wordt aangegeven tussen de korte en de lange rente.

Yield to maturity

De Yield to maturity (vaak afgekort tot YTM) is een methode voor de berekening van het rendement op een obligatie. Veronderstellingen zijn dat de houder van de obligatie deze tot aan de afloopdatum in bezit houdt, en dat hij de tussentijdse cashflows (de coupon) herinvesteert tot die afloopdatum tegen diezelfde yield to maturity. In grafiekvorm heet dit de yieldcurve.

Indien men spreekt over 'het rendement' op een obligatie, zonder dat wordt gerefereerd aan een bepaalde tijdsperiode, dan bedoelt men meestal de yield to maturity. Indien men spreekt over het rendement over een bepaalde periode, wordt meestal de total return bedoeld.

Z

Zero coupon bond

De uitgevende partij vergoedt op deze obligatie geen rente, maar deze is tegen een koers onder de nominale waarde uitgegeven en zij groeit in de tijd, richting het moment van aflossing, toe naar de nominale waarde. Het verschil tussen de uitgifteprijs en de nominale waarde vormt dus de rentevergoeding.

Deze informatie is met zorg samengesteld en er is naar gestreefd de informatie juist en zo volledig mogelijk te publiceren. Onvolkomenheden als gevolg van menselijke vergissingen kunnen echter voorkomen, waardoor gegevens kunnen afwijken. Aan de verstrekte informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De verstrekte informatie is aan wijziging onderhevig. Publicatiedatum is maart 2017.

Contact

Rabobank